Column

Voor de fun

Links: Ontwerp voor het Second Livestock-kippenhok met cilinders.Rechts: De virtuele wereld waarin Second Livestockkippen leven.

Misschien, het is niet te hopen, worden er nog eens gedachtenlezers uitgevonden, vernuftige apparaatjes waarmee de gedachten van de mens ongecensureerd kunnen worden geregistreerd – ook zonder zijn toestemming. Het zou het einde van alle privacy betekenen, maar voor de journalistiek in het algemeen, en deze column in het bijzonder, zou het een uitkomst zijn.

Ik hoef maar een menselijk hoofd uit te zoeken, mijn apparaatje aan te zetten en daar hebben we weer een column. Voor de exclusiviteit zou het uiteraard wel beter zijn als alleen columnisten zo’n gedachtenlezer krijgen.

Vooral gisteren, toen Obama als een engel uit de hemel in Amsterdam neerdaalde, zou ik graag de beschikking over zo’n ding hebben gehad. De president staat urenlang vriendelijk te glimlachen tussen al die knipmessende mensen, maar wat zou er nou werkelijk in hem zijn omgegaan? Ik waag een poging iets uit zijn bewustzijnsstroom op te vissen.

„Niet te stijf die vliegtuigtrap af, beetje losjes en ontspannen, maar god, wat heb ik er weinig zin in…ik vraag me weleens af…wanneer krijg ik weer eens rust, wanneer mag ik weer een goed boek uitlezen…wanneer kan ik weer met Michelle gewoon de stad in, hapje eten, filmpje pakken…maar laat ik me nou concentreren, hoe heet die minister ook weer die me straks onderaan de trap staat op te wachten, een vriendelijk baasje met een bril, dat is toch de man tegen wie ik moet zeggen dat ik dol ben op zijn land, ook al heb ik er dan pas twee stappen gezet?”

„Had ik niet nog even naar de wc moeten gaan? Shit, nu is het te laat, vooruit maar…Daar heb je ’m…ben ik toch weer z’n naam kwijt, was het niet Fréns of zoiets…nou ja, ik vermijd het maar een beetje en ik geef ’m een stevige hand met zo’n kneepje met mijn linker, dan zijn de mensen al heel blij…Kan ik hier even rondkijken…natuurlijk niet, hup de heli in…knus landje van bovenaf, huisjes, slootjes…”

„Wow, eindelijk in Amsterdam…schijnt een mooie kleine wereldstad te zijn…kon ik maar even een straatje om, op m’n gemak met een groepje assistenten, zoals Bill toen hij geen president meer was…hoe zou het trouwens met Hillary zijn, wil ze me nog steeds opvolgen, en waarom eigenlijk, ze weet toch dat je leven één groot protocol wordt met de godganse dag allerlei weirdo’s om je heen….”

„Ah, we zijn er al, krijg ik toch nog een hapje frisse lucht, twee zelfs…waarom niet even naar dat museum gelopen, mocht natuurlijk weer niet…en daar hebben we, hoe heetie…Roete…hij zegt al ‘Barack’ tegen me, alsof we gisteren nog hebben gebasketbald...hij is nogal nerveus…hoeft niet jongen…we komen er wel uit…het Engels van die Fréns was trouwens beter….en daar hebben we de mayor, hij is een beetje verlegen…en wie is dat grappige kereltje…directeur van het Raiks…maar ik ga liever even met die kinderen kletsen, dat zijn de enige wezens die nog een beetje normaal tegen me doen…ik zie Malia Ann en Sasha eigenlijk veel te weinig…”

„Prachtige schilderijen…het is bizar dat ik de eerste Amerikaanse president ben die ze wil zien…als die directeur even zijn kop houdt, kan ik er wat rustiger naar kijken…moet ik nu alleen met Roete in een kamertje over de Oekraïne lullen…had dat niet beter in The Hague gekund, ik kwam hier toch voor de fun…wil die directeur ook nog met me op de foto, hij grijpt me zowat vast, het moet niet te gek worden!...Anyway, big smile.”

Frits Abrahams