Mijn tweelingzus is wél topmodel

Tweelingzussen Donna en Gwen Loos (20) begonnen aan een carrière als model // Gwen kreeg succes en woont in Parijs, Donna niet // Wat als je zus je grootste concurrent wordt?

Vooraan model Gwen Loos, achter haar tweelingzus Donna Loos. Foto Lars van den Brink

Er zijn modellen die nooit van hun carrière hebben gedroomd. Hun hart sloeg niet over als ze een catwalk op televisie zagen. Het kwam niet eens in ze op dat ze er ooit zelf heupwiegend overheen zouden lopen. En toch staan ze daar, tijdens grote shows in New York en Milaan. Omdat ze er toevallig werden uitgepikt. In de oranje massa op Koninginnedag, de Primark of tussen de gillende fans in de rij voor een concert.

Donna en Gwen Loos waren dertien jaar oud toen dat gebeurde. Meisjes, net geen kinderen meer. In de Amsterdamse Kalverstraat werden de tweelingzusjes aangesproken door Wilma Wakker, eigenaresse van een succesvol modellenbureau.

Dat was het moment waarop hun dromen veranderden. De tweeling wilde model worden, samen de wereld over reizen. Een paar weken later hadden ze hun eerste fotoshoot voor het inmiddels niet meer bestaande modetijdschrift Avantgarde. Donna: „Stonden we met dure designerkleding in dat blad. Vervolgens lazen we op internet allemaal commentaar. Over 13-jarige meisjes die probeerden een vrouw na te doen.”

Dat was zeven jaar geleden.

Donna en Gwen zijn nu 20 jaar. Donna studeert human resource managementen heeft een bijbaantje bij kledingwinkel Abercrombie & Fitch. Ze is gestopt met modellenwerk. Gwen is succesvol model, woont in Parijs en liep shows voor grote merken als Chanel, Valentino en Dior en poseerde voor de Italiaanse Vogue.

New York, Milaan en Parijs

Donna en Gwen hebben dezelfde witte huid, sproetjes en lange benen. Op school waren ze altijd samen. Samen op voetbal, samen in de klas, samen een e-mailadres. Als de een ziek was, wilde de ander niet naar school. „Het was nu niet echt dat je een eigen karakter kon ontdekken”, zegt Gwen. „Eigenlijk waren we één persoon”, zegt Donna. En ondanks dat ze elkaar al twee jaar weinig zien gebruiken ze hetzelfde stopwoordje. Op een zachte toon: hm hm.

Al vanaf het begin van hun carrière was duidelijk dat ze ook in het buitenland aan het werk zouden gaan. De Nederlandse shoots waren slechts een oefening geweest. New York, Milaan en Parijs, daar zijn de grote opdrachtgevers. Op hun vijftiende vertrokken ze naar Parijs om zich voor te stellen bij modellenbureaus. Maar geen enkel bureau wilde hen samen hebben. „We lijken op elkaar, maar voor de modellenwereld waren we niet identiek genoeg”, zegt Gwen.

Ze schreven zich allebei in bij een ander bureau. Gwen kreeg een kindercontract zodat ze al op haar vijftiende mocht werken. Ze werd geboekt door het Franse merk Balenciaga. Exclusief, wat betekende dat ze tijdens de Paris Fashion Week niet voor een ander merk op de catwalk zou verschijnen. Dagenlang had ze geoefend, op hakken van 12 centimeter hoog.

Als new face exclusief voor Balenciaga lopen, dat ziet de hele modewereld. Gwen: „Die nieuwe meisjes, daar wil iedereen meteen mee werken. Elk jaar komt er een nieuwe lading met meisjes. Refresh, refresh, refresh.”

Donna: „Gwen was al op jonge leeftijd exclusief geboekt voor shows. Eerst voor Balenciaga en een jaar later voor Calvin Klein. Dan sta je meteen in the picture en willen alle grote fotografen met je werken. Ik was al snel het zusje van.”

Gwen: „Ik hoor nog steeds weleens: oh, ik ken jou van die show. Het was een goede springplank. Als je nooit een goede start hebt gehad blijf je een beetje doorsukkelen op een niet heel goed niveau.”

Donna: „Daarbij speelde ook dat ik iets langer ben. Ik ben 1 meter 80, Gwen is twee centimeter korter. Daardoor ben ik automatisch wat breder. Gwen is dunner. Hoe dunner, hoe beter.”

Donna: „Als Gwen een job had, ging ik met tegenzin alleen naar school. Dan moest ik tegen iedereen vertellen waarom zij er niet was, en ik wel. Ik was verlegen en wilde mijzelf niet verantwoorden. Ik was niet te harden toen.”

Gwen: „Soms kreeg ik een dag vrij van school omdat ik moest werken in Parijs. Dan was Donna altijd ontzettend jaloers. Het was niet dat ze onaardig deed, hoor. Ze heeft het mij altijd gegund, maar wilde het zelf ook zo graag.”

Toch bleef Donna aan het werk. Drie jaar geleden had ze een casting in New York voor de Amerikaanse Vogue. Donna: „Ze zochten meisjes met rood haar. Nou ja, ik heb niet echt rood haar, maar mijn bureau zei: je kunt het proberen.”

Ze schudde de beruchte hoofdredactrice Anna Wintour de hand – „best wel intimiderend” – en loopt buiten het kantoor vervolgens haar tweelingzus tegen het lijf, die zich ook kwam voorstellen Donna en Gwen besloten samen terug naar binnen te gaan. De Vogue-medewerkers vonden dat zo leuk, dat ze allebei werden geboekt voor de fotoshoot. Voor het gebrek aan rood haar was ook een oplossing: „We kregen gewoon een rode spray over ons haar.”

Ze hadden een hekel aan me

Een van de leukste momenten van haar carrière, zegt Donna. „Toeval, want eigenlijk wilde onze bureaus niet dat we samen opdrachten deden. Gwens bureau dacht: Gwen is beter nu. Ze hadden een hekel aan me. Ze moesten ervoor zorgen dat ik niet aan de top kwam. Gwen werd eigenlijk mijn grootste concurrent.”

Het gebeurde weleens dat ze allebei in optie stonden voor een opdracht, en dat Gwen uiteindelijk werd geboekt. Donna: „Zij had meer grote namen op haar cv staan.”

Stilte. Gwen moet even nadenken over de vraag. „Heb ik dat meegekregen? Er is zo veel langs mij heengegaan.” Later: „Oh ja! Dan gingen ze even op internet rondspeuren wie wat had gedaan, en dan bleek dat ik toch meer had gedaan. Ja, zielig eigenlijk.”

Donna en Gwen waren zeventien toen ze samen in Parijs gingen wonen. In Saint Germain, een studentenwijk met kleine straatjes en barretjes. Gwen was druk met werk. Donna met uitgaan, samen met de vier andere Nederlandse modellen met wie ze samenwoonden. Ze gingen uit met model promoters, die ervoor betaald krijgen als ze modellen meenemen naar een club. „Daar hebben we veel gebruik van gemaakt.” Donna: „Dat was het moment waarop ik niet meer jaloers was op Gwen. Ik had het op dat moment zo naar mijn zin dat ik dacht: boeiend als ik niet werk.” Het was ook de tijd dat Donna aan begon te komen, en niet langer in de modellenmaten paste.

Donna: „Gwen en ik aten hetzelfde. Bij mij kwam het er gewoon sneller aan. Zij hoefde er niet zoveel aan te doen op gewoon in vorm te blijven. Ik moest terug naar Nederland, om af te vallen. Zes dagen per week, twee uur per dag sporten. Ik ben nog nooit zo’n zwetende otter geweest. Voor de New York Fashionweek was ik weer helemaal in shape. Maar als ik het vervolgens zelf moest volhouden ging het weer fout. De sportschool heb ik niet heel vaak bezocht, nee. Ik kan er nu wel om lachen, eigenlijk. Ik was het zat tegen de kilo’s te vechten, en als ik weer langere tijd weg moest van huis zat ik weer jankend in het vliegtuig.”

Geen opdrachten meer

Inmiddels is Donna al twee jaar geen model meer. Op haar bureau liggen nog wel de visitekaartjes, van de mensen die zeiden: kom eens langs bij mijn modellenbureau. „Maar ik ben eigenlijk nergens op ingegaan. Ik had altijd nog wel hoop dat ik hetzelfde als Gwen zou bereiken. Je blijft hopen dat jouw tijd nog wel komt. Maar ik heb nooit de opdrachten gehad die ik zou willen bereiken. Als ik geen tweeling was geweest had ik die Balenciaga-show misschien wel gelopen.”

Lachend: „Maar ja, ik zou Gwen voor geen goud willen missen hoor.”