‘Voor een zanger gaat hart boven verstand’

De Ierse zanger Luka Bloom, zaterdag in Carré, zingt het liefst covers. „Dan kan ik me toeleggen op het zingen en zit het persoonlijke puur in de voordracht."

Foto Dean Tirkot

Is het pop of is het folk? Luka Bloom houdt niet van genreaanduidingen. In 1992 vertolkte de Ierse zanger een fraaie akoestische versie van LL Cool Jay’s hiphop-hit I need love. Ook ABBA’s Dancing Queen en Elvis Presley’s Can’t help falling in love maakte hij zich eigen. Anders dan zijn oudere broer Christy Moore, die zich strikt houdt aan traditioneel folkrepertoire, verkiest Bloom een bredere muzikale horizon. „Hiphop is óók folkmuziek. Het vertelt over gebeurtenissen en vertolkt gevoelens uit het echte leven. Niet het genre, maar de inhoud van songs interesseert mij. Word ik geraakt door een tekst en kan ik er iets eigens aan toevoegen? Dan past zo’n lied op mijn setlist.”

Luka Bloom (58), geboren als Barry Moore in het Ierse graafschap Kildare, stelde zijn pseudoniem samen uit de song Luka van Suzanne Vega en het personage Bloom uit Joyce’s Ulysses. Het cliché is waar, zegt hij: „Ieren zingen meer en uitbundiger dan anderen. Mijn ouders wilden liever dat ik dokter of advocaat was geworden, zeker nadat ze al een zoon hadden verloren aan het onzekere artiestenbestaan. Maar het bloed kroop waar het niet gaan kon.”

Veertien studioalbums maakte hij tot nu toe. De nieuwste, Head & Heart, is opnieuw een samenstel van eigen songs en persoonlijke interpretaties van nummers van anderen. Tussen Bob Dylans Every grain of sand en Don McCleans And I love you so is de traditional Danny boy een opvallende keuze, juist omdat het de meest gecoverde evergreen uit het Ierse nostalgische repertoire is. „Het is bijna uit protest dat ik het opgenomen heb, omdat het nummer vaak zo slecht vertolkt wordt. Danny boy is een song over verlies, droefenis en eenzaamheid. Geen lied om met stemverheffing te zingen, maar dat is wat bijna iedereen doet. Ik heb er weer een klein liedje van gemaakt, zoals het bedoeld is.”

Na drie albums met zelfgeschreven songs vond hij de tijd rijp zich weer aan andermans materiaal te wagen. „Het begon met My wild Irish rose, een traditional die ik anderen hoorde zingen en die mij terugbracht naar mijn Ierse roots. Als ik covers zing kan ik me beter toeleggen op het zingen alleen. Bij een zelfgeschreven tekst denk je tot op het laatste moment na over woordkeuze en rijmschema: loopt het lekker, heb ik gezegd wat ik wilde zeggen? Een nummer van Bob Dylan is wat het is; daar mag je niet aan morrelen. Het persoonlijke element zit hem puur in de voordracht. Voor een zanger als ik, gewend om solo te zingen, is dat de grootste uitdaging. Het enige dat werkelijk van mij is, is de persoonlijke expressie.”

Het titelnummer van Head & Heart staat op naam van John Martyn, de Engelse folkrocker die eind jaren zestig begon als geestverwant van Nick Drake en Fairport Convention. „Die zogenaamde Britse folkexplosie was van doorslaggevend belang voor mijn muzikale ontwikkeling. Terwijl mijn leeftijdgenoten naar de Beatles en de Stones luisterden, zat ik teksten van Nick Drake en John Martyn uit te pluizen. Hun akoestische revolutie sprak mij veel meer aan dan de elektrische gitaren uit de rock-’n-roll. Bert Jansch, Ralph McTell en John Martyn maakten het hip een akoestische gitaar op te pakken en er vijf uur per dag op te studeren. Het is hun verdienste dat ik misschien wel vijfduizend liedjes in mijn hoofd heb die ik allemaal kan spelen, en dat ik zelf songs ben gaan schrijven.”

Voor een zanger is het hart belangrijker dan het hoofd, vindt Bloom. „De passie, de honger, het gevoel: ze komen allemaal uit het hart. Ik hoop dat ik de toets der kritiek kan doorstaan als verhalenverteller, maar ik ben geen groot intellectueel die filosofische denkbeelden deelt met het publiek. Ik woon in de songs die ik zing. Als ik alleen op dat grote podium van Carré sta, gun ik het publiek een kijkje in mijn interieur.”

    • Jan Vollaard