Jazzsterren als kwartet veel minder spetterend

Bassiste Esperanza Spalding en saxofonistJoe Lovano Andreas Terlaak

Op festivals zijn ze vaak het minst interessant: de ‘allstar’-bands van sterren die het samen gezellig hebben en beurtelings wat in de groep gooien, maar die muzikaal weinig diepte bereiken.

Het Amerikaanse Spring Quartet, bestaand uit meesterdrummer Jack DeJohnette (71), saxofonist Joe Lovano (61), bassiste, zangeres Esperanza Spalding (29) en pianist Leo Genovese, is echter al een tijdje met elkaar op tournee. Toch bekroop je ook hierbij hetzelfde gevoel: een stapeling van briljante jazznamen is op papier aantrekkelijk, maar biedt geen garantie op een zinderend gretige uitwerking.

Het concert in het Muziekgebouw, in samenwerking met jazzpodium het BIMhuis, was een lauw avontuur van milde dissonantie en vriendelijk samenspel. Enerzijds trok het virtuozenkwartet door een stilistisch landschap van typisch Amerikaanse mainstream jazz, met voor ieder een solo en aardige uitwerkingen door vooral saxofonist Lovano met zijn alomvattende aanpak. Anderzijds waren er composities met folkloristisch materiaal die als losser zand aanvoelden. Chemie kan een effectief bindmiddel zijn, maar bladmuziek remt af.

Het grootste gemis was het verlies van de glans per individuele speler. Esperanza Spalding is de meest sprankelende zingende bassiste die je je kunt voorstellen. Nu schikte zij zich als bezadigd, vaardig begeleider in een dienende rol. Zacht en wollig waren haar aanzetten op de contrabas, met een enkel groovy thema dat werd uitgewerkt. En slechts eenmaal wist zij spanning op te bouwen met een scat van hoge noten, zacht unisono met Lovano glijdend de ballade in.

Ook drummer DeJohnette kon weinig schitteren met zijn veelzijdige ritmische benadering. Zich secuur werkend door de stukken van de band, was er van extatische uitbarsting geen sprake, al was het klankenpalet wel breed. De zang die hij liet horen was pijnlijk vals. Het gelukkigst leek pianist Genovese, de minder bekende speler in dit bijzondere gezelschap. Zijn patronen waren van een onbekommerde welsprekendheid.