Van de hoax komen we niet meer af

Door Photoshop en sociale media zijn we gewend om te worden bedrogen. We moeten de wereld van context blijven voorzien, betoogt Coen Simon.

‘Duitse aanvaller weigert penalty na schwalbe”, lees ik op een ochtend als ik door het nieuwsoverzicht van mijn Facebook-app scroll. Het bericht is vele malen gedeeld, ook onder mijn ‘vrienden’. Ik denk even dat het afkomstig is van de satirische nieuwssite De Speld, die de media becommentarieert met korte fakeberichten en koppen zoals ‘Joden en CIA zitten achter complottheorieën’, ‘Toeristenpartij weer kanshebber bij raadsverkiezingen’, ‘Kamer wil democratische toetsing van gerechtelijke uitspraken’, of ‘Chelsea-supporters op huurbasis naar Vitesse’.

De headline over de voetballer die een penalty weigert na een schwalbe zou naadloos in dit rijtje passen. Met een glimlach tik ik op de link. Ook als dit bericht geen parodie is, wil ik er meer over weten. Het filmpje, gehost door een Belgische site, toont een voetballer uit de Duitse competitie die een strafschopgebied in rent en overduidelijk schijnstruikelt. Onder het fragment is een Engelse voice-over gemonteerd met een elektronisch deuntje dat van een demonstratiefilm afkomstig lijkt. Als de scheidsrechter naar de penaltystip wijst, loopt de zojuist gestruikelde aanvaller op hem af. Na een korte woordenwisseling gebaart de scheidsrechter voor een doeltrap. „A great piece of sportsmanship”, roept de voice-over verrukt. Dat het struikelen van de aanvaller gespeeld is, daar twijfel ik geen moment aan, maar ik weet nog steeds niet zeker of het bericht geen hoax is. Ik zet het op mijn timeline met de woorden: „Dit is zo eerlijk, dat het vals lijkt.” Een opmerking waarmee ik altijd wegkom, hoax of geen hoax.

De hoax is overal

De hoax beheerst het nieuws. De technische ontwikkelingen die nieuwe media en Photoshop hebben voortgebracht brengen manipulatie eenvoudig binnen handbereik voor iedereen. Zodoende gaan via sociale media dagelijks vele nepberichten en getrukeerde foto’s viral. Van de meeste is de valsheid evident en de opzet onschuldig, maar bij steeds meer berichten zijn de authenticiteit en de bedoeling ervan schimmig.

Zeker bij foto’s moet geregeld een deskundige uitsluitsel geven over de waarheidsgetrouwheid van het beeld. Na de commotie rondom het vermeende photoshoppen in de winnende foto van World Press Photo 2013 scherpte de organisatie dit jaar haar regels voor fotobewerking nog eens aan en laat de jury zich voortaan adviseren door Photoshop-experts.

Ook Pauw & Witteman besteedde onlangs aandacht aan de manipulatietendens. In de uitzending van 26 februari krijgen de tafelgasten enkele beelden voorgelegd. We zien een foto van Angela Merkel met een wijzende Benjamin Netanyahu naast haar. „Is het de schaduw van de vinger van Benjamin Netanyahu die Angela Merkel een snorretje bezorgt”, vraagt Jeroen Pauw, „of is het gephotoshopt?” Er wordt gelachen, maar iedereen lijkt het erover eens dat het geen gemanipuleerd beeld is.

Uitsluitsel komt er niet. We zien een andere foto, die twee dagen eerder in een vluchtelingenkamp in Damascus werd gemaakt van een gigantische mensenmassa in de rij voor voedsel. De authenticiteit van deze foto wordt in twijfel getrokken, maar Youp van ’t Hek, die ook aan tafel zit, merkt daarover op: „Als in elk geval de eerste dertig meter al waar is, is het al erg genoeg.” Fake om leed onder de aandacht te brengen moet blijkbaar kunnen, leid ik uit de reactie van Van ’t Hek af. Maar ook de waarheid over dit beeld blijft onopgehelderd.

In zijn column in De Groene Amsterdammer waarschuwt Chris van der Heijden voor een ander soort hoax: de vele rapportjes met statistieken die zich voordoen als een wetenschappelijk onderzoeksrapport, maar eigenlijk gewoon een op de Mac of Windows thuis opgemaakt werkstukje zijn. De voortschrijdende techniek maakt het voor iedereen gemakkelijk de feiten te manipuleren. Het stemt Van der Heijden somber: ‘Voorheen kreeg je een goed imago nadat en omdat je het had verdiend. Tegenwoordig creëer je eerst een imago en probeer je vervolgens de werkelijkheid daarmee in overeenstemming te brengen. We leven in een volstrekt gemediatiseerde cultuur. Sterker wellicht nog: we leven in een virtuele cultuur.’

Verbazingwekkend genoeg wordt de mening gedeeld door Rob Wijnberg, hoofdredacteur van De Correspondent, het medium dat als ‘belangrijkste doelstelling’ heeft om de wereld van meer context te voorzien: ‘Verhield je je vroeger hoogstens tot een directe werkelijkheid, nu verhoud je je ook constant tot een wereld die op z’n best secundair is.’

Een factchecker is niet welkom

Maar tussen mens en werkelijkheid staan technische apparaten. En dat is altijd zo geweest. Plato (ca. 427-347 v.Chr.) wijst al op de onmogelijkheid van ‘een directe werkelijkheid’ in zijn beroemde allegorie van de grot – een beeld dat haast het prototype van onze bioscoop lijkt. De geketende mensen in de grot kennen niets anders dan de schaduwen op de muren van de grot en zien deze beelden aan voor de werkelijkheid. In werkelijkheid zijn de schaduwen afkomstig van voorwerpen ‘en beelden van mensen en dieren, gemaakt van steen en van hout en van allerlei ander materiaal’, die achter de geketende mensen langs boven een muurtje worden gedragen en worden verlicht door ‘een vuur dat hoog en ver boven hen brandt’. En door de echo’s ‘van die tegenoverliggende wand’ zijn de kijkers in de veronderstelling ‘dat het geluid werd gemaakt door de passerende schaduw’ – een perfecte hoax. En een factchecker, meent Plato, is niet welkom: ze zouden hem ‘doden als ze hem op een of andere manier in handen konden krijgen’.

Maar zelfs als we de factchecker zijn gang laten gaan in de grot van de nieuwe media krijgen we de hoax de wereld niet uit. Een bericht kan via de vele internetfora, Twitter, Facebook en Instagram zo vaak worden gedeeld dat de informatie ervan in miljoenen muisklikjes en schermtikjes met zo’n grote snelheid over de wereld gaat dat de traditionele journalistieke factchecking altijd achter de facts aan holt.

Verwarring als functie

Sterker nog, ‘factchecking is uitbesteed aan de lezers’, schrijft Luke O’Neil eind 2013 in het Amerikaanse tabletmagazine Esquire Weekly. In het artikel analyseert hij de invloed van hoaxes op de waarheid van journalistieke berichtgeving en zijn conclusie is: haast en verwarring zijn niet langer bugs in de opzet van nieuwe media, het zijn functies. ‘De fouten, de vervalsingen en de hoaxes zijn onderdeel van een businessplan.’ Want ‘traffic’, in de vorm van ‘likes’, ‘views’, ‘downloads’, ‘streams’ en ‘sharings’ vormen de hoekstenen van het verdienmodel van vrijwel elk digitaal systeem.

Hoe onschuldig veel valse afspiegelingen ook zijn, álle nieuwsbeelden en -berichten zien we erdoor in een ander licht. Zoals het voor de Nederlandse televisiekijker steeds moeilijker is om echte beelden van de Tweede Kamer of koning Willem-Alexander te zien zonder het gevoel te hebben naar LuckyTV te kijken, de satirische montages van Sander van de Pavert.

Van de hoax komen we niet af, maar om te zorgen dat we het vertrouwen in de feiten van de media niet verliezen, dient de journalistiek twee vallen te vermijden: die van het nostalgische verlangen naar een ‘directe werkelijkheid’, en de knieval die Van ’t Hek maakt voor het leed dat gephotoshopte beelden zou legitimeren. Laten we de wereld maar gewoon van context en satire blijven voorzien.

    • Coen Simon