Wat we gisteren zagen (en wat dat betekent)

Een Amerikaanse president en een Nederlandse premier, hoe gaan die met elkaar om? // Als vrienden // Het was een ochtend vol kleine signalen

Een klopje op de schouder, Amerikaanse presidenten doen het graag bij hun Nederlandse collega’s. Bush deed het met losse pols, vier klopjes, op een schuchtere Balkenende, bij diens bezoek aan het Oval Office in 2003. Gisteren deed Obama hetzelfde, twee klopjes, bij zijn begroeting met Rutte in het Rijksmuseum.

Zou het andersom kunnen, Ruttes hand op de schouder van Obama? Nee. „Dat moet hij zeker niet doen”, zegt Bertjan Verbeek, hoogleraar internationale betrekkingen in Nijmegen. „Alsof je de baas bent over de VS. Dat beeld wil je niet uitstralen.”

Diplomatie is belangrijker dan ooit. De wereld telt steeds meer landen en al die landen zijn economisch in toenemende mate verstrengeld. Politiek bedrijven is zo eenvoudig niet meer. Het wapengekletter tijdens de Koude Oorlog heeft plaats moeten maken voor tact, dialoog. Het draait nu om verfijnde diplomatie, met de nucleaire top in Den Haag als hoogste podium. „Hier vindt maximale communicatie plaats”, zegt Jan Melissen, diplomatiedeskundige bij Instituut Clingendael.

Het voorproefje zagen we gisteren toen Obama met zijn Air Force One, The Beast én Marine One neerstreek in de Hollandse polder. Met ontzag keek ook de commentator van de NOS minutenlang naar het shot van een opengeslagen vliegtuigdeur. „Zou Obama ook zijn eigen vliegtuigtrap hebben meegenomen?”

Obama wilde energie overbrengen

Een soepel afdalende Obama opende even later het diplomatieke spel. Obama oogde levendig, opgewekt, niet plechtstatig. Hij toonde „ontspannen vitaliteit”, zoals emeritus hoogleraar gedragsbiologie Jan van Hooff dat noemt. „Obama wilde energie overbrengen, optimisme.” Ondanks de lange vliegreis oogde het alsof Obama de volledige controle had. „‘Ik beheers deze situatie’, straalde hij uit. Ook dat is machtsvertoon.”

Achter de daaropvolgende landing met zes helikopters op het Museumplein moeten we niet te veel zoeken, zeggen de drie analisten. Al die poespas is nu eenmaal nodig voor de veiligheid. „Amerika is sinds 2001 nu eenmaal getraumatiseerd”, zegt Melissen. Al is het onbedoelde effect – machtsvertoon – natuurlijk mooi meegenomen. Een mooi harnas, zegt Van Hooff, bood in de riddertijd bescherming, maar het toonde óók dat de drager zich veel kon permitteren. „Met zo iemand wil je vriendjes zijn.”

En dat wilden we gisteren, zo leek het. Minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans moest er zelfs van blozen, ging rond op Twitter. Waren we net zo trots geweest als de Chinese president Xi Jinping met zijn luchtmacht midden in onze hoofdstad was geland?

„Met de VS voelen we meer cultureel verwantschap dan met China”, zegt Melissen. „Kijk naar de feestjes hier bij presidentsverkiezingen.” Het viel hem op dat Obama ondanks alle kritiek op zijn buitenlandbeleid werd binnengehaald als een filmster, ook door de Nederlandse media. „Blijkbaar zien we Obama toch nog graag ook als een leider van ons.”

Het belang van vriendschap

De liefde is wederzijds, bleek gisteren. Obama’s hand na het laatste klopje op Ruttes schouder bleef er langer op rusten dan bij de interstatelijke ontmoeting in 2003. Amerika, zegt Melissen, heeft Europa nu harder nodig dan tien jaar geleden. „Obama’s Aziëbeleid is niet gelukt, waarna alle aandacht naar het Midden-Oosten ging. Maar nu, vanwege Rusland, is Obama echt weer met Europa bezig.”

Het benadrukken van de vriendschapsbanden stond daarom gisteren centraal – bij het handen schudden hield Rutte zelfs even de pols van Obama vast. Die nadruk op verbondenheid zag je in alles terug, zegt Verbeek. Amerikanen houden van zeventiende-eeuwse kunst, Vermeer in het bijzonder, dus zag Obama het Rijksmuseum. De gedeelde geschiedenis werd benadrukt door het tonen van de Acte van Verlatinghe, de Nederlandse onafhankelijkheidsverklaring waarop de Amerikaanse is geïnspireerd.

En ook de openingszin van Obama op Schiphol – „Good morning, sir, I love your country” – bevestigt die verbondenheid. Allemaal kleine signalen, zegt Verbeek, waarin de subtekst luidt: ‘ik waardeer wat Nederland in internationale politiek doet’.

In diplomatieke termen heet het Nederlandse charmeoffensief ‘soft power’. Door te benadrukken dat je hetzelfde bent en hetzelfde wilt, oefen je invloed uit, zegt Verbeek. Zo is een groot belang voor Nederland dat de VS later Nederland zullen aanbevelen bij de West-Europese landen als geschikt niet-permanent lid van de VN-Veiligheidsraad. „Door soft power hoop je dat de ander meer genegen is om aan jouw belangen te denken.”

En dan helpt het dat Rutte en Obama op ‘first name-basis’ zijn. Mark zegt ‘Barack’, en Barack zegt ‘Mark’. Niet alle landen doen dat, zegt Verbeek. Zou je bijvoorbeeld ‘Vladimir’ tegen Poetin zeggen, dan wek je de suggestie dat de band zo goed is dat je ook open staat voor zijn politiek. „Dat is risicovol.”

‘We’ mogen dus ‘Barack’ zeggen, hij wist zelfs dat we goed konden schaatsen. Nederland was verblind, zo verblind dat niemand de binnenkomst van Elio Di Rupo, de Belgische premier, nog heeft gezien. Hij reisde gewoon per trein.

    • Freek Schravesande