Op de pompstationplee

Lezen // Thriller Auke van Stralen Tankstelle Nieuw Amsterdam, 288 blz. € 18,95 3

Auke van Stralen is een atypische debutant. Hij is midden veertig en werkt als verkoopmanager bij een internationaal afvalverwerkingsbedrijf.

Tankstelle is gelukkig wars van managersjargon. Zijn thriller Tankstelle speelt in Duitsland in 1998. Hoofdpersoon is Douwe, kind uit een Duits-Nederlands huwelijk. Naast zijn studie wiskunde werkt hij bij een pompstation, waar hij met zijn voetbalvrienden Mehmet en Toni verantwoordelijk is voor de mannentoiletten. De Tankstelle blijkt een cover up voor een schimmige koeriersdienst. Al snel maken de drie vrienden in luxe auto’s goedbetaalde ‘ritjes’ door Europa. Ze vervoeren ‘zeepjes’, onderwereldjargon voor plakken hasj, die in de auto’s zijn verborgen.

Beeldend beschrijft Van Stralen een wereld van snelle ritten, luxe hotels, koffers met geld en feesten in discotheken met drank, vrouwen en pillen (‘smarties’) in overvloed. De drie voetbalvrienden mogen hun illegale verdiensten niet te opzichtig uitgeven. Douwe koopt in antiquariaten oude wiskundeboeken, Mehmet spaart voor een eigen kebabzaak, Toni voor een eigen huis.

Behalve een spannend inkijkje in een duistere wereld is Tankstelle vooral een roman over de teloorgang van vriendschap. De kameraadschap van het voetbalveld houdt in de drugsbusiness geen stand. Op overtuigende wijze beschrijft Van Stralen hoe Douwe, Mehmet en Toni geleidelijk van elkaar vervreemden en hoe de bravoure plaatsmaakt voor weemoed.

Geestig is de rol van de toiletten in het boek. Om hun inkomsten te verklaren blijven de vrienden bij het pompstation werken. Douwe, de ik-figuur, probeert met zijn mathematische inslag wetten te formuleren voor een zo hoog mogelijke opbrengst van de wc’s. Zeer lucratief blijkt een tekstbordje bij het geldschoteltje van de mannentoiletten: ‘Klein geschapen 20 Pfennig, Groot geschapen 2 Mark.’

Tankstelle is de beste Nederlandstalige thriller die dit jaar is verschenen. Enig minpunt is het magere en weinig geloofwaardige einde, dat een vierde recensiebal net in de weg zit.

    • Arjen Ribbens