Aartsbisdom Utrecht onttrok ook geld aan tweede grote erfenis

De familie Schaepman eist 112.000 euro terug van het aartsbisdom Utrecht, omdat dit haar erfenis misbruikte.

Het aartsbisdom Utrecht heeft honderdduizenden euro’s onttrokken aan de erfenis van de vermogende Utrechtse weduwe Adelaida Schaepman-Ehrhardt. De familie Schaepman wil een deel ervan terug.

De familie reageert op een bericht, onlangs in deze krant, over de omgang van het aartsbisdom met een andere nalatenschap, die van Cornelia Witkamp uit Utrecht. Zij bestemde in 1994 in een testament haar geld voor de Indiase zustercongregatie van Moeder Theresa. Het geld werd door het aartsbisdom gebruikt om kantoorkosten te betalen voor de afhandeling van klachten van misbruikslachtoffers binnen de Kerk. Ook zouden er kerst- en sinterklaasgeschenken voor bisdombestuurders van zijn betaald. „Dat lijkt sterk op wat met het geld van mijn oudtante is gebeurd”, zegt familielid René Schaepman.

De weduwe overleed in 1920 en wees het aartsbisdom aan als beheerder van een stichting die uitkeringen zou doen aan familieleden. In strijd met het testament werd zeker 112.000 euro door het aartsbisdom gebruikt voor priesters in opleiding, aldus Schaepman. En waar het geld uit de verkoop van haar inboedel, sieraden, kunst, banktegoeden en beleggingen is gebleven, is onbekend. Bovendien kregen parochies uit haar vermogen goedkope leningen.” Schaepman vindt dat het aartsbisdom minstens 112.000 euro moet terugbetalen.

Adelaida Ehrhardt was getrouwd met Herman Schaepman (1830-1908). Een telg uit een voorname katholieke familie. Zijn broer was van 1868 tot 1882 aartsbisschop van Utrecht; zijn neef was priester-Kamerlid Herman Schaepman, groot voorvechter van de katholieken (1844-1903). René Schaepman zegt dat zijn familie altijd gestreden heeft tegen het onttrekken van het geld, maar dat men geen gehoor vond.

Namens het aartsbisdom zegt econoom Hans Zuijdwijk voor het eerst te horen van de klacht van de familie. „In de gesprekken die ik met hen had, is mij dit niet verteld. Nu hoor ik pas wat in de decennia voor mij gebeurd is. Dat de familie geld terugwil, is mij niet bekend. Als de heer Schaepman contact wil met het aartsbisdom, dan weet hij dat te vinden.”