Veiligheid vlees is niet gewaarborgd

Fraude is volgens Onderzoeksraad onderschat risico, toezicht is slecht, hygiënische tekortkomingen.

De veiligheid van vlees in Nederland is niet gewaarborgd. Dat schrijft de Onderzoeksraad voor Veiligheid in een vandaag verschenen rapport. Aanleiding voor het onderzoek was een reeks incidenten in de vleessector, zoals het mengen van paardenvlees met rundvlees.

Vleesbedrijven in binnen- en buitenland werken niet altijd schoon, bij slachthuizen zijn „talrijke hygiënische tekortkomingen geconstateerd”. Fraude met vlees is een „onderschat risico”, met „potentieel schadelijke gevolgen voor de volksgezondheid”.

Het toezicht op de productie wordt steeds vaker overgelaten aan de bedrijven. De overheid trekt zich terug, vertrouwend op ‘systeemcontroles’. Maar de sector is nog lang niet in staat zelf alle controles uit te voeren. Het terugtreden is daarom „voorbarig”, aldus de Onderzoeksraad. Er is een „papieren veiligheid” geschapen zonder controles op de werkvloer. De onderzoekers troffen onder meer aan: slachters die hun messen niet tijdig desinfecteren, of zelfs in hun laarzen bewaren; vuil water dat opspat tegen karkassen; vliegen in de slachtruimte; werknemers die na het roken terugkeren in de slachterij zonder van laarzen en kleding te wisselen.

Er is onvoldoende samenwerking tussen de producenten, aldus de Raad. De pakkans voor fraude is klein, evenals de bereidheid om elkaar aan te spreken. „Bedrijven kunnen soms jarenlang de regels overtreden, terwijl dat in de sector bekend is”, schrijft voorzitter Tjibbe Joustra van de Onderzoeksraad. „Het is in de sector not done om bedrijven die onverantwoorde risico’s te nemen te corrigeren, al dan niet door het toezicht in te lichten over waargenomen risico’s.”

Volgens de Raad is niet bekend hoeveel mensen op korte of langere termijn ziek worden door het eten van niet goed geproduceerd vlees. Maar als uit cijfers zou blijken dat er weinig slachtoffers vallen, dan is dat wellicht vooral te danken aan consumenten die hun vlees goed verhitten.

Ook de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) krijgt kritiek. De toezichthouder „heeft te weinig kennis en informatie om fraude effectief te bestrijden”. Bovendien is de NVWA „onderdeel van de vleesketen” doordat de inspecteurs zowel het vlees in vleesbedrijven moeten keuren én toezicht moeten houden op de productie. „Die rollen laten zich moeilijk verenigen.” Bovendien moeten de bedrijven zelf betalen voor de keuring en het toezicht door de NVWA. Daardoor zien de bedrijven zich „als klant die eisen aan de werkzaamheden mag stellen”. Toezicht in de vleessector is duur. De vleesindustrie is er jaarlijks zestig miljoen euro aan kwijt.

Bij de NVWA was de afgelopen jaren voortdurend sprake van reorganisaties, fusies en bezuinigingen. „Niet verbetering van het toezicht stond daarbij voorop, maar de wens om de lasten voor overheid en het bedrijfsleven te verminderen”, aldus het rapport, en de veranderingen holden het toezicht uit. Keuring en toezicht worden „routinematig” uitgevoerd, „waardoor belangrijke risico’s worden gemist”. Dit leidt tot „spanningen” tussen toezichthouders en „onduidelijkheid en irritatie” bij bedrijven.

Vorige week beschuldigde directeur-generaal Harry Paul van de NVWA de sector van „normvervaging”. De recente incidenten en schandalen wijzen „op een grootschaligheid die verontrustend is”.

De vleessector wil, in reactie op het rapport, de „ingeslagen weg” van kwaliteitsverbetering „waar mogelijk versnellen”, aldus een verklaring. „De recente incidenten zijn onacceptabel en worden uiterst serieus genomen, maar zijn geen maatstaf voor de hele sector. Nederlands vlees behoort tot het meest veilige van de wereld.”