Ondergrondse zorg in oorlogstijd

Als het raketten regent kan een parkeergarage in Haifa worden omgetoverd in een ziekenhuis

Tijdens een oefening rijden artsen een bed met een patiënt in een parkeergarage, die binnen 72 uur is omgetoverd in een ziekenhuis dat afgesloten van de buitenwereld drie etmalen functioneert. Foto AFP

Even oogt de ondergrondse parkeergarage van ziekenhuis Rambam in de Noord-Israëlische stad Haifa als elke andere. Betonnig, benauwd, eentonig. Tot artsen een bed met een patiënt binnenrollen, parkeren en aansluiten op stopcontacten. Assistenten schroeven wc-potten in de muur. Uit buizen tegen het plafond komen trekkers voor douches en airconditioning. Binnen 72 uur is de garage een geoutilleerd ziekenhuis dat in tijden van oorlog, onder dreiging van raketten of een chemische aanval, kan functioneren. Met kraamafdeling, operatiekamer, intensive care en receptie. Compleet met bewegwijzering.

Dit is maar een oefening. De eerste en de laatste, want de parking annex noodpost is klaar en vanaf volgende week in gebruik – als parkeergarage welteverstaan. Sinds de Tweede Libanonoorlog in 2006 is het rustig in Haifa. Maar die oorlog heeft het ziekenhuisbestuur doen schrikken. Rond het ziekenhuis, vlakbij de haven, kwamen tientallen raketten neer. Patiënten werden in allerijl naar de kelders verplaatst. Het was improviseren. In Singapore vond het bestuur de oplossing: ondergronds. Er zijn meer ondergrondse zorgfaciliteiten in Israël, maar nergens ter wereld zo groot als in Haifa.

Op de plek voor 1.500 auto’s, verspreid over drie verdiepingen, passen 2.000 bedden. Het bovengrondse ziekenhuis telt 900 bedden, maar rekent erop dat het in oorlogstijd zeker 300 patiënten naar huis kan sturen en talloze militaire en civiele slachtoffers uit de noordelijke regio zal ontvangen. Het ondergrondse ziekenhuis kan afgesloten van de buitenwereld drie etmalen functioneren. Daarna moeten energie, voedsel en medicijnen worden bijgevuld. De garage heeft eigen lucht- en waterzuiveringsinstallaties. Kosten van de parking: ruim 85 miljoen euro (leningen, giften, overheid).

Is dit nodig? Wel als we het Israëlische leger moeten geloven, dat het Rambam-ziekenhuis om grotere ondergrondse capaciteit vroeg. Want volgens het leger is Hezbollah in Libanon, 30 kilometer ten noorden Haifa, momenteel de grootste bedreiging voor Israël. Groter dan Iran, gevaarlijker dan het regime of de rebellen in Syrië, sterker dan de jihadisten in de Egyptische Sinaïwoestijn, en stukken gevaarlijker dan de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza.

„In de jaren zeventig kampte Israël met vliegtuigkapingen [denk aan Entebbe 1976] en gijzelingen [München 1972]”, zegt luitenant-kolonel Peter Lerner. „Twintig tot tien jaar geleden waren het zelfmoordaanslagen. Daar hebben we hardhandig tegen opgetreden en geen last meer van. De laatste tien jaar gebruiken terroristen raketten. Tijdens de laatste oorlog met Gaza, eind 2012, werden er in acht dagen 1.500 raketten op Israël afgeschoten.” Het raketafweersysteem en schuilkelders beperkten het aantal Israëlische gewonden tot 231. Er waren 1.500 Palestijnse gewonden.

Hezbollah, zegt Lerner, heeft van alle vijanden van Israël de meeste wapens en bekwaamheid. Hij raamt het aantal strijders op 30.000, van wie een deel in Syrië vecht aan de kant van president Assad. Lerner: „Een reden dat Hezbollah in Syrië zit is omdat het daar wapens krijgt, en kennis en ervaring. Hezbollah heeft nu al 60.000 raketten en kan er wel 3.000 per dag op onze bevolking afschieten. Dat houden we geen acht dagen vol. Ook niet met ondergrondse ziekenhuizen.”

Een andere maatregel die het leger treft is het bombarderen van ladingen wapens die vanuit Syrië naar Libanon worden vervoerd. De laatste aanval was een maand geleden, op Libanees grondgebied. Lerner is niet erg bang voor vergelding. „We denken niet dat Hezbollah de confrontatie met ons zoekt. Ze zijn in 2006 van ons geschrokken, ze hebben hun handen vol aan Syrië en Iran staat het niet toe.”

Ook in de parkeergarage heerst geen paniek, meer een lacherige sfeer. Want zo zijn Israëliërs ook wel weer. Alleen de neppatiënten kijken waarlijk sip. Ze doen dit omdat ze sociale dienstplicht moeten vervullen. Gevraagd of ze denkt dat er oorlog komt, schudt Meri (19) in haar nekkraag: nee.