Column

Alleen zit Obama niet in een rolstoel

Dit weekend werd er een muur van zeecontainers opgebouwd om het Museumplein in Amsterdam hermetisch af te sluiten. Obama komt eraan, kunst kijken. Pas daarna rijdt hij door naar de nucleaire top in Den Haag. Natuurlijk was er gemor, op Twitter werd Obama een ‘narcist’ genoemd, omdat hij niet ‘net als iedereen’ netjes in de rij zal staan om de Nachtwacht te zien.

Ik dacht terug aan de tijd dat ik vanwege een langdurige blessure in een rolstoel zat en Disneyland Parijs bezocht. Terwijl ‘gezonde’ bezoekers drie uur in de rij stonden, mocht ik via een zij- ingang. Nog voor het middaguur hadden we alle attracties geprobeerd en na negen ritjes was zelfs de Space Shuttle niet bijzonder meer. Bovendien waren er de blikken van de mensen die wel moesten wachten. Het ergste was de speciale aandacht van Mickey Mouse, die zich losmaakte van een schare kleine kinderen, omdat-ie met mij – special needs – op de foto wilde.

Om maar te zeggen: geprivilegieerden hebben zo hun eigen handicap.

Zaterdagmiddag stond #museumplein nog in het teken van de anti-racisme demonstratie die daar begon. Ik liep mee achter een wagen met trommelaars. De stoet was lang, begin en eind waren niet te zien. Vastgelopen verkeer leek geduldig, agenten lachten bemoedigend en voor de ramen stonden mensen. Een jongetje in een judopak – net thuis van training – hield een A4’tje op: ‘SOLIDARITEIT’. Hij had nog maar de witte band.

Ik zwikte in een tramrails. Een meneer bood mij zijn stevige schouder om de val tegen te houden. Mijn hand landde heel precies, want hij was de perfecte lengte voor steun, zeker drie koppen kleiner dan ik. Om zijn middel en been zaten walkietalkies en onherkenbare wapens gegespt. Zijn zwarte jas stond stijf van zijn kogelwerend vest.

Ik moest me naar hem toe buigen om hem te verstaan. Niet alleen omdat hij klein was, ook omdat hij zijn hoofd niet draaide, zijn blik op breed, klaar voor gevaar dat in ooghoeken schuilt.

Normaal deed hij geen evenementbeveiliging. Hij zit in de drugs, doet invallen bij criminelen. Sinds januari worden hij en zijn collega’s klaargestoomd om mee te helpen op de nucleaire top. Bang is hij niet. Het beveiligingsfestijn in Den Haag is voor hem – „hoogstwaarschijnlijk” – een gemoedelijk uitstapje. Want drugsjongens, die zijn pas echt onvoorspelbaar. Het gevaar staat dan recht voor je. „Mijn vrouw vraagt zich altijd weer af of ik wel heelhuids thuiskom.”

De opgeblazen beveiligingskosten en verkeershinder zullen vandaag vast voor veel ergernis zorgen.

Toch denk ik aan Obama. Die is niet gehandicapt en op bezoek in Disneyland, maar heel veel verschilt het ook niet – is het wel zo leuk wanneer alles voor je wijkt?

Ik denk bovenal aan de echtgenote van de meneer met de steunende schouder. Zij maakt zich vandaag een tikkeltje minder zorgen dan normaal.