Geert is geen Hitler, maar Gordon Gekko

Regelen is in principe een neutraal werkwoord voor iets in orde maken of, als het om carburateurs of thermostaten gaat, iets zo afstemmen dat het werkt. Regelgeving is een onmisbaar instrument in een moderne samenleving: om bedorven voedsel te weren, de geluidsoverlast te normeren en nog veel meer. Een regelneef daarentegen – een van de vele prachtige neologismen van Koot en Bie – is een bemoeial, een bedilzuchtig persoon, een weinig positieve term, maar nog steeds relatief onschuldig. Regelen kan helaas afglijden tot ritselen, iets wat op de grens van het toelaatbare ligt, maar meestal verwijst het toch naar een zekere handigheid, naar de juiste contacten hebben, de weg weten, uiteraard het liefst de kortste weg. En vooruit, ook wel eens de weg die niet helemaal het daglicht verdraagt.

Met zijn antwoord op de scanderende massa van PVV-aanhangers, een week geleden, heeft Geert Wilders het woord regelen echter definitief zijn dodelijke lading gegeven. „Minder Marokkanen!”, eiste de zaal. Wilders, met een minzaam glimlachje: „Dan gaan we dat regelen.” Het is dat woordje, regelen, dat bij mij nog de meeste verontwaardiging teweeg brengt. Dat pseudo-koninklijke meervoud, met dat korte, bijna wegwerpende woord regelen, toont Wilders niet alleen zoals gebruikelijk zijn discriminerende intenties, maar ondermijnt hij de democratie zelf.

In een democratie regelt men per definitie juist niet. Men consulteert, overlegt, maakt wetten, besluit, voert uit, legt verantwoordelijkheid af en toetst, allemaal volgens van tevoren vastgelegde regels van transparantie. De democratische staatsvorm is gebaseerd op het tegendeel van regelen. Wie gaat regelen, opent de deur naar duistere praktijken van willekeur en omkoperij. Wie gaat regelen, stelt zijn belang boven dat van anderen. Wie regelt, maakt zijn eigen regels en weigert die van anderen te erkennen. Wie regelen wil in een democratie, moet dat dus in het geniep doen en loopt het risico dat dingen niet meer in de doofpot kunnen worden gestopt. Vanuit het perspectief van dit soort ‘regelen’ ligt tussen de bouwfraude en het annexeren van de Krim slechts een glijdende schaal. In beide gevallen gaat het om autocratisch handelen. Wie er eenmaal gevoelig voor is, ziet hoe het woord regelen ook in andere landen wordt gebruikt in pejoratieve zin. De Fransen spreken bijvoorbeeld over „cela s’arrange” (dus in de daar gebruikelijke passieve vorm).

Wilders weet net zo goed als wij allemaal dat het aantal Marokkaanse Nederlanders van zijn leven niet ‘te regelen’ valt, juridisch noch praktisch, maar wekt willens en wetens de indruk dat dat wel kan. Daarmee suggereert hij dat er andere wegen te bewandelen zijn voor leiders die de ambitie hebben zich van wetten en regels niets aan te trekken. Een dergelijke ondemocratische opstelling is een gotspe. Door verschillende commentatoren is de vergelijking gemaakt met Hitler en Goebbels (wat om veel redenen onzinnig is), maar zulke zware middelen hoeven niet in de strijd geworpen te worden. Het ligt veel meer voor de hand de uitspraken van Wilders te vergelijken met autoritaire leiders van beursgenoteerde bedrijven uit de laatste decennia van de vorige eeuw, zij het zonder hun materiële ambities. Zonder uitzondering kwamen de Gordon Gekko’s in een neerwaartse spiraal van arrogantie, narcisme, ongevoeligheid voor afwijkende opinies en machtsmisbruik. Hoe dichter bij het einde, hoe grover de middelen.

Mogelijk heeft Wilders definitief zijn hand overspeeld. Maar het risico van ondemocratische arrogantie is niet voorbehouden aan extreem rechts. Laat de les van de gevaren van het eenzijdig regelen gehoord worden door allen die de neiging hebben de democratie, die logge en steeds lastiger staatsvorm waarvoor echter geen alternatief bestaat, een stapje voor te zijn.

    • Louise O. Fresco