Oma Warwar trapte de eerste baby van dochter Indra dood

Door een betere aanpak is het sterfterisico voor jongen gedaald. Amersfoort heeft nu een echte olifantenfamilie.

Het olifantje had nog niet eens een naam, toen was het alweer gestorven. Het was april 2007. In Dierenpark Amersfoort was Aziatische olifant Indra voor het eerst hoogzwanger, bevrucht door bul Sammy. In de groep woonden ook haar moeder Warwar en twee niet-verwante andere vrouwtjes. Het was na Indra zelf, de tweede olifant die in Amersfoort werd geboren.

De bevalling was, zoals altijd bij olifanten, zwaar. Als het jong eenmaal geboren is, zijn olifantenmoeders niet meteen zorgzaam. In het eerste kwartier beschermt oma de baby, als het goed is. Maar oma Warwar werd agressief. Ze trapte het kind hard. Moeder Indra, die op Warwar lette, deed een beetje mee. Al snel was het jong dood.

Olifanten in families houden is sinds tien jaar de standaard in moderne dierentuinen. Maar het laten opgroeien van jongen is een risico, merkten verzorgers overal. Te vaak werd een jong vertrapt, door gestreste moeders of familieleden. De jongensterfte onder de Aziatische olifant lag in Europese dierentuinen rond de eeuwwisseling nog boven de 30 procent. Nu is dat nog 12 procent. Doodtrappen komt zelden meer voor.

Op 10 november 2009 beviel Indra in Amersfoort van haar tweede kind. Die dag was „de spannendste dag van mijn leven”, vertelt bioloog Raymond van der Meer van Dierenpark Amersfoort. „We waren bang dat ze de moederrol verkeerd had geleerd. Maar ze deed het heel goed.” Dochter Kina groeide gezond op, en in november 2012 werd bovendien haar broertje Kyan geboren. Voor het eerst huisvest de dierentuin een echte familie. De niet-verwante vrouwtjes zijn gaandeweg verdwenen. Eén ‘tante’ ging naar een andere dierentuin, de ander stierf.

Wat gaf de doorslag? Dierentuinen zijn meer bereid om hun goede fokdieren uit te wisselen. Maar vooral: de dagelijkse omgang met olifanten is veranderd. Verzorgers hebben minder contact met de dieren: ze lopen er niet meer tussen. Jongen, ook de mannetjes, blijven liefst vijf jaar bij hun moeders.

En bij de voortplanting wordt meer aan de natuur overgelaten. Als moeders niet meteen enthousiast op hun jong reageren, wachten de verzorgers af. Van der Meer: „Vroeger was het: o, dan brengen we het met de fles groot.” Zulke jongen worden inderdaad groot, maar blijken vaak geen goede ouders. „De sociale structuur die we nu zien, is er vroeger nooit geweest.”