Fijnzinnige film over pijn van het verleden

Net op het moment dat de jonge novice Anna haar gelofte wil afleggen, krijgt zij het verzoek langs te gaan bij Wanda, de zus van haar moeder en haar enige familielid. Als Anna zich bij Wanda meldt, windt zij er met haar karakteristieke directheid geen doekjes om: de op jonge leeftijd aan de nonnen afgestane Anna is van joodse afkomst en heet eigenlijk Ida Lebenstein. Wat er precies in het verleden is voorgevallen, daar draait het om in Ida, de eerste Poolse film van de in Engeland opgegroeide Pawel Pawlikowski – bekend van stemmige juweeltjes als Last Resort en My Summer of Love.

Hoewel Pawlikowski in interviews zegt dat hij geen morele film wilde maken, gaat Ida overduidelijk over het antisemitisme dat in Polen ook na de Tweede Wereldoorlog nog aan de orde van de dag was. In meerdere scènes in de film gooien de Polen hun deuren dicht of keren ze zich van Ida en Wanda af zodra ze horen dat zij joods zijn. De zoektocht naar het lot van Ida’s familie voert de twee naar het dorp waar Ida is geboren. Naast vijandigheid stuiten ze hier ook op stilzwijgen. Maar de felle gedreven Wanda, een stalinistische onderzoeksrechter, krijgt de waarheid uiteindelijk boven tafel.

Ida toont meesterschap in meer dan alleen de uitwerking van het belangwekkende thema. Pawlikowski schildert met veel gevoel voor de psychologie van zijn boeiende personages hoe verschillend de vrouwen ondanks hun familieband zijn. Zo verhult het assertieve gedrag van de kettingrokende, drinkende en manzieke Wanda maar nauwelijks haar bodemloze pijn. In haar cynisme doet ze er alles aan om het geloof van haar nichtje aan het wankelen te brengen.

Wat vooral imponeert aan Ida is Pawlikowski’s fantastische visuele stijl. Hij fotografeerde de film in fraai zwart-wit, in het oude, bijna vierkante 4:3-formaat, met een – behalve in de slotscène – statische camera. Daarmee maakt hij kalme en tegelijkertijd zeer spannende beeldcomposities, met vaak veel ruimte rondom de personages. Dat is niet alleen grafisch prachtig, maar onderlijnt ook de gevoelens van uitsluiting en eenzaamheid van Wanda en Ida. Hun nietigheid in het Poolse landschap wordt zo een ontroerend beeld voor het lot van veel Poolse joden.