Advocatuur noch cliënt gebaat bij juridisch-generalisten

Illustratie Angel Boligan

Martijn Snoep stelde dat de advocatuur behoefte heeft aan meer generalistisch opgeleide advocaten. (NRC, 19 maart.) Hij bepleitte dat ook niet-juridische bachelors in de toekomst dienen te worden toegelaten tot de togaberoepen. Hij baseert zich op de aanname dat pas afgestudeerde juristen onvoldoende beschikken over de noodzakelijke niet-juridische kennis en vaardigheden. Snoep wil zo bereiken dat de advocatuur uit meer allround advocaten zal gaan bestaan. Of dit ook betere advocaten zullen zijn, valt nog te bezien. Het ontbreekt in het artikel aan een analyse van het probleem dat ten grondslag zou liggen aan de voorgestelde wijzigingen. Er wordt slechts met een enkel woord verwezen naar een “oproep van experts in het Advocatenblad”, zonder dat blijkt wat nu precies het probleem is. Dit maakt het pleidooi wankel omdat niet valt na te gaan of er wel een probleem moet worden opgelost en of de voorgestelde wijzigingen effectief zullen zijn. Verder ontbreekt het cliëntenperspectief volledig. Vermeldenswaard is het onderzoek dat enkele jaren geleden door de Rabobank werd uitgevoerd naar de behoeften van het bedrijfsleven op dit gebied. Hierin werd geconstateerd dat het huidige leersysteem van vier jaar juridische opleiding gevolgd door 3,5 jaar beroepsopleiding met begeleiding door een patroon, ,,een gedegen basis legt voor het beroep”. Het is dan ook twijfelachtig of de markt wel behoefte heeft aan de door Snoep gewenste generalisten. Voor zover het veronderstelde probleem al zou bestaan, is het de vraag of de voorgestelde oplossingen effectief zullen zijn. Voor een advocaat zijn adequate juridische en niet-juridische kennis en vaardigheden van groot belang. Evenals voor een arts medische kennis centraal staat, is dat voor de advocaat juridische kennis. Daarom wordt hij primair ingeschakeld. Dat ook andere, niet-juridische kennis en vaardigheden nodig zijn, doet daar niets aan af. In de onlangs vernieuwde beroepsopleiding voor de advocatuur wordt veel aandacht besteed aan het juridisch bijspijkeren van pas afgestudeerde juristen. Indien het juridische deel van de academische opleiding wordt gereduceerd tot slechts twee jaar zal dit waarschijnlijk gaan leiden tot meer juridisch-generalisten met onvermijdelijk minder kennis van het recht. Daar zitten cliënten niet op te wachten, net zomin als hartpatiënten verwachtingsvol zullen uitkijken naar een chirurg die meer verstand heeft van politicologie dan van cardiologie.

    • Mr. C.A.H. van de Sanden