Eerst chirurg, nu bierbrouwer

Bierbrouwerij Gulpener is familiebedrijf van het jaar // Directeur in spe Jan-Paul Rutten (39) was eerst chirurg

illustratie veronique de jong

Wie een biertje bestelt, krijgt vaak automatisch een pilsje. Maar een goede ober zou je eerst vragen wát voor bier je wilt, vindt Jan-Paul Rutten (39). „Zelf hou ik van krachtig bier, ietwat bitter.” Speciaalbier Château Neubourg bijvoorbeeld, heel toevallig zijn eigen bier.

Eind dit jaar wordt Rutten directeur van de Limburgse bierbrouwerij Gulpener, een familiebedrijf dat al sinds 1825 bestaat. Het Nederlands Centrum voor het Familiebedrijf riep Gulpener vorige week uit tot ‘familiebedrijf van het jaar’. De jury prees de manier van verantwoord en duurzaam ondernemen (ze gebruiken regionale producten voor het bier) en de manier waarop de opvolging is geregeld.

Je bent eigenlijk chirurg.

„Mijn vader vond altijd dat een familiebedrijf niet per se door een familielid hoeft te worden aangestuurd. Ze lieten me vrij in mijn keuzes, en ik wilde chirurg worden. Toen ik aan het eind van mijn studie werd gevraagd zitting te nemen in de raad van commissarissen, begon ik steeds meer interesse te krijgen. Uiteindelijk besloot ik om nog een jaar naar Nepal te gaan als arts, en daarna het bedrijf over te nemen.”

Heb je nu nog wat aan je opleiding?

„Mijn snijvaardigheden natuurlijk niet, maar een opleiding als arts vormt je wel. Als chirurg kun je je maar weinig fouten permitteren, ik werk daarom heel gestructureerd en let op details. Ik heb veel reacties gehad op mijn beslissing om te stoppen, sommigen vonden het doodzonde van mijn opleiding. Ik snap die emotie wel, maar zolang niet alle chirurgeren bierbrouwer gaan worden blijft het een uitzonderlijke situatie. Mensen veranderen.”

Hoe wen je aan je nieuwe functie?

„Ik volg nu een tweejarig managementproject om meer inzicht te krijgen in het bedrijf. Dat werd ook geprezen door de jury van de prijs. Ik begon met helpen bij de productie, zoals het bierbrouwen en met de vrachtwagen de cafés afgaan. Daarna ben ik een tijd vertegenwoordiger geweest. Eind dit jaar word ik directeur, dus vanaf nu loop ik mee op directieniveau. Mijn zus heb ik gevraagd om in het bedrijf te komen, als hoofd communicatie. Zij werkte in Amsterdam op een communicatiebureau en valt nu onder mijn verantwoordelijkheid.”

Is dat niet moeilijk, met je zus werken?

„We hebben er allebei totaal geen probleem mee. Ik ken alle werknemers goed, de meesten hebben me zien opgroeien. Zo groot is het bedrijf niet, we hebben 55 medewerkers. Dat voelt juist vertrouwd, je werkt met korte lijntjes en weet wat je aan elkaar hebt. Er is geen ellebogenwerk. Tegelijkertijd maakt zo’n familiebedrijf het wel moeilijker om dingen te veranderen. Alles gaat hier al decennia en generaties lang op dezelfde manier. Zodra ik op de directiestoel zit, wil ik meer aandacht vragen voor onze zestien speciaalbieren.”

Drink je soms bier van de concurrent?

„Als ik op een receptie ben waar ze geen Gulpener hebben, ben ik niet zo beroerd dat ik geen bier van collega’s drink. Maar liever natuurlijk mijn eigen bier. Dat is het voordeel: ik hang niet de hele dag boven de ketel te brouwen, dus ik heb elke dag wel zin in een biertje.”

    • Charlotte van ’t Wout