Pensioendiensten vallen vaak onder btw-vrijstelling

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: btw-vrijstelling voor financiële diensten in Europa.

Op de Europese markt zijn meer dan vijfduizend financiële producten beschikbaar, becijferde de Europese Commissie in 2008. Meer nog dan dit aantal wekte verbazing hoe de financiële dienstverleners omspringen met de belasting over de toegevoegde waarde (btw). Het leidde volgens de commissie tot onaanvaardbare verschillen en rechtsonzekerheid voor ondernemers. Voor de commissie aanleiding voorstellen te doen om de btw-behandeling te stroomlijnen. Maar de lidstaten kunnen het – al jaren – niet eens worden over die harmonisering. Zo moest de hoogste Europese rechter er aan te pas komen om een belastingruzie tussen ATP Pension Service en het Deense ministerie van Financiën te beslechten. Zijn oordeel is van belang voor de fiscale behandeling van deze financiële diensten in alle landen van de Europese Unie.

ATP verricht diensten voor bedrijfspensioenfondsen en weigert sinds 2002 btw in rekening te brengen. ATP vindt dat zijn werk (systeemonderhoud, administratie, alsmede informatieverstrekking en betalingen aan pensioentrekkers) valt onder de Europese regels, die het „beheer van gemeenschappelijke beleggingsfondsen” vrijstellen van btw. De Deense fiscus betwist dat, omdat ATP louter „technisch werk” zou doen, waarvoor geen btw-vrijstelling geldt.

Het Hof van Justitie van de EU besliste half maart allereerst dat de bedrijfspensioenfondsen waarvoor ATP werkt aan te merken zijn als ‘gemeenschappelijke beleggingsfondsen’, omdat „zij worden gefinancierd door de pensioenontvangers, het spaargeld wordt belegd volgens het beginsel van risicospreiding en het beleggingsrisico wordt gedragen door de leden van het fonds”.

Vervolgens oordeelt het hof dat de aan ATP uitbestede diensten vallen onder het ‘beheer’ van de betreffende fondsen, omdat zij „geen zuiver technische verrichtingen zijn”, maar „de rechten van de leden jegens de pensioenfondsen materialiseren”.

Kortom, de ATP-diensten vallen onder de btw-vrijstelling. Voor de precieze scheidslijn tussen wel en geen btw-plicht van financiële diensten verwijst het hof verder naar de nationale rechters in de EU-landen. Daarom valt over de financiële gevolgen voor de lidstaten nog weinig te zeggen.