‘Misschien naïef, maar ik dacht niet aan seks’

Gisteren getuigde voormalig gevangenisdirecteur Molenkamp in de zaak-Demmink. Hij wil een parlementaire enquête.

Alleen een parlementaire enquête waarbij gezagsdragers onder ede worden gehoord, kan nog duidelijkheid verschaffen over de juistheid van beschuldigingen van pedofilie aan het adres van oud-topambtenaar Joris Demmink.

Dat zei voormalig gevangenisdirecteur Bart Molenkamp (67) gisteren in zijn verhoor bij de rechtbank in Utrecht. Molenkamp was de zevende getuige die gehoord werd in de civiele procedure die stichting De Roestige Spijker heeft aangespannen tegen de voormalige hoogste ambtenaar van het ministerie van Veiligheid en Justitie, Joris Demmink. In de verhoren hoopt de stichting duidelijkheid te krijgen over de beschuldigingen van het seksueel misbruiken van minderjarige jongens door Demmink.

Net zoals eerder deze maand zijn collega Jacques van Huet deed, vertelde Molenkamp dat hij in 1992 had vernomen over seksuele escapades van Demmink met minderjarigen. Tijdens een dienstreis van gevangenisbazen naar Londen heeft, volgens Molenkamp, de stafmedewerkster Anneke Storm van het ministerie in de hotelbar gezegd dat zij af en toe jongetjes moest regelen voor Demmink voor het weekeinde. Storm heeft deze bewering eerder categorisch tegengesproken. Ze heeft aangifte gedaan van smaad tegen de twee gevangenisdirecteuren.

Molenkamp zegt aanvankelijk niet te hebben begrepen dat de jongetjes prostituees zouden zijn. „Misschien naïef, maar ik dacht niet aan seks.” Hij zei ook te denken dat mevrouw Storm „niet wist dat het voor seks was. Storm is een keurige vrouw.”

Na 1992 kwamen er nieuwe verhalen over vermeende pedoseksuele contacten die Demmink zou onderhouden. Onder collega’s werd gezegd dat Demmink een bar voor pedofielen bezocht in Praag en dat hij met de dienstauto een homo-ontmoetingsplaats in Eindhoven zou bezoeken. Het „irriteerde” Molenkamp dat Demmink ondanks alle geruchten in 2002 werd gepromoveerd tot hoogste ambtenaar. „De verhalen werden nooit goed uitgezocht, terwijl je voor zo’n belangrijke functie toch van onbesproken gedrag moet zijn.”

Eerder deze week beklaagde ook de voormalige politieagent Klaas Langendoen zich over gebrekkig onderzoek naar de verdenkingen aan het adres van Demmink. Hij vindt de civiele procedure die in Utrecht wordt gehouden „een openbare terechtstelling” die de waarheid niet noodzakelijkerwijs dichterbij brengt. Langendoen vindt dat het Openbaar Ministerie eerder een serieus strafrechtelijk onderzoek had moeten doen. Volgens hem hebben de Turkse autoriteiten Nederland gechanteerd omdat ze belastende informatie hadden over Demmink.

Vorig jaar beklaagde Molenkamp zich in een e-mail aan Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA) dat „er geen officieel rechercheonderzoek is gedaan naar de vermeende pedofiele contacten” van Demmink. De e-mail lekte uit via de website van De Roestige Spijker. Daarna ging Molenkamp met Huet naar de notaris, waar op kosten van de stichting hun verhaal werd vastgelegd.

De getuigen van de stichting zijn nu allemaal verhoord in Utrecht. De stichting wil nog extra getuigen horen en moet die namen binnen een week gemotiveerd kenbaar maken. Daarna mag Demmink, die de verhoren zelf niet bijwoont, getuigen gaan horen.

    • Marcel Haenen