Zoek, in het Demmink doolhof

Alles is onderzocht wat onderzocht moest worden. Van alle geruchten en aantijgingen is geen begin van bewijs gevonden. De affaire-Demmink was niks, is niks en zal nooit wat worden. Dat was (en is) de houding die opeenvolgende ministers van Justitie aannamen in de stroom geruchten over de toenmalige topman van hun ministerie.

Meer in het bijzonder liet minister Opstelten weten dat ook in het zogeheten Rolodex-onderzoek, eind jaren 90, naar mogelijk kindermisbruik door hoge ambtenaren, de naam van Demmink „op geen enkele manier” is voorgekomen. Dat kan de minister na dit weekend niet meer volhouden, althans niet op deze categorische manier. Demmink wist in ieder geval zélf dat er destijds ook over hem belastende informatie is gemeld bij ‘Rolodex’.

Zowel de toenmalige procureur-generaal Ficq (in de Volkskrant) als de hoofdofficier van destijds Vrakking (in NRC) verbraken de vertrouwelijkheid van het opsporingsonderzoek. Vrakking vertelde te zijn gebeld door de toenmalige secretaris-generaal van Justitie, Borghouts, met de pertinente vraag of en zo ja waarom er onderzoek naar Demmink werd gedaan. Ficq bleek van dat feit een aantekening te hebben bewaard. Borghouts was getipt, nota bene door Demmink zelf. De SG riep dus de onderzoeksleider van het Openbaar Ministerie ter verantwoording, wat al vrij ongehoord is. Een dag later bleek het Rolodex-onderzoek ‘stuk’: locaties voor huiszoekingen bleken schoongeveegd, getapte telefoonlijnen zwegen.

Wat is hier gebeurd? Is hier vanuit de top van het ministerie obstructie gepleegd om een geheim politieonderzoek te doen mislukken? Hoe dan ook is het aannemelijk dat een onderzoek met opzet is gefrustreerd, door een belanghebbende. Over Demmink vertelde zijn chauffeur aan de onderzoekers dat hij seks had ‘met jongens’ in de dienstauto. Als dat minderjarigen geweest waren, zou dat strafbaar zijn. Waren de opeenvolgende ministers van Justitie wel voldoende nieuwsgierig naar belastende feiten over een zeer hoge medewerker op een sleutelpost, zo vroegen wij hier eerder. Daar lijkt het dus niet op. Maar waarom eigenlijk niet?

De verdedigingslinie van de minister, mede namens zijn voorgangers, begint zwakke plekken te vertonen. Hoe kon Demmink, nadat hij wel was genoemd bij het Rolodex-onderzoek toch bevorderd worden – van directeur-generaal tot secretaris-generaal? Kwam er niemand op de gedachte een minder veelbesproken kandidaat te zoeken? De affaire-Demmink kan materieel nog steeds ‘niks’ zijn en niets worden. Behalve voer voor thrillerschrijvers. Maar de minister moet dieper graven, intern kritischer vragen stellen en met betere verklaringen komen. Als die er zijn, tenminste.