Lang leve de e-reader

De vlag mag uit, want het is tien jaar geleden dat de eerste echte e-reader het daglicht zag. Op 24 maart 2004 toonde Sony zijn Librié. Gebouwd met E-Ink technologie van Philips en het MIT, een revolutionaire „truly paper-like reading experience”. Leesbaar in zonlicht, zuinig en vederlicht.

In de literaire wereld hangt de vlag halfstok. Boekketens gaan failliet, uitgevers en schrijvers klagen over de grote hoeveelheid ‘illegale’ boeken op e-readers, afkomstig uit gratis ruilnetwerken. Een schrale troost: ook zonder ruilhandel zouden de meeste boekenwinkels verdwijnen. Digitale consumenten – ook Zij Die Betalen – hoeven de deur niet uit. Platenzaken en videotheken verdwijnen, mijn krantenbezorger zal ooit de laatste ronde maken. Dan kan zijn beroep op het stapeltje van kolenboer en scharensliep. Slechts één op de tien boeken op e-readers zou betaald zijn, andere schattingen gaan uit van drie op de tien. De rest bestaat uit onbetaalde downloads. Maar niet elke download is een gemiste verkoop. Voor boeken geldt hetzelfde als voor muziek en films: je (als in u, ik, wij, internetters) verzamelt veel meer dan je daadwerkelijk gebruikt. Het oeuvre van Stephen King is in een minuut te downloaden, maar het kost maanden om je door 72 titels heen te slaan.

Tien jaar na dato, schandalig laat, heb ik de e-reader ontdekt. Ik zag ’m altijd als het bejaarde broertje van de iPad: traag, in grijstinten. Maakt niet uit, want het apparaat verdwijnt zodra je begint te lezen.

Deze week gaan er twee e-readers mee op vakantie. Een voor hem (Amazon Kindle Paperwhite) en een voor haar (Kobo Aura HD). Ze wegen niks, doen het wekenlang op één accu en zijn ook leesbaar in de Zuid-Afrikaanse zon.

Hij juichte: de afgelopen vijf maanden kocht ik meer boeken dan in de vijf jaren ervoor. Veel Engelstalig via Amazon. In Nederland kreeg ik het digitale boekenweekgeschenk cadeau. Gratis en toch legaal.

Er blijven ergernissen. Om Tommy Wieringa’s Een mooie jonge vrouw te lezen op mijn Kindle moest ik eerst het formaat omzetten met het programma Calibre. Amazon is immers zo machtig in zijn eigen ecosysteem dat het de wereldstandaard voor boeken negeert.

Nog iets irritants: als ik een papieren boek koop, wil ik er de digitale versie bij hebben. Maar dat mag niet van de Wet op de vaste boekenprijs die kortingen en extraatjes verbiedt „ter bevordering van een ruim gespreid en breed aanbod”. Dan maar elders downloaden.

De boekenbranche heeft de gratis ruilhandel grotendeels aan zichzelf te danken. Door irritante kopieerbeveiliging (al op Sony Librié) is het immers veel handiger om gekraakte e-boeken te lezen.

Gelukkig is kopieerbeveiliging al grotendeels vervangen door een sympathieker watermerk. Weer dient de muziekindustrie als voorbeeld: mp3 won het van beveiligde muziek, omdat platenmaatschappijen – Sony voorop – het luisterplezier bedierven met exotische bestandsformaten en hinderlijke restricties op cd’s.

De muziekindustrie krabbelt nu op, dankzij betaalde mp3’s en muziekabonnementen via Spotify of Deezer. Er zijn ook Spotify-achtige plannen voor boeken, maar die werken alleen met gadgets met continue internetverbinding. Een ouderwetse E-ink e-reader is daarvoor minder geschikt. Die kan wel overweg met de uitleendienst van de bibliotheken: all-you-can-read avant la lettre, met irritante beveiliging.

Zal er ooit een gezonde e-boekenmarkt komen, met tevreden lezers, schrijvers en uitgevers? De enige manier om te concurreren met ruilnetwerken: bouw net als Amazon een online-boekenkast waar je veilig kunt kopen, ruilen, lenen en grasduinen tegen bodemprijzen. Zodat je niet langer schimmige websites vol malware en vlezige pop-ups hoeft af te schuimen, op zoek naar literaire hoogtepunten.