Waarom premiers sulletjes zijn

Nederlandse premiers steken nogal bleekjes af bij hun buitenlandse collega’s – dat lijkt een wetmatigheid. Het is verklaarbaar, om drie redenen.

President Obama werd maandag door directeur Wim Pijbes en premier Rutte ontvangen in het Rijksmuseum. Foto AFP

Merkel heeft gezag. Obama loopt over van charisma. Poetin gedraagt zich als een alfamannetje. Maar Rutte, of Balkenende? Het lijkt een wetmatigheid dat Nederlandse premiers wat klungelig afsteken bij hun meer autoritaire buitenlandse collega’s.

Ook deze week ging het optreden van onze premier als gastheer van de nucleaire top voor veel Nederlanders gepaard met een flinke dosis plaatsvervangende schaamte.

Er was de opmerking over zijn Antilliaanse vrienden die hij benijdt omdat zij zich niet hoeven te schminken met Sinterklaas. Er waren de trillende handjes bij het voorlezen van zijn speeches. Er was het steenkolenengels, dat voor veel Nederlanders diepe gevoelens van schaamte opriep. De tweets waren niet mals:

- Nog iets om je kapot voor te schamen als Nederland: het Engels van Rutte

- Wat een zenuwachtige man is Rutte. Die handjes aan dat papier continu

- Rutte slist en praat vreselijk slecht Engels, bijna niet te verstaan!!! Grootste loser van het land

- Hoe vaak moet Rutte papier nog goedleggen? 80 of 120 keer. In deze tijd heb je toch een tablet ipv papiertjes

- Obama heeft The Beast. Rutte de fiets. Welkom in Nederland.

Het gezag komt bij Nederlandse premiers niet van nature. En die traditie gaat ver terug. Zelfs een van Nederlands grootste staatsmannen, Willem Drees, was een troetelpremier, die niet voor niets ‘vadertje’ werd genoemd. Drie redenen waarom Nederlandse premiers altijd sulletjes zijn.

Ze hebben carrière gemaakt binnen een partij, niet daarbuiten

Zo kon het gebeuren dat het betrekkelijk onbekende Kamerlid Balkenende in 2001 werd verkozen tot lijsttrekker voor het CDA en een jaar later tot ieders verbazing minister-president werd.

Dat is ondenkbaar in landen als Frankrijk, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten die een districtenstelsel hebben. Dat houdt in dat voordat een politicus ook maar kan dromen van een nationale carrière, hij een meerderheid moet hebben gehaald in zijn kiesdistrict en daar dus ook flink campagne moet hebben gevoerd.

André Krouwel, politicoloog aan de Vrije Universiteit Amsterdam: „In Nederland kun je premier worden als je door een klein gezelschap goed wordt gevonden. Daarom hebben we hier minder selfmade men en minder haantjes. Ik vraag me af of een man als Balkenende succes had gehad als hij in zijn eigen kiesdistrict stemmen had moeten winnen.”

Ze moeten benaderbaar zijn

Nederlanders smullen ervan als hun premier, heel gewoontjes, op de fiets naar de Tweede Kamer komt. Dat heeft te maken met een diep gewortelde afkeer van gezag. In onze burgerlijke cultuur steekt niemand boven het maaiveld uit, zelfs de premier niet. Onze calvinistische inborst heeft gezag een schaars voorkomende eigenschap gemaakt: het is soberheid troef.

Uit een recente enquête blijkt dat Nederlanders verlangen naar een sterke leider, maar in werkelijkheid kiezen ze vaak voor grijze muizen. Nederlanders willen worden geleid door een huisvader, een schoonzoon, een vriend uit de jaarclub.

Politicoloog Krouwel: „Nederlanders waarderen zuinigheid. Er wordt wel gezegd dat een klein land geen grote filosofen voortbrengt en misschien geldt dat ook wel voor zijn leiders.”

Ze hebben nauwelijks macht

Rutte begaf zich de afgelopen dagen in het gezelschap van regeringsleiders als Merkel, Hollande en Obama. In werkelijkheid heeft onze premier veel minder macht dan veel collega-regeringsleiders met wie hij om tafel zat. Een minister-president is volgens het Nederlandse staatsrecht slechts ‘primus inter pares’ van de ministerraad: eerste onder zijns gelijken. Zijn ministerie, Algemene Zaken, is met vijfhonderd ambtenaren het kleinste. Elke toerist kan met eigen ogen zien waar de macht ligt in Nederland: het centrum van het Binnenhof is de Tweede Kamer. Rutte zit weggemoffeld aan de zijkant, in een torentje dat hij zelf tijdens zijn laatste campagne „een gek kamertje” noemde.

    • Reinier Kist