Onder de douche met Hitchcock

Beeldend kunstenaars hergebruiken op een expositie in Eye beelden uit films, want die zijn alomtegenwoordig. Kunnen we eigenlijk nog wel kijken met eigen ogen?

Psycho van Alfred Hitchcock (1960) en de shot-voor-shot remake van Gus Van Sant uit 1999 worden simultaan insplit screen vertoond in filmmuseum Eye.

In 2010 maakte de Belgische kunstenaar Nicolas Provost een geweldig werk dat Stardust heet. Het is nu te zien in Eye. Provost maakte opnames in de Amerikaanse droomstad Las Vegas, in bars, casino’s en op straat. Toeristen hangen een beetje rond, eten wat, drinken wat, gokken wat.

Las Vegas is een stad die veel mensen vooral uit de bioscoop zullen kennen, van Fear and Loathing in Las Vegas tot Leaving Las Vegas, van Casino tot The Hangover, van Rain Man tot Last Vegas. Als je in Las Vegas bent, zul je de stad ongetwijfeld herkennen van al die films, en nog van een aantal tv-series en andere televisiebeelden. Het is bijna onmogelijk nog een westerse stad te bezoeken zonder daar op een of andere manier al geweest te zijn; niet met eigen ogen maar wel met die van een legioen aan cameramannen.

Zonder plot kunnen zulke plekken nog wel eens tegenvallen. Je hebt het gevoel dat je in een film speelt, maar dan wel in een hele saaie. Die landerigheid wordt door Provost meesterlijk op de spits gedreven door willekeurige mensen in Las Vegas dialogen uit films en televisieseries in de mond te leggen. De werkelijkheid remade als film: beter, leuker, sneller. In anderhalf uur kun je banken beroven, fietsen stelen, van rijdende treinen springen, naar Mars reizen. Kom daar maar eens om in het echt. Daarin duurt een reis naar Groningen al langer.

Stardust is te zien op de tentoonstelling Cinema Remake, een vervolg op Cinema Exposed, de expositie over kunstenaars die found footage gebruiken waarmee het tentoonstellingsprogramma van Eye twee jaar geleden opende. Deze tentoonstelling had toen ook al gemaakt kunnen worden, en niet alleen omdat de meeste werken van voor 2012 dateren. Kunstenaars gebruiken nu eenmaal al een tijd bestaande bewegende beelden in hun werk omdat die beelden – feit én fictie – zo alomtegenwoordig zijn. In zekere zin zijn ze daarom werkelijkheid geworden – in de trein naar Groningen kijken meer mensen naar een film dan naar buiten. Stardust van Provost laat zien dat we er zo aan gewend zijn geraakt niet met eigen ogen te kijken en eigen oren te horen dat we de hulp van filmmakers in de werkelijkheid zelfs missen. Waar waren die violen bij mijn eerste kus?

Andere kunstenaars laten zien wat je met speelfilms allemaal nog meer kunt doen dan er alleen naar kijken en luisteren. De Amerikaanse kunstenaar Cory Arcangel maakte van Colors van Dennis Hopper bijvoorbeeld een abstracte animatie die de hoofdrol geeft aan de kleuren in de film. De Belgische Ana Torf verplaatste de dialogen uit Rossellini’s Viaggio in Italia naar het Zweedse eiland waar Ingmar Bergman woonde. De Kroaat David Maljkovic combineert foto’’s van het modernistische gebouw in Zagreb waar Orson Welles’ The Trial werd opgenomen met stills uit die film, de geluidsband en een scherm waar slechts wit licht op geprojecteerd wordt.

Als speelfilms vaak sneller en opwindender zijn dan de werkelijkheid, dan is de beeldende kunst trager en saaier, althans op deze tentoonstelling. De uitgekozen kunstenaars gaan nogal droog met het onderwerp om. Meer sjeu zit er in het programma om de tentoonstelling heen. Daarin wordt aandacht besteed aan remakes in de populaire cultuur, waarin de remake in allerlei vormen ook steeds prominenter wordt, nu het knippen en plakken van filmbeelden niet meer aan professionals en hun apparatuur hoeft te worden overgelaten. Ook voor een remake is geen speciale apparatuur meer nodig. Aandacht is er bijvoorbeeld voor het verschijnsel van de ‘recut trailer’, waarin bestaande films in een ander genre geplaats worden. Een van de eerste was in 2006 de trailer van The Shining van Kubrick als romantische komedie en Mary Poppins juist als horrorfilm. Je zou ook de hilarische filmpjes van Lucky TV tot dit genre kunnen rekenen, al is daar niet een speelfilm maar de werkelijkheid het uitgangspunt.

Op 9 mei organiseert Eye een avond over deze recut trailers, waarvoor je ook een eigen maaksel kunt insturen. En dan zijn er in de bioscoopzalen van Eye nog traditionele remakes en hun originelen te zien, hoewel daar door Eye met enig dedain over gesproken wordt, omdat remakes in Hollywood ‘alleen voor het geld’ gemaakt worden. Je zou de remake ook als een nieuwe vertaling van een klassieker kunnen zien of als een sprookje, dat steeds wordt herverteld. Niet de vorm blijkt klassiek maar de inhoud. Robocop, in 1987 geregisseerd door Paul Verhoven en nu te zien in de versie van José Padilha, is een sprookje aan het worden, net zoals dat gebeurd is met Frankenstein of Superman. Wel is er een avond over de vaakst hermaakte film, The Phantom of the Opera en is er ruimte voor twee maal Scarface, eenmaal uit 1932 en eenmaal uit 1983. Achter elkaar, niet naast elkaar. Dat gebeurt wel met de douchescène uit Psycho van Hitchcock en de shot-voor-shot remake die Gus Van Sant daar in 1999 van maakte; in split screen wordt duidelijk hoe groot kleine verschillen kunnen zijn.

    • Bianca Stigter