Wunderbaums ‘Wet’ verheft met leerzame actualiteit

Walter Bart in ‘De Wet’Foto Danny Willems

Is het fout om goede bedoelingen te belonen? Het afgelopen seizoen hebben veel makers getracht toneel te maken over maatschappelijke thema’s: de Tweede Kamer, de erfenis van het communisme, de weduwe-Janmaat, de zorg – met wisselend resultaat. Soms blijft het bij een aanstekelijke weergave van de research. Dat kun je afwijzen omdat het als voorstelling tekortschiet. Maar je kunt ook erkennen dat de kritiek er nog geen raad mee weet. Het is geen theater in traditionele zin, maar iets nieuws. Noem het journalistiek theater.

Die ontwikkeling is spannend en belangrijk, en krijgt met De Wet van Wunderbaum een nieuwe dimensie. Dit gezelschap, dat in een serie voorstellingen onze samenleving onderzoekt, wijdt zijn vierde in die reeks aan de wet. Wunderbaum doet dat in een drieluik. Het eerste deel, geschreven door Anton Dautzenberg, is een reconstructie van het proces tegen een Somalische piraat. De acteurs spelen advocaat, activist, rechter en officier van justitie. Ieder schetst een ander beeld van de verdachte. Is het een schurk of een tot wanhoop gedreven werkloze visser? Zijn kapers eigenlijk slachtoffer, gedwongen door criminele bendes, uit het Westen bovendien? Dautzenberg toont de hondsmoeilijke dilemma’s rond berechting van dit soort criminaliteit, en werpt een verwarrend nieuw licht op het fenomeen (of mediabeeld?) van de Somalische piraat.

Het tweede deel gaat over vrouwenhandel. Eerst zien we Wine Dierickx, op spitzen en met rugzakje, bedremmeld het toneel optrippelen. Of ze hier moet zijn voor de dansgroep, vraagt ze, terwijl ze zich wankel op de spitzen staande houdt. Een grappig beeld met een nare bijsmaak als je beseft hoeveel vrouwen met beloftes over danscarrières achter het raam belanden. Even later staan de acteurs op een rij, met pruik en in nachthemd, onder een groot, obsceen neonbeeld van een pik. Hun opengesperde monden doen aan opblaaspoppen denken. Dan verandert hun expressie in een geluidloze schreeuw.

Voor het inventieve derde deel schreef componist Walter Hus een atonale opera over Frontex, die de acteurs even ironisch als precies uitvoeren. Frontex is het EU-agentschap dat de Europese grensbewaking coördineert. De acteurs bezingen wat daar zoal bij komt kijken. Hoe het gevoel moet worden uitgeschakeld. Hoe je het liefst de intentie tot migratie al zou willen monitoren. Het voortdurende dilemma van vrijheid versus veiligheid. Hier wordt de droge thematiek behalve goed uitgelegd ook echt invoelbaar gemaakt.

Een volmaakte voorstelling is De Wet niet. Maar de urgentie van het onderwerp doet dat euvel gauw vergeten. Want al met al is De Wet leerzamer en verheffender dan veel ‘traditioneel’ theater.

    • Herien Wensink