Ruud Lubbers: mijn nucleaire saga

‘Nee’ tegen kernwapens in Europese niet-kernwapenstaten maar ‘ja’ tegen kernenergie, betoogt Ruud Lubbers.

Nu de Nuclear Security Summit (NSS) in Den Haag is begonnen, wil ik graag enkele ervaringen met u delen die mijn huidige visie op nucleaire veiligheid hebben gevormd.

In 1975 begon ik, als jonge minister van Economische Zaken en Energie, in Petten het Nederlands Energie en Nucleair Onderzoekscentrum. Kort daarna bleek er in het Nederlandse onderdeel van Urenco een Pakistaanse spion, genaamd Khan, te werken. Urenco was een samenwerking tussen Nederland, Groot-Brittannië en Duitsland om het zogenoemde Kistemaker-procédé voor de verrijking van uranium tot een commercieel succes te maken.

Dit vuiltje, de spion dus, moest overgelaten worden aan de Britse en Amerikaanse inlichtingendiensten. Eerlijk gezegd bleken die diensten jaar in, jaar uit, geheel gericht te zijn op het verzamelen van inlichtingen en totaal niet op het nemen van enigerlei actie om het ‘Khan-netwerk’ daadwerkelijk aan te pakken. Zodoende kwam het in een aantal subversieve landen tot niet-gecontroleerde verrijking van uranium.

De jaren tachtig werden bepaald door de Russische middellange-afstandswapens, bedoeld om West-Europese landen te ‘finlandiseren’, dat wilde zeggen: er politieke invloed uit te oefenen zonder militaire actie. Daar werd echter door president Reagan, die ik in 1983 als premier bezocht, een stokje voor gestoken. Dit leidde in 1986 in Reykjavik tot een zogenoemd nul-nul akkoord tussen hem en de breed lachende Michael Gorbatsjov. Het was het begin van het einde van de Koude Oorlog.

Reykjavik ging om kernwapenbeheersing, maar er voltrokken zich ook kernenergierampen. De eerste was het Three Mile Island-incident in de VS in 1979; de tweede vond plaats in Tsjernobyl in 1986. Net voor de verkiezingen in Nederland die Lubbers-II zouden opleveren. De toenmalige minister van Milieu, Pieter Winsemius, had de grootste moeite de Nederlandse boeren gerust te stellen over de radio-actieve wolken die naar hun boerenland dreigden te drijven.

De derde ramp – weer geruime tijd later – was de tsunami in Japan in 2011. Die schaadde ter plekke het publieke vertrouwen in kernenergie grondig en bracht Angela Merkel in Duitsland zelfs tot haar Energie-Wende.

De nucleaire saga kreeg een bijzondere wending toen George Bush jr. besloot om Irak binnen te vallen; zogenaamd omdat uit dat land nucleair gevaar dreigde. Feitelijk ging het – zo schat ik in – om het goedmaken van wat hij zag als een tekort van zijn vader, die zich tien jaar eerder bij de Koeweit-oorlog hield aan de gemaakte VN-afspraken om Saddam Hussein niet tot in Irak te achtervolgen.

Tien jaar later was het Colin Powell (de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken) die eerst op gezag van zijn president en zijn mensen, de VN en de Veiligheidsraad misleidde en vervolgens een jaar later zijn verontschuldigingen aanbood.

Dat alles werd echter overschaduwd door de gebeurtenissen van 9/11. In reactie daarop werd er door de VS besloten tot een oorlog tegen terrorisme. Het monster Bin Laden werd gevonden en gedood maar die oorlog werd voortgezet. Nu, bij de NSS in Den Haag, wordt dit Nuclear Security genoemd.

Mijn persoonlijke nucleaire saga begon in Petten maar kreeg diepte toen ik, ruim tien jaar geleden, als Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen, lid werd van de VN-familie. Daar ontmoette ik Mohammed el-Baradei, het hoofd van het Internationaal Atoom Energie Agentschap. Hij was geboeid door mijn kennis van de Khan-geschiedenis; ik door zijn kennis van Iraks werkelijke nucleaire vermogen.

In dezelfde tijd gebeurde er iets bijzonders in de VS. De politieke ‘has-beens’ Kissinger, Nunn, Shultz en Perry begonnen zich publiekelijk uit te spreken om Reykjavik (minder en minder kernwapens) voort te zetten. En dat kreeg een vervolg in Nederland toen in 2010 vier Ministers van Staat (Van der Stoel, Van Mierlo, Korthals Altes en ikzelf) zich daarbij aansloten. Deze alarmbellen – alsmede die van de Global Zero-beweging en het European Leadership Network, blijven rinkelen.

Ondertussen blijft 9/11 (en de war on terror) zijn spoor trekken. Tegelijkertijd verdient president Obama applaus omdat hij, na decennia van Koude Oorlog met Teheran, nu weer de diplomatie beproeft; een soort nieuw ‘Reykjavik’.

De top in Den Haag gaat over Nuclear Security. Ik volg het geboeid maar ik constateer ook dat deze bijeenkomst geen aandacht schenkt aan de noodzaak om nucleaire ontwapening te versnellen. Ook beschouwt ze geen juridisch bindende stappen om tot een kernwapenvrije wereld te komen. Als ‘has-been’ kan ik niet anders dan vaststellen dat Nederland er met de buurlanden Duitsland en België (en eigenlijk met alle niet-kernwapenstaten in de EU) goed aan doet een helder ‘nee’ uit te spreken tegen hier gestationeerde kernwapens.

Ten slotte nog dit. Nuclear security is een belangrijk onderwerp. Het gaat daarbij niet alleen om nucleaire wapens, het gaat ook om vreedzame toepassingen als medische isotopen voor de gezondheidszorg en de opwekking van elektriciteit. Met alle waardering voor de Energie-Wende, vraag ik mij af of het niet wijs is deze te nuanceren zodat vreedzame toepassing van ‘nucleair’ in bescheiden en goed gecontroleerde mate mogelijk blijft.