Wat maakt ons een aantrekkelijk land?

Tjonge, jonge, handelscontracten met China ter waarde van wel 1,5 miljard euro. Fan-tás-tisch. Een euro per Chinees. Laten we de verhoudingen even omdraaien: Chinese gezagsdrager komt thuis met Nederlandse contracten ter waarde een euro per Nederlander. Da’s nog geen 20 miljoen. Zou dat het Chinese Achtuurjournaal halen? En hoe? Als positief nieuws? Of omkleed met de excuses van een mislukte missie?

De vergelijking is natuurlijk een beetje flauw, maar niet meer dan een beetje. De wereld is nu eenmaal groot, Nederland is niet klein, maar 1,5 miljard euro is in economie van supermacht-in-wording klein geld.

De waarde van een persconferentie van de Amerikaanse president vóór De Nachtwacht doet meer aan Hollandpromotie (sorry, rest van Nederland) dan die 1,5 miljard. Amsterdam heeft het afgelopen jaar gezien wat voor magneet de geopende musea op het Museumplein zijn, het Rijksmuseum voorop. Topjaar voor toeristenbezoek, voor Schiphol en in het verlengde daarvan goed voor de stad, de Zaanse Schans, de horeca, hotels, taxi’s en waarschijnlijk ook voor Air France-KLM. Me dunkt dat de opbrengsten daarvan uitstijgen boven de financieringsovereenkomst met de Bank of China die president-directeur Camil Eurlings van KLM afgelopen weekend met zoveel verve op de tv kreeg, alsof KLM een zelfstandig Nederlandse bedrijf is. Niet dus.

Maar er is nog meer te vieren dezer dagen. Twee weken geleden publiceerde het Netherlands Foreign Investment Agency, dat gelieerd is aan het ministerie van Economische Zaken, de nieuwste peilingen.

Wat zetten buitenlandse ondernemers bovenaan als zij de vraag moeten beantwoorden hoe zij de voordelen van ons vestigingsklimaat moeten uitleggen aan anderen?

Een hint...? Nederland is, zo heeft de Tweede Kamer per motie uitgesproken, geen belastingparadijs.

En wat staat bovenaan? 1. Fiscaliteit. 2. Infrastructuur/logistiek.

3. Hoog opgeleid personeel.

Het algemene rapportcijfer is 7,9. Mensen geven natuurlijk gemakkelijk politiek correcte antwoorden en overdrijven nog wel eens in dit soort onderzoeken, maar de uitkomsten liggen wel hoger dan in peilingen in 2010 en 2006.

Natuurlijk is fiscaliteit meer dan een belastingparadijs, althans voor wie een paradijs ziet als een land met extreem lage tarieven. Daar heeft Nederland een nuchtere middenpositie. De combinatie van redelijke tarieven, belastingverdragen met bijna de hele wereld en de mogelijkheid van concrete afspraken vooraf met de Belastingdienst is kennelijk een hoge score waard.

Interessanter is dat buitenlandse investeerders ons zien zoals het kabinet de economie ook ziet: als een verzameling conventionele wijsheden die gebaseerd zijn op het verleden. Zoals het kabinet graag het topsectorenbeleid naar voren schuift onder het motto: bij die bedrijven gaat het gebeuren, want daar gebeurt het nu ook al. Zo kijken buitenlandse bedrijven ook naar ons. Ze komen niet naar Nederland vanwege zoiets ongrijpbaars als innovatie (nummer acht bij de relevante vestigingsfactoren). Innovatie laat zich niet afdwingen, laat zich niet regelen, laat zich niet máken.

Wíj kunnen wel van mening verschillen over nut en noodzaak van de lerende economie, zoals denktank WRR z’n advies over de toekomst van de economie doopte, maar in het buitenland zien ze onze aantrekkingskracht in onze betrouwbare maakbaarheid: fiscale regels, infrastructuur. Mensen spreken betrouwbaar Engels, je vindt makkelijk de weg van de ene gate naar de andere en je kunt tax-free winkelen. Leve Nederland Schipholland.

    • Menno Tamminga