Eerst de held, nu de schlemiel

Van de hemel naar de hel in drie dagen: het is nooit saai met het Nederlandse vreemdelingenlegioen

Tom Cooper gisteren in Bangladesh in actie tijdens de kansloos verloren wedstrijd tegen Sri Lanka. Foto AP

Vier dagen geleden waren ze in een aantal cricketlanden nog trending topic. De uitvinders van het ‘totaalcricket’. Met een stortvloed aan onwaarschijnlijke wereldrecords had het Nederlands elftal op het WK in Bangladesh gewonnen van Ierland en vanuit een kansloze positie de ‘Super 10’ gehaald, de eindronde met alle grote cricketlanden.

Gisteren, na de grootste nederlaag uit de WK-geschiedenis, regende het vooral grappen. Dat Nederland uiteindelijk een voetbalnatie blijft die ook cricketwedstrijden graag binnen negentig minuten afrondt.

Saai is het in elk geval nooit, met Nederland op een WK cricket. „Beschamend”, erkende aanvoerder Peter Borren na het dramatische verlies tegen Sri Lanka. De ploeg die afgelopen vrijdag nog een wereldrecord brak door de bal negentien keer uit het veld te slaan, was deze keer niet verder gekomen dan 39 runs – ook dat was een wereldrecord. „Een collectief falen. Heel pijnlijk, een aanfluiting”, zei teammanager Ed van Nierop telefonisch vanuit Chittagong, in het zuidoosten van Bangladesh.

Zeker voor een land dat zo graag met de grote jongens wil spelen. Cricketbond KNCB is er al jaren mee bezig, in het volle besef dat Nederland, met zijn vijfduizend cricketers, zich nooit zal kunnen meten met Australië, India of Zuid-Afrika. Professioneel cricket en testmatches zijn een paar bruggen te ver, maar eens in de zoveel jaar sparren met de wereldtop is al een hele prestatie. Maar het moet geen farce worden, zoals gisteravond.

Geknipt voor olympische status

De kansen liggen in Twenty20, de korte, spectaculaire variant van de sport, die de afgelopen jaren sterk in opmars is, vooral in Azië. Geknipt voor een olympische status, mede omdat de korte geschiedenis heeft geleerd dat alles-of-niets in dit format kan leiden tot tweegevechten van epische proporties. Engeland schaamt zich nog steeds over 5 juni 2009, de dag dat de nationale ploeg werd vernederd door de Nederland, nota bene op het heilige gras van Lord’s in Londen, tijdens het eerste WK Twenty20.

Maar helemaal onomstreden is het niet, de deelname van kleinere landen als Nederland of Ierland. De internationale cricketfederatie (ICC) wil zijn 37 associate members – van Vanuatu tot de Verenigde Staten – graag meer betrekken bij de wereldtop, met het oog op die olympische ambities. Maar het niveauverschil met de full members, de tien toplanden, is zo groot dat in een normale wedstrijd geen enkele eer te behalen valt.

In Twenty20-cricket ligt dat anders. „Daarin kan elk team goed presteren en voor een stunt zorgen”, zei de aanvoerder van Sri Lanka, Dinesh Chandimal, in de aanloop naar het duel tegen Nederland.

De cricketers uit de voormalige Nederlandse kolonie weten hoe het is om op te klimmen naar de top: dertig jaar geleden werd Sri Lanka nog uitgelachen in Engeland en Australië, achttien jaar geleden werden ze wereldkampioen en nu staat het land eerste op de wereldranglijst.

Eén ding kan de KNCB niet worden verweten: dat de bond te weinig doet om een vergelijkbare sprong te maken. In alle hoeken van de wereld worden spelers met een Nederlands paspoort opgespoord – onbekendheid met de Nederlandse taal is geen bezwaar om voor Oranje uit te komen. Integendeel. De CEO van de cricketbond, Richard Cox, is een Engelsman.

Twee man in Nederland geboren

Van de elf spelers die gisteren even in het veld stonden tegen Sri Lanka werden er precies twee geboren op Nederlandse bodem: Pieter Seelaar (Schiedam) en Ahsan Malik (Rotterdam). De rest heeft her en der wat Nederlands bloed, maar kwam op aarde in Australië (vier), Nieuw-Zeeland (twee), Zuid-Afrika (twee) of Pakistan.

Het doet sterk denken aan de nationale ijshockeyploeg die in 1980 de Spelen van Lake Placid wist te halen, met dank aan een heel contingent Canadezen van Nederlandse komaf, van Jack de Heer tot Al Pluymers.

Geen enkel probleem, zegt teammanager Van Nierop. „Cricket is een wereldsport. Het wordt buiten Nederland veel beter gespeeld dan in Nederland. In de geschiedenis hebben wij ons als natie behoorlijk misdragen, waardoor we een heleboel paspoorthouders hebben in landen waar echt gecricket wordt. Je bent gek als je daar geen gebruik van maakt. De nationale ploegen van Ierland en Canada hebben ook veel buitenlanders – zelfs Engeland.”

Zonder ‘de buitenlanders’, zoals de gebroeders Tom en Ben Cooper uit Wollongong, Wesley Barresi (Johannesburg) of Peter Borren (Christchurch), zou Nederland zich niet eens kwalificeren voor het WK. „Dan heb je hier echt niets te zoeken”, erkent Van Nierop. „Het is een keuze geweest. Die heeft gunstig uitgewerkt, want door de buitenlanders is het niveau in Nederland veel hoger geworden.”

Maar een willekeurige strooptocht door de grote cricketlanden is het niet, vindt de bond. „Vrijwel al die jongens hebben verschillende zomers in Nederland gecricket. We vliegen niet zomaar iemand in. Daar is ooit één uitzondering op gemaakt, de Australiër Dirk Nannes in 2009.”

Schandaal

Toch stond die wereldwijde cricketvijver ook aan basis van een schandaal dat vorige week de internationale sportpers haalde. Vlak voor het WK werd bekend dat Tom Cooper – zoon van een Australische vader en een in Nederlands Nieuw-Guinea geboren moeder – alsnog beschikbaar was voor het Nederlands elftal. Om voor hem ruimte te maken in de selectie viel Hagenaar Tim Gruijters op het laatste moment af; hij zou last hebben van rugklachten. Maar zonder een geblesseerde speler kon Cooper niet meer worden toegevoegd. Gruijters ontkende dat hij geblesseerd was, noemde de gang van zaken in een videoverklaring op Youtube „een schande” en beschuldigde de teamleiding openlijk van „vals spel” en „misbruik van de regels”.

De cricketbond ontkende dat en stelt dat alle regels zijn gevolgd. Van Nierop wil er weinig woorden meer over vuil maken. „Dat speelt helemaal niet meer. Gebleken is dat Tim dat nooit had moeten doen.”

Het incident verdween naar de achtergrond door de spectaculaire zege op Ierland, afgelopen vrijdag, waarin Cooper een hoofdrol speelde. Maar alle euforie is na het echec tegen Sri Lanka wel verdwenen uit het Nederlandse kamp.

Toch verwachten aanvoerder Borren en manager Van Nierop dat de ploeg zich zal oprichten. „We zijn nog niet uit het toernooi”, zegt Van Nierop. „We zijn hier niet gekomen om ons naar de slachtbank te laten leiden. Laten we eerlijk zijn: veel slechter dan vandaag kan het niet gaan. Wat vandaag gebeurd is moeten we gauw vergeten. Er zit zoveel talent in deze groep. We zullen nog zeker voor een verrassing zorgen.”