Banken in de penarie

De banken in Italië kwamen vrij goed door de kredietcrisis. Maar hun ondoorzichtige relaties met de politiek staan verdere gezondmaking in de weg.

Monte dei Paschi di Siena leed vorig jaar 1,4 miljard euro verlies. Zij is naarstig op zoek naar een forse kapitaalinjectie. Foto Bloomberg

Het vliegveld van Ampugnano stelt weinig voor. Naast de 1.498 meter lange start- en landingsbaan ligt de hangar van de lokale vliegersclub. De passagiershal heeft de omvang van een busstation in een middelgrote provinciestad. Een parkeerplaats voor de ingang biedt plaats voor veertig auto’s, maar is uitgestorven. De Toscaanse wind jaagt zwerfvuil in de afrastering. Een pizzeria aan de overkant is gesloten, de ruiten ingegooid. De enige passant deze ochtend is een man die zijn hond uitlaat.

Op deze weinig prozaïsche plek beginnen in 2007 de juridische problemen van de Banca Monte dei Paschi de Siena (MPS). Een schandaal dat de derde bank van Italië en de oudste ter wereld aan de rand van de afgrond heeft gebracht. En dat uitgegroeid is tot exponent van de uitdagingen waarvoor de hele Italiaanse bankensector zich gesteld ziet. Hoe te moderniseren in tijden van eurocrisis en een Europese bankenunie in oprichting?

In 2007 onthullen Italiaanse kranten dat MPS-topman Giuseppe Mussari grootse plannen heeft met Ampugnano. Het vliegveldje moet fors uitgebreid worden, opdat het als Siena International Airport tot wel 4 miljoen passagiers per jaar kan afhandelen. MPS, de provincie en de gemeente – de aandeelhouders – hebben al contact met een potentiële koper: Galaxy, een private equity-fonds dat veel in de transportsector investeert.

De lokale bevolking in de omringende dorpen komt in opstand. Het project is niet alleen funest voor de leefomgeving, stellen zij, het is ook niet levensvatbaar. De regio heeft in Pisa en Florence al twee belangrijke vliegvelden, die Siena (52.000 inwoners) prima bedienen. Een actiecomité begint te procederen tegen de privatiseringsprocedure. Een onderzoeksrechter neemt die klacht in 2010 in behandeling, waarbij hij ook de telefoons van Mussari en andere hoge bankiers gaat afluisteren.

Het opent een enorme beerpunt. Het gespeculeer met het vliegveld blijkt klein bier vergeleken bij andere malversaties door de banktop. Verliezen van honderden miljoenen euro’s door gegok met derivaten blijken jaren buiten de boeken gehouden.

Antonveneta

Ook rond de altijd al schimmige aankoop van Antonveneta rijzen nieuwe vragen. Deze Italiaanse bank werd in 2007 na een lang verzet van de Italianen overgenomen door ABN Amro. Niet veel later werd die Nederlandse bank zelf aan stukken gescheurd door een consortium van Santander, RBS en Fortis. De Spanjaarden kregen Antonveneta, maar verkochten deze meteen weer door aan MPS.

De bank betaalde daarvoor de ongekend hoge prijs van 9 miljard euro, zonder in de boeken hebben mogen kijken. Deze historische miskoop – het begin van de neergang van MPS – is met veel speculaties omgeven. De bank zou er zijn achterstand in de consolidatieslag in Italiaans bankenland mee willen hebben goedmaken. Maar justitie onderzoekt ook aanwijzingen over een onderhandse deals tussen Mussari en Santander-topman Emilio Botín.

Italiaans juridische molens draaien echter traag. In april 2012 verlaat Mussari de bank zonder formeel aangeklaagd te zijn. Hij blijft ook voorzitter van de invloedrijke vereniging van Italiaanse banken. Het duurt tot begin 2013 tot hij echt ten val komt. Dit nadat zijn opvolger bij MPS de ontdekking meldt van een verlies van 740 miljoen euro, dat jarenlang verborgen is gehouden voor de Banca d’Italia, de Italiaanse centrale bank.

Het gat is geslagen door mislukte derivatentransacties, bedoeld om de verliezen op Antonveneta te maskeren. MPS moet Rome noodhulp vragen. 2 miljard euro aan leningen die in 2009 al werden verstrekt, worden verlengd. Daarbovenop is nog eens 1,9 miljard nodig. Eind dit jaar moet de bank de staatssteun van Brussel hebben terugbetaald, zo niet dan dreigt volledige nationalisatie.

De vliegveldzaak werd zo ‘de moeder aller onderzoeken’ naar MPS, zegt Raffaele Ascheri terugblikkend. De lokale blogger berichtte in april 2012 als eerste over de malversaties met derivaten, op basis van een hooggeplaatste bron binnen de bak.

Ascheri ziet de aankoop van Antonveneta als bron van alle ellende bij de bank. „Er zat geen enkele economische logica achter de prijs die betaald werd.” Hij vermoedt dat de topmannen Botín en Mussari en toenmalig stichtingvoorzitter Mancini elkaar kennen van besloten katholieke netwerken. De koop zou hebben gediend „om hier en daar geld te verdelen”.

Zelfmoord

Wat justitie ook nog moet ophelderen is de dood van de MPS-persvoorlichter David Rossi. Hij pleegde in maart 2013 zelfmoord door uit een raam te springen, vlak nadat de politie zijn huis had doorzocht. Zijn weduwe gelooft niet dat het een zelfmoord was. „Duidelijk is dat Rossi veel wist.”

Helen Ampt had van te voren nooit verwacht dat het verzet tegen het vliegveld zo’n kettingreactie in gang zou zetten. De geboren Australische woont sinds veertig jaar in de streek en was een van oprichters van het protestcomité. Ze vertelt dat hun acties in het begin amper aandacht kregen van de plaatselijke pers en fors werden tegengewerkt door de lokale en regionale politiek. „Toen wij een manifestatie van vierduizend man organiseerden, wat voor Siena echt veel is, stond de volgende dag niets in de krant. Terwijl de mars onder het redactielokaal door was getrokken.”

Het voorval is tekenend voor de macht van MPS in Siena. Grootaandeelhouder van de bank is een charitatieve stichting die vol zit met lokale en regionale politici. De bank vervult hierdoor al decennia een sleutelpositie in het machtsapparaat van Toscaans links. MPS heeft in de regio de bijnaam Babbo Monte, ofwel Vadertje Monte. De bank financiert projecten in het lokale midden- en kleinbedrijf, sponsort lokale basketbal- en voetbalteams en de wereldberoemde paardenraces (Palio) van de stad, en ook in kunst wordt volop geïnvesteerd.

De bank is Siena en de stad is MPS. En die eeuwenoude relatie wordt trots uitgedragen. Wie het hoofdkwartier bezoekt, waant zich eerder in een museum dan in het hoofdkantoor van een grootbank. Dit Palazzo Salimbeni ligt niet ver van de Piazza del Campo, het schelpvormige centrale plein waar Siena zijn spectaculaire paardenrennen houdt. De muren van het bankgebouw hangen vol Sienese topstukken.

Maar deze historische relatie tussen bank en politiek belast nu de toekomst van MPS. De stichting, die nog een belang van 30 procent bezit, blokkeerde rond de jaarwisseling een snelle kapitaaluitbreiding. Deze is nodig om nationalisatie te voorkomen. Maar de fondazione, die gebukt gaat onder een forse schuld van 340 miljoen euro, vreesde dan zelf om te vallen. Zij wil meer tijd om haar aandelen tegen een goede prijs op de markt te brengen.

De vraag wordt of MPS die tijd gegund is. De afgelopen weken stootte de stichting mondjesmaat aandelen af en de beurskoers verbetert ondertussen iets. Maar het blijft een race tegen de klok. Topman Alessandro Profumo, in 2012 overgekomen van Unicredit, wil meer haast maken. Het is druk op de markten nu ook andere Italiaanse en Europese banken in opmaat naar de Europese stresstests, later dit jaar, hun kapitaalpositie verstevigen.

Hoog spel

Het belang van MPS voor Siena kan moeilijk worden overschat, legt econoom Ruggero Bertelli uit in zijn werkkamer aan de universiteit. „Het is uniek dat een relatief kleine stad zo’n grote bank huisvest. Voor de rest zitten al onze belangrijke banken in Milaan.” Als derde bank van het land met zes miljoen klanten is MPS een systeembank en werd daarom terecht gered. „Maar voor de Republiek van Siena is hij zeker too big to fail”, grapt Bertelli verwijzend naar de middeleeuwse statuur van de stad.

De toekomst van de bank baart hem zorgen. „De stichting zoekt een compromis, maar speelt daarmee hoog spel.” Bovendien lijkt de bank aangewezen op buitenlandse durfinvesteerders. „Italiaanse banken hebben momenteel geen geld voor zulke operaties.” Hij vreest bovendien dat de investeerders vooral op kortetermijnwinst uit zijn. Hij zou hen adviseren de naam te behouden. „Ondanks de recente schandalen, blijft het een sterk merk, ook buiten Toscane.”

Ondertussen leert de stad langzaam leven zonder de royale geldschieter. „De val van de bank is te vergelijken met de val van de Sovjet-Unie”, zegt Luciano Fiordoni, die tot zijn pensionering een paar jaar geleden als landenanalist bij de bank werkte. Het zal pijn doen, maar dat hoeft niet per se slecht te zijn, denkt hij. „Onze toekomst als stad is hoogst onzeker, maar ik verwacht dat sommige van de nadelige effecten opgevangen worden doordat we een transparantere en actievere lokale samenleving krijgen.”

Fabio Paccani is dat met hem eens. Hij staat aan het hoofd van een contrada, een van de op wijkniveau gevormde teams die meedoen aan de paardenrennen. De subsidies die hij en de andere ploegen van MPS kregen, zijn met tienduizenden euro’s gekort. De ledencontributie is daarom verhoogd. Dit jaar zullen ze minder kunnen besteden aan paarden en jockeys. „Maar de rennen zullen gewoon doorgaan, zij het dat er minder geld rondklotst in het spel. Maar dat maakt het juist misschien wel puurder.”

    • Merijn de Waal