Een baby masseert de tepel niet

Niet ‘melkende’ beweging van de babyonderkaak maar de onderdruk in de mond zuigt melk aan

Het zuigen aan de borst

Borstvoedende baby’s zuigen de melk uit de tepel. Hun masserende kauwbeweging, die melk naar buiten zou persen zoals een boer zijn koeien melkt, brengt nauwelijks melk naar buiten. Dat blijkt uit ultrageluidsopnamen van zogende moeders met hun kinderen.

Dit resultaat zou niets minder dan een ‘wetenschappelijke controverse van een eeuw’ beëindigen zegt onderzoeker Liat Ben Sira van Tel Aviv Sourasky Medical Center in Israël. Het is tijd voor een geheel nieuwe mechanica van de borstvoeding (PNAS early edition online, 24 maart).

Dat is niet een puur academische kwestie: borstvoeding heeft aangetoonde gezondheidsvoordelen, maar lukt moeder en kind lang niet altijd vanzelf. Precies begrijpen hoe het werkt kan helpen.

Dit was het standaardplaatje: de baby hapt in de borst en zuigt de tepel met een deel van de omringende tepelhof naar binnen. De tepel rekt daarbij flink op, zodat de babymond er voor een groot deel mee gevuld is. De tong steekt iets naar buiten, en ligt vastgeklemd tussen tepel en de tandeloze onderkaak. Die onderkaak begint dan met kauwende, op- en neergaande bewegingen.

En daarmee begint het voeden: vanaf de punt van de tong zouden een soort peristaltische golven naar achteren lopen, die de melk uit de tepel masseren zoals melkende boeren dat doen met hun vingers om de koeienspenen. Door de volumeverandering varieert de onderdruk in het babymondje, wat een extra zuigende werking oplevert. Ook de moeder draagt bij, met haar toeschietreflex: onder invloed van het hormoon oxytocine stroomt de melk de tepel uit.

Maar dit plaatje klopt dus niet, concluderen Ben Sira en collega’s uit echofilmpjes van negen gezonde baby’s aan de borst. Het voorste deel van de babytong dat in contact met de tepel staat, golft op hun echobeelden helemaal niet.

Het achterste gedeelte van de tong golft wel, maar staat juist weer niet in contact met de tepel. Dit dient vermoedelijk om de al naar buiten gezogen melk naar achteren te werken.

Bovendien wordt de rekbare tepel in de mond gek genoeg korter als de kaak omhoog komt. Bij een masserende knijpbeweging zou je juist een verlenging verwachten. Kortom: de masserende werking lijkt niet te bestaan, of in ieder geval nauwelijks bij te dragen aan de melkextractie.

Om de kwestie verder te onderzoeken, programmeerden de onderzoekers een gedetailleerd computermodel van de bewegende babymond en de borst, inclusief melkklieren.

Deze virtuele zuigeling dronk prima, of ze nu kauwende bewegingen maakte of niet. Maar wat er wél toe deed was of ze zoog: bij een onderdruk in de mond stroomde de melk overvloedig. Maar viel die onderdruk weg, dan ook de melkstroom.

Bovendien deed de virtuele tepel hetzelfde als de echte tepels op de echobeelden: bij het omhoogkomen van de kaak worden ze korter, omdat de onderdruk in de mond afneemt.

De kauwende bewegingen, concluderen de onderzoekers, dienen niet als tepelmassage, maar om onderdruk in de babymond op te bouwen, en ook om de melk op tijd door te slikken aan het eind van elke kauwcyclus. De zogende babymond is een afzuigpomp, geen boerenhand om een koeienuier.