Wat we gisteren niet zagen (en wat dat betekent)

Leuke man, die Obama: „Hi Mark!” „Dank u wel!” Maar als je gisteren in de buurt van het door de Amerikaanse president bezochte Rijksmuseum was, kwam Obama’s bezoek beduidend minder ongedwongen over. Niet alleen was het Museumplein hermetisch afgesloten, maar ook was de gehele omgeving aan het oog van de burgers onttrokken, door hekken met zeil eroverheen gespannen en aan één zijde van het plein zelfs met een hoge muur van wit geschilderde containers.

Midden in de stad was er een soort vacuüm getrokken, waarbinnen Obama’s bezoek zich afspeelde. De drie grijze, ongemarkeerde helikopters die een rondje maakten boven het eveneens vacuüm gezogen luchtruim boven Amsterdam, alvorens te landen op het Museumplein, kregen er iets dreigends door.

Veiligheidsmaatregelen – luidt de rechtvaardiging voor de tijdelijke verdonkermaning van een stuk stad. Niet gezien worden draagt kennelijk bij tot de veiligheid van de Amerikaanse president.

Dat zal wel. Maar hoe staat het eigenlijk met de manier waarop Obama’s spionagediensten zich inzicht verschaffen in mijn telefoon- en e-mailverkeer? Sinds Edward Snowden daarover uit de school geklapt heeft, weten we daar het één en ander van. Als het aan Obama had gelegen waren die praktijken even verborgen gebleven als zijn landing in Amsterdam gisteren.

En dan heb ik, als Nederlander en Amsterdammer, eigenlijk nog geluk gehad. Er zijn landen waar onder Obama’s leiding met behulp van bewapende drones individuen worden geliquideerd, en er bestaat nog altijd die gevangenis van Guantánamo, waarvan het functioneren ook al goeddeels aan het oog van de openbaarheid onttrokken is.

Geheimhouding, het aan het zicht onttrekken der dingen, is een machtsmiddel. Hoe meer macht, hoe meer geheimhouding. Obama’s aankomst voltrok zich in spectaculair vorm gegeven verborgenheid. Macht, dat is onbeteugeld veiligheidsmaatregelen kunnen nemen.

Er is een tijd geweest – nog niet zo lang geleden – dat de Blijde Intocht van een nieuwe vorst of een bevriend staatshoofd juist zo openbaar mogelijk moest zijn, opdat iedereen kon zien dat hij er was, en hem met vlaggetjes kon toezwaaien of toejuichen. Ook toen bestonden er al veiligheidsrisico’s – zoals bijvoorbeeld de gang van zaken te Sarajevo, honderd jaar geleden, heeft bewezen. Een zekere mate van risico werd echter onontbeerlijk geacht voor de legitimering van de macht: hoe zou de machthebber kunnen beweren met recht te regeren, wanneer hij ervan uit moet gaan dat elke ontmoeting met degenen over wie hij gezag uitoefent, voor hem fataal kan worden?

Obama’s bliksembezoek aan Amsterdam laat zien dat deze traditie op de terugtocht is, zelfs in democratieën. Voor het symbolisch tonen van de macht is het symbolisch verbergen ervan in de plaats gekomen. Het nieuwe symbool staat voor: wij hoeven u niet meer te laten zien hoe de macht wordt uitgeoefend, en misschien is het zelfs beter voor u dat u daar zo min mogelijk over weet.

    • Raymond van den Boogaard