De keurmeester eet zijn eigen vlees niet meer

Vandaag verschijnt een rapport over de veiligheid van ons vlees Marcel van Silfhout publiceerde deze maand een boek over dit onderwerp Conclusie: toezichthouder NVWA is kapotbezuinigd

Marcel van Silfhouts boek Uitgebeend is volgens voormalig Ombudsman Alex Brenninkmeijer „een indringend onderzoek”. Foto ANP

Je gaat uit eten. Voelt het ’s nachts rommelen in je buik. En een paar uur later ben je ziek.

Een voedselinfectie. Het overkomt ieder jaar honderdduizenden Nederlanders. Het eten van een besmet stukje vlees of vis kan ernstige gevolgen hebben voor je gezondheid.

Waarom gebeurt dit eigenlijk zo vaak? Is het vlees dat we eten wel veilig genoeg? Vandaag brengt de Onderzoeksraad voor Veiligheid een rapport hierover uit. Het paardenvleesschandaal was vorig jaar aanleiding om het onderzoek in te stellen. In heel Europa bleken bedrijven paard als rund te verkopen. Deze fraude was de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) geheel ontgaan.

En dat is geen toeval, zegt onderzoeksjournalist Marcel van Silfhout. Hij deed op verzoek van Pieter van Vollenhoven onderzoek naar de wijze waarop Nederland zijn voedsel in de gaten houdt en publiceerde er deze maand een boek over: Uitgebeend. Van Silfhout sprak zo’n honderd voedseldeskundigen en inspecteurs en keek ook mee in slachthuizen. Zijn conclusie: toezichthouder NVWA is „kapotbezuinigd” en slaagt er niet in de voedselindustrie goed te controleren. Van Silfhout waarschuwt zelfs voor een „voedselramp” als de inspectiedienst blijft werken zoals het nu doet.

Hoe ernstig is de situatie? Kunnen we nog wel rustig naar de supermarkt voor een stukje vlees?

Marcel van Silfhout: „Vlees is de boosdoener. Tweederde van alle voedselinfecties komt van vlees. Dat is niet gek: je hebt het over levende beesten, daar horen nu eenmaal bacteriën bij. Waar het om gaat, is dat we het proces van vleesverwerking zó beheersen dat de kans op besmetting minimaal is. En dat lukt nog niet genoeg.”

Want?

„Nederland is de tweede voedselproducent ter wereld. Ons voedsel gaat de hele wereld over. En overal gelden weer andere regels. Duizenden protocollen, richtlijnen en certificaten lopen door elkaar heen. We hebben een onmogelijk ratjetoe aan toezicht gecreëerd.”

Is dat ook de oorzaak van de recente voedselschandalen met paardenvlees, salmonellazalm en ‘poepvlees’?

„De NVWA hoort in de gaten te houden of op een deugdelijke manier voedsel wordt geproduceerd. Maar dat lukt ze niet. Jaar op jaar is er bezuinigd op die organisatie. Van de duizend inspecteurs die er waren, zijn er zo’n driehonderd overgebleven. In 2008 lag een notitie bij de minister waarin stond dat de NVWA haar kritische ondergrens had bereikt. Toch werd wéér een bezuiniging opgelegd. Toen heeft de NVWA gezegd: vanaf nu richten we ons alleen nog op voedselveiligheid. Controles op eerlijke handel waren geen prioriteit meer. Dan moet je als politiek niet raar opkijken als daarna grootschalige fraude met paardenvlees aan het licht komt.”

Het paardenvleesschandaal had eerder ontdekt kunnen worden?

„Absoluut. Je beent een toezichthouder uit, net zo lang totdat hij geen tijd meer heeft om te letten op fraude. Daarmee verlies je als overheid het zicht op de hele voedselveiligheidssector.”

De NVWA legt de schuld neer bij vleesproducenten. Die zouden bewust op zoek zijn naar ‘de grenzen van de wet’ en te weinig ethisch besef hebben.

„Vlees is een vechtmarkt geworden, alles is gericht op een zo laag mogelijke prijs. In sommige gevallen ligt vlees zelfs onder de kostprijs in de supermarkt. Dat leidt tot ontsporingen. Het gaat dan niet meer om smaak en kwaliteit, maar om kiloknallers. Zo zitten er steeds vaker antibioticaresistente bacteriën op vlees, waardoor we vatbaarder zijn voor allerlei ziekten. We zijn uit het oog verloren dat vlees geen fabrieksproduct is, maar een dier is geweest.”

Waarom zijn we dat vergeten?

„Ons contact met het dier is weg. Ze staan in dichte stallen, worden vervoerd in dichte veewagens en geslacht op anonieme massaslachterijen. Er is sprake van vervreemding. Ons respect voor het dier is verloren gegaan omdat we hem niet meer zien.”

Toch hebben die massaslachterijen hun zaken het beste op orde, schrijf je.

„Op het gebied van voedselveiligheid is het daar goed geregeld. Ze moeten wel. Want áls het daar misgaat, heb je meteen een megaramp in voedselopzicht. Die angst voel je op zo’n slachterij.

„Wel vind ik het raar dat VanDrie [wereldleider op het gebied van kalfsvlees, red.] kalveren uit heel Europa Nederland in sleept. Waarom slachten ze die kalveren niet gewoon in de landen van herkomst? Dat zou veel veiliger zijn. In Litouwen is laatst Afrikaanse varkenspest geconstateerd. Zou een kalf die bacterie meenemen naar Nederland, dan is het hier einde oefening. Dan gaan de grenzen voor ons exportvlees op slot, moet er worden geruimd en is het consumentenvertrouwen weg.”

Durf jij nog wel vlees te eten na het schrijven van dit boek?

„Ik heb inderdaad minder trek in vlees gekregen. Ik houd best veel van filet americain, maar dat laat ik nu liever staan, omdat veel inspecteurs van de NVWA het ook niet durven eten. Dat is toch heel merkwaardig? De keurmeester die zijn eigen vlees niet eet – volgens mij zegt dat alles over de huidige staat van de vleesindustrie.”

    • Andreas Kouwenhoven