Poolse cinema en de Shoah

De Holocaust is tegenwoordig een geaccepteerd thema in de Poolse film, net zoals kort na de oorlog.

Ida van regisseur Pawel Pawlikowski is onderdeel van een golf recente films uit Polen die zich buigen over de geschiedenis van de Holocaust. Vorig jaar draaide In Darkness van Agnieszka Holland al in de bioscopen: een film over een groep joden die de oorlog probeert te overleven door onder te duiken in het riool van een provinciestad. Een film die de Nederlandse bioscoop niet haalde, maar in Polen voor veel debat zorgde, was Poklosie (‘Nasleep’) van regisseur Wladyslaw Pasikowski: over twee broers die terugkeren naar hun dorp, en de stilte proberen te doorbreken over de pogrom die daar plaatsvond.

Poklosie is geïnspireerd op de pogrom die in juli 1941 plaatsvond in de plaats Jedwabne, waarbij tenminste 340 joden zijn omgebracht door hun Poolse landgenoten. De stilte rond die gebeurtenissen werd in 2001 doorbroken door de studie Neighbors van de historicus Jan T. Gross. De film is omstreden – tot aan doodsbedreigingen voor de acteurs toe – omdat de film de goede naam van de Polen zou besmeuren, die hier niet alleen als slachtoffers, maar ook als daders van het oorlogsgeweld in beeld komen. Maar er was ook veel steun voor de filmmakers, onder meer van de grand old man van de Poolse cinema, Andrzej Wajda, die zelf het lot van zijn joodse landgenoten in zijn films niet uit de weg ging.

Weinig landen hebben zoveel films over de Holocaust voortgebracht. Dat is de opmerkelijke conclusie van de historicus Marek Haltof in zijn zojuist in paperback verschenen studie Polish Film and the Holocaust. Hij telt zo’n dertig films die geheel of gedeeltelijk over het thema gaan.

Zo is de eerste speelfilm die is gemaakt over concentratiekamp Auschwitz, afkomstig uit Polen. Voor Ostatni Etap ( ‘De laatste etappe’, 1947) ging de joodse communiste Wanda Jakubowska, die zelf in Auschwitz gevangen had gezeten, kort na de oorlog terug naar het kamp. De film bevat propagandistische beelden – zo krijgen de gevangenen een binnengesmokkelde, opbeurende boodschap van Stalin. Maar de film bevat ook verontrustende scènes die dicht bij de werkelijkheid staan – onder meer van de aankomst in het kamp. Een jaar later kwam Ulica Graniczna (‘Grens-straat’) uit, een film over de opstand in het getto van Warschau, van stalinist Aleksander Ford, de leermeester van Roman Polanski.

Ook in de periode van relatieve vrijheid, na de destalinisatie van 1956, zijn films gemaakt over de Holocaust. De belangrijkste Poolse film over het thema uit die tijd is Pasazerka (‘Passagier’, 1963) van Andrzej Munk, die overleed voordat hij de film kon voltooien; hij kwam om bij een auto-ongeluk op de terugweg naar Warschau na een dag van opnamen in Auschwitz-Birkenau. De film vertelt het verhaal van een voormalige SS-commandante en een oud-gevangene van Auschwitz, die elkaar weer ontmoeten tijdens een scheepstocht naar Amerika.

Aan die periode van relatieve vrijheid en zelfonderzoek kwam eind jaren zestig een einde, toen het antisemitisme van overheidswege opnieuw werd aangewakkerd en de moeizame verhouding van het Oostblok met Israël het thema lange tijd taboe verklaarde. En dat was net de periode waarin in het Westen de Holocaust juist meer centraal kwam te staan in de oorlogsherinnering. De laatste jaren maken Poolse filmmakers die achterstand meer dan goed, al is het stereotiepe beeld van Polen als een land van louter rabiaat antisemitisme nog niet helemaal verdwenen.