Blijven zij bepalen wat u kijkt op tv?

De Raadvoor Cultuur wil de publieke omroep drastisch hervormen. Naast omroepen mogen ook bedrijven en NGO’s programma’s leveren. Een hoofdredacteur verdeelt per genre de zendtijd.

Meer dan drie uur per dag zit u voor de televisie. En één tot twee uur daarvan kijkt u naar de publieke omroep. Naar het NOS Journaal en Studio Sport. Naar Spoorloos, Boer Zoekt Vrouw en Wie is de Mol?.

Maar blijft dat zo? Netflix en YouTube rukken op. En nu nog onbekende opvolgers worden op dit moment bedacht, ergens in een garage of op een zolderkamer. Hoe kijkt u over een paar jaar televisie? Wat moet de publieke omroep doen om te zorgen dat u blijft kijken in 2020?

Donderdag komt de Raad voor Cultuur met een driest plan om de publieke omroep te hervormen. Staatssecretaris Sander Dekker (Media, VVD) heeft zijn adviesraad hierom gevraagd. Deze krant sprak alvast met verschillende betrokkenen en las de vooradviezen van de vier focusgroepen: deskundigen die de raad ondersteunden.

Hoofdredacteuren

Het wordt een shock & awe-rapport, zegt een betrokkene, verwijzend naar de overdonderende manier van oorlogvoeren die de VS tijdens de Golfoorlog hanteerde. Het belangrijkste heilige huisje dat wordt opgeblazen: de omroepverenigingen zijn niet langer de eigenaren van het bestel.

Wat er op tv komt, bepaalt straks een groep hoofdredacteuren. Ieder genre (nieuws, cultuur, jeugd, et cetera) krijgt zijn eigen hoofdredacteur, met onder zich een eigen redactie. Die bestelt programma’s bij een omroep. Maar dat kan ook bij een buitenpartij. De zender wordt gevuld via een open inschrijving. NRC Media kan een talkshow maken, of een quiz. Het Wereldnatuurfonds kan natuurdocumentaires maken. En VUmc een realityprogramma. De omroepen moeten zich omvormen tot ‘productiehuizen’, die geen recht hebben op zendtijd, maar moeten meestrijden met de andere aanbieders om een plaatsje op de zenders.

„Er moeten wel garanties komen dat publieke genres als nieuws en jeugd-tv geborgd blijven”, zegt een betrokkene. „Je kan de NOS niet voor slechts één jaar opdracht geven het nieuws te verzorgen.” De hoofdredacteur Nieuws zou dan bijvoorbeeld een grotere redactie kunnen krijgen, die zelf de programma’s maakt. Dat is dan gewoon de NOS in een ander jasje.

Open zenders

‘Open’ is een belangrijk woord in de adviezen. De publieke omroep moet zich openstellen voor de wereld om zich heen. Voor andere partijen dus, die misschien wel beter een breed publiek of specifieke (jonge, hoog opgeleide, allochtone) kijkers kunnen trekken. Ook moeten de omroepen meer mogelijkheden krijgen om met maatschappelijke organisaties samen te werken.

Open moet ook de maatschappelijke verankering zijn. De omroepen hebben samen nog 3,6 miljoen leden (telling 2009), maar zij slagen er slecht in jongeren en andere specifieke groepen lid te maken. Daarom beschouwen de adviesgroepen de verdeling van zendtijd op basis van het aantal leden als ouderwets. In 1974 was het belangrijk wat uw zuil keek. In 2014 kijkt u liever wat uw vrienden aanraden. De relevantie van een omroep moet anders worden gemeten.

Open geldt ook voor innovatie. Nieuwe digitale dingen die de omroep ontwikkelt moet hij delen met andere media. Met publieke en commerciële, regionale en lokale. ‘Delen’ is een belangrijke voorwaarde voor publieke innovatie. Inhoudelijk zou de omroep ook moeten delen: wanneer een programma succes krijgt, moet hij het overdoen aan een commerciële en zelf iets nieuws bedenken. De publieke omroep als medialab.

Moet de publieke omroep een breed aanbod blijven verzorgen of juist smal en specifiek worden, aanvullend op de commerciële tv? In het advies lijkt een compromis te komen: niet zo breed als nu, maar ook niet te smal. De adviesgroepen noemen nu als taken: nieuws, opinie, levensbeschouwing, cultuur, drama, jeugd. Geen amusement meer, hoogstens als ‘vehikel’ om de burger te verheffen. Sport mag eventueel blijven, maar niet voor elke prijs. Dus geen eredivisie meer voor 20 miljoen, en geen Wie is de Mol?

Centralistisch

Dekkers diepste wens lijkt een centraal geleide omroep zoals de BBC of de VRT. Maar aan die wens lijkt de Raad voor Cultuur niet helemaal tegemoet te komen. Het Britse model druist in tegen de Nederlandse traditie van pluriformiteit en polderen, aldus een adviesgroep. Die groep stelt een tweedeling voor: klassieke tv bedient een schaarstemarkt en heeft een sterke centrale regie nodig. Online video bedient een markt van overvloed. Daarin moeten losse omroepen vrij bewegen.

Alle betrokkenen zeggen dat zij hopen dat dit advies niet ongelezen in een la verdwijnt. „Ik ben niet in een focusgroep gaan zitten om wat te macrameeën en om vrijblijvend over de omroep te praten”, zegt een lid. „Het moet wel het een en ander te weeg brengen.”

Michiel Buitelaar, tot 1 augustus directeur digitaal bij Sanoma en lid van de ‘focusgroep Integratie landelijke en regionale omroep’, vreest dat de scherpe kanten van het advies worden afgezwakt. „In de media bestaat de neiging te redeneren vanuit bestaande instituten. Het gaat niet om de dragers of de bestaande merken.” Je moet niet proberen te vernieuwen terwijl je steeds in de achteruitkijkspiegel kijkt, zegt hij. „Anders lijkt het veel te veel op de kalkoenen die mogen vertellen wat we met kerstmis gaan doen.”