Opinie

    • Maarten Schinkel

Jens Weidmann praat de euro omlaag

Is het hoge woord er uit? Jens Weidmann, de topman van de Duitse Bundesbank, lijkt zijn verzet op te geven tegen het revolutionaire geldbeleid dat al jaren in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk (en al veel langer in Japan) wordt gevoerd als recept tegen de crisis: het opkopen door de centrale bank van grote hoeveelheden staatsobligaties. Daardoor drijven de centrale banken van die landen de koersen van deze obligaties op, en daalt dus de effectieve rente.

Centrale banken kunnen met hun geldbeleid normaal gezien alleen de rentes met een korte looptijd op de ‘geldmarkt’ beïnvloeden: daar zijn centrale banken juist voor. Door langlopende obligaties in te kopen en die op hun eigen balans te zetten, kunnen ze dus ook de ‘langlopende’ rentes naar beneden krijgen. Die tactiek heet ‘quantitative easing’ (QE), en slaat twee vliegen in een klap: er komt meer kortlopend geld in het financiële systeem, want daar wordt de inkoop mee betaald. En de langlopende rentes worden naar beneden gedrukt.

Het hing al een tijd in de lucht dat de Europese Centrale Bank ook nadenkt over het inzetten van dit QE-wapen. De inflatie in de eurozone is erg laag (0,7 procent) en de rente (0,25) kan eigenlijk niet verder naar beneden. En: er is al eens mee gedreigd. ECB-topman Mario Draghi zei in de zomer van 2012 „alles te doen wat nodig is” om de eurocrisis te lijf te gaan. Dat ging om een nieuw concept, de zogenoemde outright monetary transactions (OMT). Precies: het opkopen van staatsobligaties van probleemlanden (Spanje bijvoorbeeld) om de rente naar beneden te krijgen en ze zo uit een neerwaartse spiraal van hoge rentes, begrotingsproblemen en wantrouwen van beleggers te helpen. De dreiging werd zó serieus opgevat, dat Draghi OMT nooit daadwerkelijk heeft hoeven inzetten.

Duitsland heeft zich altijd tegen dit soort experimenten verzet, en de vraag of OMT legaal is werd aangekaart bij het Duitse constitutionele Hof, dat de kwestie vorige maand doorverwees naar het Europese Hof van Justitie. Dat hangt dus nog.

Dat de ECB nu plots een Duitse zegen zou krijgen om grootschalig staatsobligaties kan gaan opkopen lijkt dan ook revolutionair. Vóór Weidmann, die als baas van de Bundesbank in het ECB-bestuur zit, liet vorige week ook de vaste Duitse bestuurder van de ECB, Sabine Lautenschläger doorschemeren dat zij in principe niet tegen zo’n plan is.

Is Duitsland dus om? Eerst zien, dan geloven. Allereerst zijn er (nog) geen gemeenschappelijke euro-overheidsobligaties om te kopen, zoals in de VS of het VK of in Japan. De ECB zou dus obligaties moeten kopen van alle individuele eurolanden - mét hun individuele landenrisico.

En niet alle staatsschulden zijn gelijk. Een aankoop in land A (kleine staatsschuld in handen van relatief weinig beleggers) zou een veel sterker effect kunnen hebben dan in land B (grote staatsschuld waarvan het bezit wijd verspreid is).

Op de financiële markten werd begin deze maand verwacht dat de ECB zou hinten op de mogelijkheid van QE. Toen Mario Draghi dat op zijn persconferentie vervolgens naliet, schoot de koers van de euro omhoog tot, gewogen tegen de belangrijkste handelspartners, het hoogste peil in vier jaar. Dát was niet de bedoeling. Een sterkere munt drukt de inflatie alleen maar verder omlaag en zorgt voor een concurrentienadeel bij de exporteurs in de eurozone.

Na Weidmanns uitlatingen gebeurde er gisteren en vandaag dan ook precies het omgekeerde: de euro zakte met een halve cent tegenover de Amerikaanse dollar.

Duitsland zit, met zijn dominante exportindustrie, niet te wachten op een ijzersterke euro. En dus rijst de vraag: was Weidmanns uitspraak niet allereerst gewoon bedoeld om de euro omlaag te praten? En dan de vervolgvraag: hoe vaak kun je dit doen zonder te leveren?

    • Maarten Schinkel