Vinnetje

Met twee bolle handen voor zijn borst deed Filippo Pozzato vorig jaar voor hoe hij vrouwen het liefst zag in de lente. Een formidabele boezem in een jurkje, dat was het droombeeld voor de Italiaanse macho- wielrenner aan de vooravond van de wielerklassieker Milaan-Sanremo. Wie was ik – een zondagfietser op een stalen frame –

Met twee bolle handen voor zijn borst deed Filippo Pozzato vorig jaar voor hoe hij vrouwen het liefst zag in de lente. Een formidabele boezem in een jurkje, dat was het droombeeld voor de Italiaanse macho- wielrenner aan de vooravond van de wielerklassieker Milaan-Sanremo.

Wie was ik – een zondagfietser op een stalen frame – om me te beklagen over de moderne kontdrooghouder van Tjallingii

Rokjesdag langs de Bloemenrivièra.

Had Pozzato zijn hormoonhuishouding en de bijbehorende klimatologische omstandigheden maar nooit verklaard. Sindsdien is het al twee keer nat en koud koersweer geweest tijdens La Primavera.

Het parcours van Milaan-Sanremo zien liggen onder een donker wolkenpak, dat doet pijn aan je ogen. Een rit naar de zon? Bij de finishlijn moest het centimeters hoge regenwater gisteren worden weggepompt.

Gelukkig reed de Nederlandse renner Maarten Tjallingii bijna de hele wedstrijd voorop. Een oermens op de fiets, met blote handen en blote benen. Het slechte weer leek geen invloed te hebben op zijn humeur. Tjallingii blies af en toe een regendruppel van het puntje van zijn neus en pedaleerde krachtig door het Italiaanse landschap.

De mecanicien had een ass saver achter Tjallingii’s zadel geplaatst. Een mini-spatbordje dat voorkomt dat je achterste nat wordt van sproeiwater door het draaiende achterwiel.

„Een vinnetje onder de poep uit van Tjallingii”, zo meldde de Vlaamse tv-commentator.

Ik vond het aanvankelijk een belachelijk ding. Er hoort ook geen bel op een racefiets. Ik ben nogal ouderwets als het om vormgeving gaat. Maar wie was ik – een zondagfietser op een stalen frame – om me te beklagen over de moderne kontdrooghouder van Tjallingii.

Op 11,7 kilometer van de finish werd Tjallingii ingelopen. Hij had 270 kilometer in de kopgroep gereden. Dat is ongeveer van Rotterdam naar Delfzijl, bedacht ik me. In de regen. Met behulp van de ass saver, ja. Maar mag het alsjeblieft?

Tijdens de laatste meters van de afdaling van de Poggio, op een paar kilometer van de finish, zag ik links van de weg een non staan. Ze droeg witte kleren en een witte kap. Ze leek zo tijdens het hostie breken uit de kapel te zijn gestapt om het profpeloton te zien langskomen.

Het lichaam van de Witte Non was ontdaan van iedere voorjaarssensualiteit, zoals Pozzato die voor ogen had. Haar boezem zat verborgen onder een dik habijt.

De coureurs raasden voorbij. De achterwielen sproeiden het smerige regenwater tegen het schone gewaad van de non. Voor haar geen bescherming tegen spetters.

De non zwaaide enthousiast met beide handen naar de koplopers. Het was een zegen zoals je die als wielrenner alleen in Italië kunt ontvangen.

Tjallingii kwam als 41ste over de eindstreep, op 2 minuten en 38 seconden van de winnaar. De samenvatting van zijn gedachten tijdens zeven uur fietsen in de regen: „Als ik maar warm blijf.”

    • Wilfried de Jong