Affaires achtervolgen Boskalis

Er vinden op dit moment twee onderzoeken plaats naar mogelijke omkoping bij buitenlandse dochterondernemingen van Boskalis. In Argentinië zou een miljoen zijn geboden voor een baggercontract.

In de Buenos Aires Jockey Club zou Sergio C. van Riovia, een dochterbedrijf van Boskalis, 1 miljoen dollar hebben aangeboden aan een ambtenaar. Foto HH

Op de website van Boskalis staat alleen maar goed nieuws. Miljoenencontract verworven. Gigantische nieuwe baggerboot gekocht. Joint-venture gesloten. En eerder deze maand nog: recordomzet én recordwinst geboekt over vorig jaar. Het gaat goed met de grootste baggeraar van de wereld. Wat niet op de site staat, is dat Boskalis op dit moment betrokken is bij twee onderzoeken naar mogelijke omkoping, bij dochterbedrijven van Boskalis in Argentinië en in Zuid-Afrika.

Er zijn meer Nederlandse bedrijven die in verband worden gebracht met omkoping in het buitenland. Zo zou de maritieme dienstverlener SBM Offshore volgens een eerder dit jaar gelekt document voor 185 miljoen euro aan smeergeld hebben betaald in onder meer Afrika. En bouwbedrijf Ballast Nedam schikte in 2012 met het Openbaar Ministerie voor 17,5 miljoen euro, wegens het betalen van steekpenningen in Saoedi-Arabië en Suriname.

Boskalis op zijn beurt maakte afgelopen zomer bekend dat het zich schuldig heeft gemaakt aan omkoping in het Afrikaanse Mauritius. De baggeraar uit Papendrecht benadrukte indertijd in de media dat het verder „nergens anders onregelmatigheden heeft begaan”. Evenmin zou het ergens anders nog onderwerp van justitieel onderzoek zijn.

Maar in Argentinië worden dus wel degelijk omkopingspraktijken onderzocht waarbij Boskalis betrokken zou zijn. Het onderzoek daarnaar werd gesloten in december 2012, maar is kort daarna heropend. Dat bevestigt woordvoerder Jerónimo Saralegui van het Argentijnse Openbaar Ministerie. Waarom het onderzoek aanvankelijk werd gesloten, wil hij niet zeggen. Volgens de Argentijnse krant La Nación was dat omdat de Uruguayaanse en Argentijnse autoriteiten weigerden bepaalde informatie te leveren. De openbaar aanklager nam daarmee geen genoegen en dwong af dat het onderzoek werd heropend.

Jockey Club-beraad

Het onderzoek is gericht op personen, niet op het bedrijf Boskalis. Onderzocht wordt onder anderen commercieel vertegenwoordiger Sergio C. van Riovia, een dochterbedrijf van Boskalis. Hij en een hoge Argentijnse ambtenaar zouden 1 miljoen dollar hebben aangeboden aan een hoge ambtenaar in buurland Uruguay. Inzet was de verlenging van het baggercontract in de Rio de la Plata tussen Argentinië en Uruguay. Het aanbod zou zijn gedaan, zo staat in een document van de Argentijnse justitie in bezit van deze krant, tijdens een diner in de exclusieve golfclub Buenos Aires Jockey Club, halverwege 2010.

Toen de verdenking naar buiten kwam, leidde die tot grote ophef in beide Zuid-Amerikaanse landen. Dat blijkt uit berichtgeving in de internationale media. Het kostte het dochterbedrijf van Boskalis het lucratieve contract – de baggerklus is intussen aan een ander bedrijf gegund. De betrokkenen ontkennen dat ze smeergeld hebben aangeboden. Ook Boskalis ontkent de beschuldiging. „We hebben daar zelf onderzoek naar verricht, en onze accountant heeft dat ook gedaan”, zegt een woordvoerder. „Uit die onderzoeken is gebleken dat wij geen onregelmatigheden hebben begaan.” Ook het heropende Argentijnse onderzoek zal volgens hem geen strafbare feiten aan het licht brengen: „Waarschijnlijk is het een kwestie van formaliteit voordat het opnieuw gesloten wordt.”

Maar in het document van de Argentijnse justitie staat dat er wel degelijk bewijzen zijn voor het aanbieden van steekpenningen. Ook wordt de betrokken Uruguayaanse ambtenaar geciteerd in de notulen van een vergadering in juni 2012. Hij zegt daarin over het ‘Jockey Club-beraad’ dat al eerder „gesproken was over een poging om steekpenningen te betalen van een miljoen dollar en dat dergelijke praktijken zich weer zouden kunnen voordoen”.

In Zuid-Afrika loopt ook een onderzoek naar een dochteronderneming van Boskalis, maritiem dienstverlener Smit Amandla Marine. Dat bevestigt woordvoerder Paul Ramaloko van de South African Police Service. Over de status van het onderzoek wil hij niets kwijt.

Het onderzoek wordt gedaan in opdracht van het Zuid-Afrikaanse ministerie voor Landbouw, Bosbouw en Visserij. Dat beschuldigt het bedrijf van corruptie en samenzwering. Onderzoek van accountantskantoor EY, zo schreven Zuid-Afrikaanse media eerder, zou hebben bevestigd dat er bewijs is dat tussen 1999 en 2012 contracten onrechtmatig zijn toebedeeld aan Smit Amandla Marine. Het ging om het beheer van een vloot van zes schepen voor toezicht op de visquota.

Politieke belangen

Volgens Boskalis is het bedrijf slachtoffer geworden van „een politiek steekspel”. De woordvoerder: „Vanwege politieke belangen worden we zonder bewijs beschuldigd.” Volgens hem wilde het ministerie af van Smit Amandla Marine en de opdracht aan een „bevriend bedrijf” gunnen.

Het is niet bekend of Boskalis ook door het Nederlandse OM wordt onderzocht – daarover doet het nooit mededelingen, meldt een woordvoerder. Wel zegt zij dat het per casus verschilt of het OM een eigen onderzoek begint „Het hangt ervan af of wij iets kunnen doen en of er meerwaarde is van een Nederlands onderzoek.”

    • Teri van der Heijden
    • Anne Dohmen