Rapport: veiligheid vlees in Nederland niet gewaarborgd

Vlees in kratten bij een vleesverwerker in Utrecht. Foto ANP/ Erik van 't Woud

De veiligheid van het vlees in Nederland is niet gewaarborgd. Dat schrijft de Onderzoeksraad voor Veiligheid in een vandaag verschenen rapport.

Vleesbedrijven in binnen- en buitenland werken niet altijd schoon, bij slachthuizen hebben de onderzoekers “talrijke hygiënische tekortkomingen geconstateerd”. Fraude met vlees, zoals het mengen van paardenvlees met rundvlees, is een “onderschat risico”, met “potentieel schadelijke gevolgen voor de volksgezondheid”.

Het toezicht op de vleesproductie wordt de afgelopen jaren steeds vaker overgelaten aan de bedrijven zelf. De overheid trekt zich bij het toezicht vaker terug, vertrouwend op ‘systeemcontroles’. Maar de vleessector is nog lang niet in staat om zelf alle controles uit te voeren. Het terugtreden van het publieke toezicht is daarom „voorbarig” geweest, aldus de Onderzoeksraad.

Ook is er onvoldoende samenwerking tussen de producenten. De pakkans voor fraude is klein. En de bereidheid om een bedrijf aan te geven, is ook klein, aldus de Raad. “Bedrijven kunnen soms jarenlang de regels overtreden, terwijl dat in de sector bekend is”, schrijft voorzitter Tjibbe Joustra van de Onderzoeksraad in een beschouwing:

“Het is in de sector ‘not done’ om bedrijven die onverantwoorde risico’s nemen te corrigeren, al dan niet door het toezicht in te lichten over waargenomen risico’s.”

In een interview met nrc.next (€) zegt Marcel van Silfhout, een onderzoeksjournalist die een boek schreef over de vleesindustrie, vandaag dat regelbrij toezicht tegenwerkt:

“Nederland is de tweede voedselproducent ter wereld. Ons voedsel gaat de hele wereld over. En overal gelden weer andere regels. Duizenden protocollen, richtlijnen en certificaten lopen door elkaar heen. We hebben een onmogelijk ratjetoe aan toezicht gecreëerd.”

Onbekend hoeveel mensen ziek worden

Volgens de Raad is onbekend hoeveel mensen op korte op langere termijn ziek worden door het eten van niet goed geproduceerd vlees. “De onbekendheid van het aantal zieken door vlees kan de urgentie om de veiligheid te vergroten wegnemen”, aldus de Raad. Als uit cijfers zou blijken dat er weinig slachtoffers vallen, dan kan dat óók komen doordat consumenten het wellicht niet veilige vlees goed verhitten.

Ook de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) krijgt kritiek. De toezichthouder “heeft te weinig kennis en informatie om fraude effectief te bestrijden”. Bovendien is de NVWA “onderdeel van de vleesketen” doordat de inspecteurs zowel het vlees in vleesbedrijven moeten keuren als toezicht moeten houden op de productie:

“Die rollen laten zich moeilijk verenigen.”

Bovendien moeten de bedrijven zelf betalen voor de keuring en het toezicht. Daardoor zien de bedrijven zich als “kritische klant” van de NVWA. Toezicht in de vleessector is duur. Eén uur dierenarts kost 135 euro. De vleesindustrie is er jaarlijks zestig miljoen euro aan kwijt.

Op de NVWA is de afgelopen jaren flink bezuinigd. Vorige week beschuldigde directeur-generaal Harry Paul van de NVWA de vleessector van “normvervaging”. In een interview zei hij:

“Het voedsel in Nederland is nog steeds veilig. Maar de incidenten die we tegenkomen, wijzen op een grootschaligheid die verontrustend is.”

Vleessector: geen koerswijziging nodig

“Het Nederlandse vlees behoort tot het meest veilige van de wereld”, schrijft de Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV) in een reactie op het rapport. Ze ziet dan ook geen aanleiding om de koers te wijzigen.

De weg van “verdere kwaliteitsverbetering” is de vleessector al ingeslagen, stelt de COV. Bedrijven die hierin niet mee kunnen of willen, daarvoor is “geen plek meer in de voedingsmiddelenketen”. De COV voert onder meer aan dat de transparantie wordt vergroot door uitwisseling van informatie richting de toezichthouders en via etiketten naar de consument. De vleessector zegt wel hard te werken aan het bevorderen van het vertrouwen in voedsel.

    • Arjen Schreuder