Niet bang voor Frankenfoods

We moeten af van de angst voor genetisch gemodificeerde gewassen, vindt Pepijn Vloemans. Ze zullen ons helpen de wereldbevolking te voeden.

Een bulldozer aan het werk bij een kolenmijn in Kentucky. 40 procent van de uitstoot van CO2 in de VS komt door kolen. Het is de meest vervuilende energiebron. Foto AFP

De afgelopen maanden verbleef ik in San Francisco om onderzoek te doen voor een nieuw boek. Het is een fascinerende plaats om rond te lopen: Silicon Valley levert ons ieder jaar snellere telefoons, betere elektrische auto’s en makkelijkere communicatie. Nergens ter wereld is technologische vooruitgang zo vanzelfsprekend. Nieuwer is hier altijd beter – behalve als het op eten aankomt. Dan geldt: hoe natuurlijker, hoe beter. Onder de techno-elite zijn ‘paleo’-diëten met veel groenten en noten ongekend populair, en biologisch – ‘organic’ – eten is er voor velen inmiddels de norm. Aanjager van deze snel groeiende voedseltrend is de supermarktketen Whole Foods (wegens de hoge prijzen wel bekend als ‘Whole Paycheck’). In deze paradijselijk ingerichte winkels liggen verse, vaak lokale groenten en fruit zonder pesticiden. Tot zover geen vuiltje aan de lucht. Maar wat blijkt? Willen de toeleveranciers van Wholefoods in aanmerking komen voor een ‘organic’ label, dan moeten ze genetisch gemodificeerde organismen (GMO’s) afzweren. In het epicentrum van de vooruitgang wordt met religieuze ijver ‘onnatuurlijk’ eten bezworen. En dat is een begrijpelijke, maar grote vergissing.

‘Het is nu dertig jaar geleden sinds GMO-gewassen voor het eerst ontwikkeld werden’, constateerde The Guardian vorige week in haar hoofdredactioneel commentaar, waarin ze het advies van de Britse Raad voor Wetenschap en Technologie overnamen om de versnelde introductie van GMO’s op Brits grondgebied te steunen. ‘De wetenschap is sindsdien gerijpt’, stelt de Britse krant, ‘maar de houding van actievoerders is hetzelfde gebleven.’

Net als in San Francisco dienen op het Europese vasteland biologische producten vrij te zijn van GMO’s. Wetgeving om op grote schaal over te gaan op genetisch gemodificeerde gewassen laat ondertussen op zich wachten. Onder druk van de Duitsland en Frankrijk duren de Europese toelatingsprocedures voor nieuwe gewassen onnodig lang. De enige grootschalige commerciële exploitatie van GMO’s vindt plaats in Spanje. Zelfs testvelden worden maar mondjesmaat toegestaan, maar ook dan is de kans aanwezig dat actievoerders het veld vernietigen.

Dat wantrouwen is over de datum

Dit wantrouwen jegens GMO’s is over de datum, en niet langer gerechtvaardigd. Na drie decennia onderzoek ontbreekt ieder bewijs dat deze ‘Frankenstein gewassen’ of ‘Frankenfoods’ slecht zijn voor mens of natuur. Vrijwel alle publicaties van vooraanstaande wetenschappelijke organisaties ter wereld, van de American Association for the Advancement of Science tot de de Britse Royal Society of Medicine verklaren GMO’s veilig voor consumptie.

‘GMO-free’ klinkt misschien alsof we een dienst bewijzen aan de aarde, maar leidt ons in werkelijkheid de doodlopende weg in van afvlakkende landbouwproductiviteit. De radicale verbetering van gewassen door genetische manipulatie is nodig om een groeiende, rijkere wereldbevolking te blijven voeden. De Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) waarschuwde onlangs dat er tegen 2050 circa 60 procent meer voedsel geproduceerd moet worden om honger te voorkomen. Als we dit met het huidige landbouwareaal willen bereiken (zodat we de laatste oerbossen intact kunnen laten) zullen we efficiënter moeten omspringen met bestaande landbouwgrond.

Het goede nieuws is dat de potentie voor het verbeteren van planten enorm is: de meeste gewassen vangen minder dan een half procent van het beschikbare zonlicht op. Dat is een fractie van wat er mogelijk is met fotosynthese. Beter ontworpen mais, tarwe en rijst kunnen deze efficiëntie opkrikken: gentechnologie stelt wetenschappers in staat om de genetische eigenschappen van planten te verbeteren op een drastische manier die met traditionele kruising nooit mogelijk zou zijn. Zo lopen er experimenten om de superieure fotosynthese van suikerriet naar tarwe en rijst te brengen – waarmee potentieel de helft meer opbrengst per hectare mogelijk wordt.

Een andere slimme ‘hack’ is de eigenschap van peulen om zichzelf te bemesten over te hevelen naar andere gewassen, waarmee de noodzaak van kunstmest afneemt. Hoewel dit soort doorbraken nog jaren vergen voordat ze commercieel kunnen worden toegepast en het onduidelijk is welke zullen slagen, zouden deze wetenschappelijke projecten in Europa op steun moeten kunnen rekenen in plaats van op scepsis en weerzin.

Afrikaanse boeren profiteren nu al

Ook op kortere termijn kunnen slimmere gewassen grote verschillen maken in opkomende economieën als Afrika en India. Boeren in India die voorheen handmatig gevaarlijke en dure pesticiden en herbiciden sproeiden profiteren nu al van genetisch gemodificeerd katoen dat zijn eigen afweerstoffen produceert. Tegelijkertijd is deze zogeheten Bt-katoen beter bestand tegen extreem weer en levert het een veel hogere gemiddelde productie op. Andere GMO’s waar nu aan gewerkt wordt zijn rijst met extra vitaminen, en cassave met meer proteïne. Dit is het soort onderzoek dat ook in Nederland meer gestimuleerd en gefinancierd moet worden – al was het maar omdat het in potentie meer impact heeft dan traditionele ontwikkelingssamenwerking.

Ik begon dit betoog niet voor niets in Silicon Valley. De ontwikkelingen in de biotechnologie verlopen daar namelijk sneller dan ooit. Omdat biotechnologie in essentie een datawetenschap is, lift deze mee met de exponentiële verbetering van rekenkracht. De kosten om een menselijk genoom uit te lezen zijn een miljoenmaal goedkoper geworden in de afgelopen twintig jaar. Het optimaliseren van planten, algen en gisten wordt een mega-industrie die Europa niet alleen aan Amerikaanse giganten als Monsanto mag overlaten.

Het zou zonde zijn om een romantisch verlangen naar ‘echt’ eten de vijand te laten zijn van goedkoop en gezond eten voor iedereen. Meer onderzoek naar en gebruik van GMO’s brengen ons dichter bij een toekomst waar een Whole Foods niet alleen betaalbaar is voor een elite, maar voor iedereen met een fractie van de paycheck van een programmeur in Silicon Valley.

    • Pepijn Vloemans