opinie

    • Arjen van Veelen

Kunstroof

Van alle wereldleiders die ons land bezochten, maakte premier Wim Pijbes de meeste indruk op me. Vooral hoe hij in beeld sprong tijdens het fotomomentje van Rutte en Obama voor De Nachtwacht. Een fotobomb. De museumdirecteur laat vrijdag een advertentie met de foto in The New York Times zetten. Zoals voetballers na de wedstrijd altijd voor zo’n muurtje met logo’s worden geïnterviewd, zo stonden ze daar voor De Nachtwacht. Rembrandt haalde de voorpagina’s van de Frankfurter Allgemeine tot The New York Times. Laat die advertentie maar zitten. Zelden in de geschiedenis kreeg één doek zo veel aandacht. Dát is cultureel ondernemen. Fantastisch, toch?

Kunst als Holland-promotie, helemaal prima. Gebeurt wel vaker. Dutch design is ons nationale relatiegeschenk, onze sleutelhanger. Kunst zou zelfs wat politieker mogen, bijvoorbeeld als onze kunstenaars verre, enge landen bezoeken. Je bent hier al snel een kniesoor als je ergens op let. Toch had ik meer verwacht. Pijbes had bijvoorbeeld ook Portret van een Afrikaanse man van Jan Mostaert kunnen laten zien. Hij was zo trots op dat schilderij dat hij vorig jaar zelfs de VN uitgenodigde om het te bekijken. „Dit is de oudste Zwarte Piet”, zei hij over het doek.

Nu liet hij Obama schilderijen uit de zeventiende eeuw zien „die duidelijk maakten wat voor tolerante samenleving we in de Gouden Eeuw waren, hoe we openstonden voor emigranten”.

Het Rijksmuseum als Keukenhof van onze VOC-mentaliteit. Kunst als vehikel. Rembrandt als behang. Kunst als tulp. Wat me denk ik stoort is die museumshopmentaliteit, die in elk kunstwerk een koelkastmagneet ziet. Die het zicht belemmert. Probeer maar eens aan de Mona Lisa te denken, zonder te denken aan een Mona Lisa-mok.

Juist goed als kunst een vehikel is! Dat schreef de beroemde ‘filosoof’ Alain de Botton laatst. Die haakjes zijn op verzoek van kunstcriticus Fisun Güner, die deze week in The Spectator voorstelde om hem niet langer filosoof te noemen, maar zakenman. Ik hield vroeger ook van De Botton. Later als ik groot was, en kaal, wilde ik ook De Botton worden. Die liefde bekoelde toen hij radicaal de ‘Aristoteles voor economen’-toer opging. De afknapper was toen hij me op Facebook potloodsetjes met filosofische teksten probeerde te verkopen. Zo had Plato het niet bedoeld.

In zijn nieuwe boek schrijft Alain de Botton dat musea doodse bedoeningen zijn. Ze moeten zelfhulpkathedralen worden, vindt hij. Wáren musea maar doodse bedoeningen. Je kunt geen museum meer instappen of een beroemde gastcurator heeft met z’n poten aan de kunst gezeten: ‘dit schilderij is de favoriete keuze van BN’er X’.

In april is De Botton zelf gastcurator in het Rijksmuseum. Hij geeft 150 kunstwerken nieuwe bijschriften waarop staat waar ze écht over gaan. Over relatieproblemen, bijvoorbeeld. ‘Verbeter je liefdesleven met dit schilderij’. ‘Stop met roken met Kop van een skelet met brandende sigaret van Gogh’.

Kunstroof is het. Ik weet weinig van kunst. Ik weet wel dat kunst therapeutisch kan zijn. Juist daarom wil ik onbelemmerd zicht. Hoe vaak heb ik niet geduizeld in musea? Maar alleen in musea waar niemand in mijn oor tetterde, waar niemand in beeld sprong.

    • Arjen van Veelen