Landwaterkonijn

De Vereniging voor Veldbiologie (KNNV) was zo aardig om de Veldgids Exoten op te sturen. Een variant op Wat Vliegt Daar? maar dan met zoogdieren, planten en insecten van het type dat hier niet is uitgenodigd en zich mogelijk lastig verhoudt tot de soorten die hier al wonen. Zo is daar dwergkroos dat sloten kan

De Vereniging voor Veldbiologie (KNNV) was zo aardig om de Veldgids Exoten op te sturen. Een variant op Wat Vliegt Daar? maar dan met zoogdieren, planten en insecten van het type dat hier niet is uitgenodigd en zich mogelijk lastig verhoudt tot de soorten die hier al wonen. Zo is daar dwergkroos dat sloten kan verstikken, de reuzenvlokreeft die jonge visjes verslindt en drager is van een parasiet. Er zijn agressieve schelpen, er is opdringerig wier en er zijn eekhoorns die, indien niet afgestopt, gehakt maken van onze eigen, sympathieke , rode krulstaarten. En u kent natuurlijk bisamratten die met hun gegraaf dijken verzwakken, maar in België ook gewoon als waterkonijn op de kaart staan.

De Veldgids kreeg ik als bioloog, maar de culinaire bril en blik hou je niet tegen. Zoals Jeroen Krabbé zou zeggen: de kok reist altijd met de bioloog mee.

Het is een leuk spelletje om gerechten te bedenken bij dieren die vast en zeker eetbaar moeten zijn. Dan doel ik niet op fricassee van Chinese moerasslak, of worst van wasbeerhond, maar een Chinese muntjak, een klein hertje waarvan er in de Utrechtse bossen een aantal rondscharrelt, verdient toch een kans op een Kantonese grill? Ben nieuwsgierig.

En dat geldt ook voor die snaterende herrieschoppers, nijlganzen, zeg maar gerust tokkieganzen, die niet alleen elkaar altijd in de veren zitten, maar ook alle andere watervogels in de buurt. Een zware katapult en een geschikt Libanees recept zou daar een oplossing voor moeten bieden – indien van overheidswege toegestaan.

Maar wacht eens even, de fazant hoort hier dus ook helemaal niet thuis net zomin als de regenboogforel en al die scheermessen die – eindelijk – de markt veroveren. Allemaal niet van hier.

De grootste verrassing is echter het konijn, dat lang geleden met soldatenvolk is meegekomen. Die zou je dus net zo goed een landwaterkonijn kunnen noemen.

Snijd het vlees aan mooie stukken, bepoeder ze met wat bloem, bestrooi ze met peper en zout en bak ze even bruin in de boter. Snijd het spek in brokjes, evenals de sjalot in stukjes en doe deze ook in de braadpan. Spatel goed door de pan, doe de kruiden erbij, en giet de fond eroverheen.

Laat anderhalf uur sudderen waarbij het laatste half uur de pruimen en de klein gesneden worteltjes erbij kunnen.

Konijnenstoof: wild konijn van één kilo acht ons gerookt spek 1 sjalot 2 middelgrote wortels 200 gram gedroogde pruimen paar takjes tijm paar laurierblaadjes 300 milliliter gevogeltefond boter beetje bloem

    • Menno Steketee