Nederland is een heel plat land

Een rondetafelgesprek met de rappers Ares (18), Ronnie Flex (21) en Digitzz (25). Over de evolutie van hiphop in Nederland en hun eigen ambities. „We willen allemaal rijk worden.”

Een nieuwe generatie rappers. Vlnr.: Diggitz, Ronnie Flex en Ares Foto Olivier Middendorp

‘Ik zit op de bank, de postbode komt langs en ik haal de post en oh ja, ik ben de beste.” Zo moet de eerste rap van de 18-jarige Rens ‘Ares’ Ottema ongeveer zijn gegaan, vertelt hij op de bank in het Amsterdamse kantoor van platenmaatschappij Top Notch; hofleverancier van de nationale hiphopscene. Naast Ares zitten twee andere rappers waar Top Notch veel van verwacht: maker van aanstekelijke clubkrakers Ronnie Flex (21) en de ontspannen Engelstalige rapper Digitzz (25).

De rappers praten over vroeger. Over opnemen „met een panty over je webcam”, omdat je geen geld hebt voor een officiële plopkap voor je microfoon. En over hun eerste stappen als artiest. Ares – inmiddels een sterke, spitsvondige vocalist – groeide op in Oosterhout. „Daar zijn nauwelijks mensen die hiphop luisteren. Niemand zei: gast, je bent echt slecht.” Naast hem begint Ronnie Flex te lachen. Hij komt uit Capelle aan den IJssel waar juist „iedereen rapt”. Hij moest zich bewijzen in battles op het schoolplein. „Ik was wack (slecht) maar de tegenstanders ook. Iedereen was wack tien jaar geleden.” Ares: „Maar echt.”

De nieuwe generatie rappers van Top Notch is bijeen voor een gesprek over de evolutie van hiphop in Nederland en hun eigen dromen en ambities. „Mensen rapten vroeger echt zo”, zegt Digitzz. „Ik ben dit en ik doe dat; gewoon precies wat ze aan het doen waren.” Ronnie Flex: „En iedereen had een rap over iemand die aan de drugs zat. Daar hoorde dan een speciale pianobeat bij. Dat kan echt niet meer, haha.”

Hoe is rap in Nederland de afgelopen jaren volgens jullie veranderd?

Ronnie Flex: „Vroeger vonden rappers het cool om in nummers zoveel mogelijk straattaal te gebruiken. Het is minder simpel nu, meer doordacht.”

Ares: „Er zijn ook veel meer mensen die rappen dan toen ik begon. Bij elke show komen jongens naar me toe om te vertellen dat ze ook rappen.”

Digitzz: „Vroeger wilden rappers zo stoer mogelijk zijn. Nu willen ze zo rijk mogelijk zijn.”

Ronnie Flex: „Ja, dat is de nieuwe lichting. We willen allemaal rijk worden.”

Jullie zijn rappers in een relatief kleine markt. Zien jullie rap echt als route naar rijkdom?

Ronnie Flex: „In Nederland zeker niet. Ik wil liedjes gaan schrijven voor acts uit Amerika en van daaruit veel geld verdienen en reizen naar Japan en de Noordpool. In Nederland is Gers Pardoel het ultra-toppunt van wat je kan bereiken.”

Digitzz: „En hij is bijna een volkszanger.”

Ares: „Dat gebeurt hier al snel.”

Ronnie Flex: „Nederland is een heel plat land en je moet een beetje plat zijn om ver te komen. Als Kanye West in Nederland woonde, zou hij met dezelfde muziek die hij nu maakt, niet zijn waar Gers nu is. Hij zou niet eens worden gedraaid.”

Is dat niet frustrerend?

Ronnie Flex: „Ja, ik vind het jammer dat ik in Nederland niet het uiterste uit mezelf kan halen. Ik haal bijvoorbeeld inspiratie uit trapmuziek en maak als hobby clips met die muziek. Maar ik moet plattere muziek maken dan ik wil.”

Ares: „Dat geldt ook voor mij. Ik word geïnspireerd door de futuristische hiphop van Clams Casino maar daar ga je in Nederland niets mee bereiken. Ik maak dat soort beats wel voor Ierse rappers en vind dat leuker om te doen dan platte radiosingles maken. Als ik kan kiezen, ga ik voor de toffere sound.”

Maar je kan toch kiezen?

Ares: „Ik wil het allebei maken. Ik maak nu liever een hit dan een hiphoptrack. Dan gaan mensen mijn andere muziek checken, word ik geboekt voor shows en kom ik op de radio.”

Digitzz: „Ik maak wel de muziek die ik wil maken. Ik heb ooit van mijn vader een cd gekregen vol funkmuziek en sindsdien wil ik alleen maar feelgoodmuziek maken.”

Jullie hebben alle drie als rapper op een professionele beroepsopleiding voor popmuzikanten gezeten. Hoe beviel dat?

Ares: „Ik heb een maandje op de Rockacademie (HBO-opleiding) gezeten. Het zat me alleen maar in de weg. Ik had te weinig vrijheid en die periode maakte ik nauwelijks tracks.”

Ronnie Flex: „Ik deed de Popacademie (MBO) en ga het misschien wel nog afmaken. Voor mijn moeder, omdat ze mijn schoolgeld betaald heeft. Ik moest daar samenwerken met bands en voelde me een spek-en-bonenmuzikant.”

Digitzz: „Op de Herman Brood Academie (MBO) zat ik de hele dag in de studio en kreeg ik goeie tips. Je moet natuurlijk al kunnen rappen, maar mensen kunnen je wel sturen.”

Wat is het beste advies dat je hebt gekregen als rapper?

Digitzz: „Producer Chief van Soulsearchin leerde me minder woorden te gebruiken in mijn raps en meer tegen de beat te leunen.”

Ronnie Flex herkent dat. „Ik stopte nooit wanneer ik rapte en het ging alle kanten op. Gers Pardoel zei me dat ik pauzes moest pakken, langer dezelfde flow moest vasthouden en een duidelijk verhaal moest vertellen.”

Welke rapacts zijn belangrijk geweest voor jullie carrière?

Ares: „Ik begon door The Opposites. Ik zag op mijn twaalfde producer Big-2 op een internetfilmpje een beat maken en ben dat ook gaan leren. De eerste Amerikaanse rapper die ik hoorde was 50 Cent, maar Kanye West is voor mij de belangrijkste. Hoe hij songs bouwt, met zieke breaks en steeds weer anders.”

Ronnie Flex: „Ik begon ook door een track met onder anderen The Opposites, Wat Wil Je Doen. Ik heb de hele verse van Spacekees op dat nummer overgeschreven: ik kopieerde zijn manier van rappen maar dan met mijn eigen tekst. Kanye West is voor mij ook de belangrijkste artiest, hij blijft zich vernieuwen. Ik heb zelfs een Kanye West-tatoeage.”

Digitzz: „Voor mij is dat Snoop Dogg. Ik ben altijd vrij schuw geweest en zag hem als verlegen guy op tv; kalm en tegelijk the coolest dude ever. Qua stem luisterde ik veel naar de oude Lil Wayne, een kleine guy met een raar stemmetje tussen al die roffe mannen. Ik dacht: als hij het kan, kan ik het ook.”