Sidi Touré swingt en danst als Malinese watergeest

Het grote witte gewaad waarmee Sidi Touré zaterdag in Utrecht op het podium verscheen, gaf hem iets van de grandeur van de adellijke familie waar hij uit stamt. Touré ging in zijn jeugd al snel tegen de traditie en de wil van zijn familie in en koos voor een muzikantenbestaan. Hij speelt Malinese blues in de stijl van de grote Ali Farka Touré en refereert regelmatig aan zijn naamgenoot, die geen directe familie is. Maar Sidi Touré is niet half de gitarist die Ali Farka was. Dat compenseert hij door zich te omringen met muzikanten die wel soleren en excelleren. Sidi profileert zich voornamelijk als zanger.

Touré, geboren in Gao, speelde een in roots gedrenkt concert. Hij doorliep een breed scala aan Noord-Malines stijlen; van de aan blues verwante gitaarsongs met nauwelijks variërende akkoorden tot opzwepende dansmuziek en rock in de stijl van de Toearegs.

Het kwartet muzikanten begon wat tam aan de avond, maar kwam na drie nummers volledig op dreef. Daarmee werd de muziek ook steeds spiritueler. Na een muzikale smeekbede voor vrede in zijn land, zong Touré een langgerekte ode aan ‘Mami Wata’. In zijn witte gewaad danste hij sierlijk voor de vrouwelijke watergeest.

    • Leendert van der Valk