Geen hek stopt de mensenzee

Morgen overleggen Spanje en Marokko over de bestormingen van Spaanse exclaves door migranten

De Guardia Civil patrouilleert bij het hek om Melilla (links);Illegale immigrant die Melilla heeft bereiktEen medewerker van het Rode Kruis wacht op Afrikanen die over het hek bij Melilla klimmen. Foto’s Reuters, AP

Haar sprong haalde bijna elke Spaanse voorpagina. Als eerste vrouw wist de 16-jarige Mireille eind vorige maand de grensafscheiding rondom Melilla – de Spaanse exclave in Marokko – over te klimmen. Deze landsgrens tussen Afrika en Europa wordt afgebakend door drie ijzeren rasterhekken, het buitenste zes meter hoog en afgezet met dikke rollen scheermesjesprikkeldraad.

Doorgaans weten alleen jongemannen deze afschrikwekkende barrière te slechten. Vrouwen en kinderen zijn aangewezen op opblaasbootjes om de kuststad over zee clandestien binnen te komen: duurder én gevaarlijker. Maar dit keer lukte het ook Mireille om – samen met 213 mannelijke bestormers – het hek te bedwingen. Ze werden opgevangen in het overvolle opvangcentrum CETI. Daar wachten ze overplaatsing af naar het Spaanse vasteland, van waaruit ze gemakkelijk in de illegaliteit kunnen verdwijnen.

Een paar weken later zit Mireille, afkomstig uit Kameroen, even buiten het CETI op een stenen muurtje. Het was haar vierde poging, vertelt het introverte meisje, haar oranje wollen muts bijna helemaal over haar ogen getrokken. Twee jaar geleden vertrok ze uit Kameroen. Anderhalf jaar bivakkeerde ze in de bossen van de Gurugú, de Marokkaanse berg die uittorent boven Melilla en waar zich permanent ruim duizend migranten ophouden. „Daar bad ik tot God dat het op een dag zou lukken.”

Melilla en Ceuta, een andere Spaanse stad aan de Marokkaanse noordkust, hebben te maken met een toestroom van migranten. Met de bestorming van vorige week, toen vijfhonderd migranten binnenkwamen, staat de teller nu op 1.600. Meer dan er in heel 2013 binnenkwamen.

Die stijging is niet alleen gevolg van het doorzettingsvermogen van Mireille en kompanen, ook van een incident op 6 februari. De Guardia Civil schoot met rubberkogels op migranten die naar de stad zwommen. In paniek verdronken er zeker vijftien.

Hete uitzettingen

De politieke ophef hierover in zowel Madrid als Brussel leidde er toe dat agenten instructies kregen minder hard op te treden. Vóór 6 februari zetten zij migranten veelal direct uit naar Marokko, ook als die Spanje reeds hadden bereikt. Nu zijn die omstreden zogenoemde ‘hete uitzettingen’ opgeschort. Dit wordt bevestigd door migranten en door agenten van de Guardia Civil, nationale politie, activisten en hulpverleners.

„Officieel bestaan die hete uitzettingen niet. Want ook wie irregulier de grens overkomt, heeft recht op een procedure”, legt politieagent Jesús Ruiz uit, terwijl hij zijn witte terreinwagen langs het grenshek rijdt.

Ruiz, die actief is binnen de politievakbond, wijst naar het hek. Daarin is om de vijftig meter in het binnenste en middelste hek een deur aangebracht. „Zo kunnen agenten snel bij die migranten komen, die tussen de hekken belanden.” Maar om de paar honderd meter zit tegenover die twee deuren ook een deur in het buitenste hek, dat aan Marokko grenst. „Die zijn dus bedoeld voor die deportaties die zogenaamd niet plaatsvinden.”

Mkakopyaya bevestigt dit uit eigen ervaring. De jongen uit Kameroen laat voor de poort van het CETI de littekens op zijn gespierde onderarmen zijn. Sommige zijn maanden oud en al geheeld. Anderen zijn nog vers. „Ik deed in anderhalf jaar tien pogingen. Drie keer kwam ik over het hek. Maar pas eind februari stuurde de Guardia Civil me niet meer terug.”

Binnen dit korps wordt steeds openlijker geklaagd. „Het is heel zwaar als het je werk is om de droom van een ander mens te moeten afstoppen”, vertelt Sergio in de lobby van een hotel. Hij en twee collega’s willen niet met hun volledige naam in de krant. De Guardia Civil heeft een militair karakter en het openlijk bekritiseren van superieuren leidt snel tot strafmaatregelen.

De migranten die het hek over weten te klimmen, zijn opgepept, vertellen de drie agenten. „Ze komen in grote groepen de berg af. Zo massaal dat de Marokkaanse gendarmerie hen niet allemaal kan tegenhouden. Vervolgens vormen ze een mensenzee die tegen het buitenste hek aanduwt. En dan begint het klimmen.”

De migranten halen hun armen en handen open aan het prikkeldraad. Ze hebben het snikheet, ze dragen meerdere lagen kleding om zich te beschermen. „Ze zitten helemaal vol adrenaline als ze het hek overkomen. Nu we na het 6 februari incident geen oproermiddelen meer mogen gebruiken, hebben we alleen onze wapenstok, terwijl zij met stokken slaan en stenen gooien. Na zo’n bestorming kom je thuis in een uniform onder het bloed. Bloed dat niet van jezelf is.”

De agenten doen hun verhaal omdat ze vinden dat ze heldere geweldsinstructies moeten krijgen. En omdat ze willen dat duidelijk wordt bepaald waar Spaans grondgebied nu precies begint. Ze zijn nu bezorgd de wet te overtreden door bevelen op te volgen. Hun commandant wordt al onderzocht door justitie na een recent incident met twee auto’s die als kamikazes de grenspost passeerden. De inzittenden werden meteen weer terug de grens overgezet. „Als je ziet dat je superieuren worden gedagvaard, druppelt dat door in de hiërarchie.”

Geweldsinstructies

In reactie op de laatste bestormingen besloot de regering het grenshek voor de zoveelste keer te ‘verbeteren’: een nauwer gaas met mazen van 13 millimeter, wat het klimmen moeilijker moet maken. Een lapmiddel, zeggen de agenten. „Het wordt wel moeilijker om binnen te komen, maar niet onmogelijk.”

Op korte termijn kan het aantal bestormingen juist toenemen. Migranten willen vóór de installatie van het nieuwe maaswerk pogingen wagen, voorspelt Esteban Velázquez, een Spaanse jezuïetenpater die in Marokko aan migranten pastorale hulp verleent. „Dat is wat ik hoor als ik op de Gurugú kom. Ze weten dat Spanje nu even geen deportaties doet en dat er een beter hek aankomt”, vertelt hij in een restaurant in Nador, de eerste Marokkaanse stad na de grens.

Velázquez kijkt regelmatig schichtig over zijn schouder. Hij wordt in de gaten gehouden door de geheime dienst, vertelt de pater. De migratieproblematiek is een politiek gevoelig onderwerp. Marokko ziet de exclaves formeel als bezet gebied, maar in de praktijk werkt het met Spanje samen bij de bewaking van grenzen die het niet erkent. De regering in Rabat roeit de migratie ook weer niet helemaal uit. In ruil voor haar medewerking kan ze van Madrid gunsten afdwingen op bijvoorbeeld het gebied van visserijrechten en exportquota.

Spanje eiste de afgelopen weken meer geld en betrokkenheid van de rest van Europa. „Voor het noorden van Europa is onze stad ver weg”, klaagde Juan José Imbroda, de hoogste gekozen bestuurder van Melilla, in een tv-interview. „Maar als migranten eenmaal over het hek zijn, zijn ze op EU-grondgebied. Alsof ze in Rome of Berlijn zijn. Hier willen ze niet blijven.” Hij prees tegelijk Marokko. „Zij zijn de gendarme van Europa.”

Volgens mensenrechtenactivist José Palazón schendt Spanje met de deportaties niet alleen zijn eigen vreemdelingenwet, maar ook Europese en VN-verdragen. „Ze zijn nu even opgeschort, maar Madrid wil ze duidelijk weer hervatten”, vertelt Palazón in zijn kantoor in Melilla. Hij vermoedt dat Spanje nu lakser optreedt om ‘een noodsituatie’ te creëren, die de uitzettingspolitiek moet rechtvaardigen. De oproep om meer Europese hulp vindt hij daarom hypocriet. „Madrid is geïnteresseerd in meer EU-geld, maar EU-verdragen schuift het terzijde.”

Volgens Irene Flores, woordvoerder van de Spaanse regeringsdelegatie in Melilla, is het verzoek om EU-steun juist redelijk. „Dit is geen probleem van Spanje of Melilla alleen. Dit gaat heel Europa aan. Wat er gevraagd wordt is onvoorwaardelijke steun aan regelgeving die de terugplaatsingen toestaat.”

Morgen zullen beide landen hierover in Rabat overleggen. Het zal vooral gaan over een in 1992 getekend bilateraal verdrag dat een basis biedt voor onmiddellijke deportaties, ook van wie de grens al gepasseerd is. Vanwege de kritiek erop, werd dit verdrag door Spanje pas in 2012 in de staatscourant gepubliceerd. Doel is het nu in de praktijk te gaan brengen.

Volgens de autoriteiten in de exclaves Melilla en Ceuta zou dit een grote stap vooruit zijn. „Zodra we zouden mogen uitzetten, zal de route meteen opdrogen”, zegt regeringswoordvoerder Flores. „Zodra migranten onze steden niet meer zien als paspoort naar Europa.”

    • Merijn de Waal