Overdadige, surrealistische nachtmerrie

Debuut Susanne Kennedy bij Toneelgroep Amsterdam imponeert door spektakel, maar de veelheid aan beelden leidt ook af

Vanja Rukovina, Marieke Heebink en Hélène Devos in De pelikaanFoto Jan Versweyveld

In een gruwelijke doodsstrijd snakt de moeder paniekerig naar adem en slaat wild om zich heen. Met haar carnavaleske goudgele prinsessenjurk en excentrieke pruik verdwijnt ze in een vuurzee van rook, geel-rood licht en vlammende videoprojecties. Haar kinderen kijken extatisch toe, terwijl de violen bombastisch aanzwellen.

Regisseur Susanne Kennedy (1977) pakt in haar debuut bij Toneelgroep Amsterdam royaal uit en laat August Strindbergs De pelikaan (ca. 1907) eindigen in een apotheose. Ze maakt van Strindbergs kamerdrama over een weduwe die haar kinderen klein houdt, ze kou en honger laat lijden en de kersverse man van haar dochter inpikt, één grote surrealistische nachtmerrie.

Het doel van de hele exercitie: „Een zuiveringsritueel dat de toeschouwers de mogelijkheid geeft zich plaatsvervangend te wentelen in gedragsvormen die normaal taboe zijn, voordat de orde weer hersteld wordt”, aldus de voice-over in een door Kennedy toegevoegde ouverture.

Voor dit ritueel neemt Kennedy de oorspronkelijke toneeltekst flink onder handen. Net als in haar eerdere bewerkingen van toneelklassiekers – zoals Ibsens Kleine Eyolf en Lessings Emilia Galotti - schrapt de regisseur zeker 90 procent uit het origineel en licht er enkele sleutelzinnen uit. Een herhaalde uitroep als „Ik rekende op een erfenis!” moet schoonzoon Axel kenmerken. Een smekend „Axeeeeel! Wat heb ik je gemist!” typeert de moeder.

Verder plaatst Kennedy het stuk in een filosofisch kader. De voice-over verwijst naar Julia Kristeva’s theorie over het abjecte – datgene wat de (mannelijke) identiteit verstoort en verworpen zou moet worden. De zoon laat ze koortsachtig cryptische flarden Schopenhauer raaskallen: „De wil is zelf de wereld!”

Alle zinnen komen ten slotte bij elkaar in een nauwkeurig geconstrueerde compositie, waarin ze als muzikale thema’s herhaald en gevarieerd worden. In plaats van naar elkaar, slingeren de acteurs hun tekst rechtstreeks de zaal in, terwijl ze die brutaal aankijken. Op de achtergrond klinkt ondertussen een dramatisch geluidsdecor, met naast ritmisch borrelende lichaamssappen, veel onheilspellende viooltremolo’s en -glissando’s die na elk hoofdstuk filmisch aanzwellen.

Kennedy vertaalt Strindbergs tekst naar krachtige beelden, die ze overdadig over elkaar heen laat buitelen. Alles lijkt daarbij tot in de puntjes uitgedacht, getimed en gechoreografeerd. Net als haar eerdere regies, bevat ook De pelikaan waarschijnlijk meer ‘cues’ dan tekst.

De acteurs van Toneelgroep Amsterdam blijken in dit kunstmatige theateridioom uitstekend hun weg te vinden. Marieke Heebink vergroot de moederrol uit tot een heerlijk sardonische verschijning. Met een grote grijns slurpt en spuugt ze vanaf haar sofatroon onverzadigbaar waterige pap. Naast haar poseert Vanja Rukavina (Axel) als een plastic Ken, die ze verlangend zangerig toespreekt of op schoot trekt. Janni Joslinga (kokkin) doolt met opgeheven kin, kaarsrechte rug en kille blik als een angstaanjagende ijskoningin door het huis. De ritmisch kuchende Alwin Pulinckx (zoon) en slaapwandelede Hélène Devos (dochter) blijven in hun tekstbehandeling dichter bij zichzelf. Bij Pulinckx leidt dat tot een stijlbreuk, maar Devos’ kenmerkende kinderlijke stemgeluid en voorkomen passen perfect in het concept.

Vormgeefster Katrin Bombe plaatst de acteurs in een levensgroot poppenhuis met spookachtige trekjes. De kamers zijn te klein, de plafonds te laag. De eerste verdieping lijkt op een kinderkamer, maar doet door het kille blauwe licht en ijzeren bed ook aan een cel denken. Het zorgt in combinatie met spel en muziek voor een beklemmende sfeer, waar je helaas ook steeds weer uitgetrokken wordt. Want om het huis heen projecteert Bombe ook nog een griezelig bos, waar weer reusachtige beelden van spelende kinderen en vretende vrouwen op worden geprojecteerd.

Kennedy levert zo een overvol magnum opus af, met prachtige beelden en imponerende effecten. Maar voor een echt aangrijpend zuiveringsritueel is het geheel te overdadig en de afleiding te groot.

    • Joke Beeckmans