Column

Marcel Imam Abdul-Jabbar

Ik begon werkelijk te geloven dat ik honing aan de kont heb. Jaren zocht ik het nieuws, maar nu kwam het op mij af. Het was eigenlijk te veel om te behappen. Het Museumplein in Amsterdam, bij mij om de hoek, werd afgezet in verband met de komst van Obama, persvoorlichter Ester Bal werd ontslagen door Vitesse en gisteren toen de vriendin en ik even uitbliezen op een terrasje in de buurt van het Hoofddorpplein zagen we de gevreesde imam Abdul-Jabbar van de Ven passeren. Als trouwe kijkers van Pauw & Witteman herkenden we hem meteen.

Naast hem liep nog een moslim, eentje met een vlasbaard en een slecht gebit, waarin lukraak wat gouden tanden waren geplaatst. Dat zag ik omdat hij heel hard lachte om een grapje van Abdul-Jabbar. Wat verder opviel was dat Abdul-Jabbar een rode plastic tas van Dirk van den Broek in zijn linkerhand had.

Een kwartier later passeerden ze weer.

Uit de Dirk van den Broek-tas stak nu een stuk prei.

„Ze gaan denk ik soep maken, de imams”, zei ik tegen de vriendin, die het gezellig vindt als ik dat soort dingen zeg.

Een ochtend later besefte ik dat ik groot nieuws had laten lopen. Ik citeerde uit een stuk op de website van NRC van de hand van de door mij zeer gewaardeerde Andreas Kouwenhoven, een wat dromerig ogende collega voorzien van een goede neus voor nieuws die hij overal in stak. Nu ook weer, had hij zitten meelezen op het afgeschermde Facebookprofiel van de imam. Wat hij las, belooft niet veel goeds. Abdul-Jabbar jutte iedereen op mee te doen aan een plan om de vijanden van de islam te dwarsbomen. Het stuk eindigde met een waarschuwing van bronnen rondom Abdul-Jabbar: hij zou van plan zijn om naar Nederland te komen.

Nou ja, hij is er dus al. Ergens in de buurt van het Hoofddorpplein in Amsterdam, waar hij samen met een andere imam boodschappen doet bij Dirk en soep maakt met prei erin.

Dit ter aanvulling op het stuk van Kouwenhoven, het was rechtvaardiger geweest als dit stukje nieuws op zijn bordje was gevallen. Hij had het in stukjes gesneden en daarna langzaam kauwend opgesmuld.

Ik liet het lopen omdat de buik al vol zat, je kunt maar beter hongerig zijn.