Verrassing: ook pythons hebben richtinggevoel

Tijgerpythons verstaan hetzelfde kunstje als postduiven: ze vinden de weg terug naar huis als ze over grote afstanden worden verplaatst. Dat was bij slangen nog nooit eerder aangetoond. Eerdere studies hadden juist laten zien dat slangen nauwelijks richtingsgevoel hebben. Een Amerikaans artikel in Biology Letters (19 maart) bewijst het tegendeel – hoewel de pythons niet zo precies zijn als postduiven, en zeker niet zo snel.

De onderzoekers vingen twaalf tijgerpythons in het moerasgebied de Everglades in Florida. Ze voorzagen deze wurgslangen, die gemiddeld ruim drie meter lang waren, van inwendige radiozendertjes. Zes dieren zetten ze terug op dezelfde plek waar ze ze hadden gevangen, en de andere zes lieten ze 21 tot 36 kilometer verderop los, in verschillende richtingen. Drie van deze pythons keerden terug tot minder dan een kilometer van hun oorspronkelijke vangstplek; daar deden ze gemiddeld zeven maanden over. Twee benaderden hun ‘thuis’ tot op vijf kilometer, in grofweg hetzelfde tijdsbestek, en de laatste slang bleef na drie maanden steken op tien kilometer van huis. De zes controlepythons kropen in diezelfde tijd drie keer minder snel, drie keer minder ver en in willekeurige richtingen – waarbij ze zich netto nauwelijks verplaatsten.

De resultaten laten zien dat pythons weten waar ze zich bevinden ten opzichte van hun doel en dat ze ook de juiste richting kunnen aanhouden om dat doel te bereiken. Wat de slangen precies als kompas gebruiken is nog niet bekend; wellicht gebruiken ze geuren, aardmagnetisme, sterren of de polarisatie van het zonlicht.

De navigatiekunst van de pythons is volgens de onderzoekers vooral interessant in de context van hun uitheemse status. Tijgerpythons komen oorspronkelijk uit Zuidoost-Azië. In de Everglades voelden ontsnapte en losgelaten dieren zich snel thuis. Inmiddels komen ze daar bij tienduizenden voor en bedreigen ze lokale dierpopulaties. Dat ze doelbewust kunnen migreren en daarbij ook hun snelheid flink opvoeren, betekent volgens de onderzoekers dat ze snel nieuwe gebieden kunnen koloniseren dan eerst werd gedacht.