Mensen ruiken meer geuren dan ze kleuren zien

De mens kan verrassend veel geuren goed van elkaar onderscheiden, zo blijkt uit slim geur onderzoek.

Mensen kunnen ten minste een biljoen (een miljoen maal een miljoen) verschillende geuren van elkaar onderscheiden. Daarmee is onze neus vele malen gevoeliger dan onze ogen en oren.

Dit blijkt uit een extrapolatie van een uitgebreide serie geurtests met proefpersonen. Amerikaanse onderzoekers beschrijven deze ontdekking in het laatste nummer van het wetenschapsblad Science (21 maart).

Tot nu toe gingen wetenschappers ervan uit dat mensen zo’n 10.000 geuren uit elkaar kunnen houden. Dat getal is gebaseerd op een heel grove schatting die al een eeuw oud is, maar die gek genoeg nooit is gestaafd met een grootschalig experiment. Dergelijk onderzoek is wel gedaan bij ons vermogen om kleuren en tonen van elkaar te onderscheiden. Daaruit blijkt dat we zo’n 2,3 tot 7,5 miljoen kleuren (golflengtes van licht) van elkaar kunnen onderscheiden en circa 340.000 tonen (frequenties van geluid).

De Amerikaanse onderzoekers vermoedden dat onze geurherkenning weleens fijngevoeliger zou kunnen zijn dan dat, simpelweg omdat er letterlijk ontelbaar veel geuren bestaan. Geuren volgen immers geen lineaire schaal, zoals kleuren en tonen, maar zijn het resultaat van combinaties van moleculen die onze geurreceptoren prikkelen. De typische rozengeur bestaat bijvoorbeeld uit 275 chemische componenten. En terwijl we maar twee soorten lichtreceptoren hebben (staafjes en kegeltjes), beschikken we over wel 400 verschillende geurreceptoren.

Het is ondoenlijk om proefpersonen bloot te stellen aan tienduizenden verschillende geuren. Daarom bedachten de Amerikanen een wiskundige strategie om toch tot een goede schatting te kunnen komen. Ze lieten 26 proefpersonen ruiken aan mengsels van 10, 20 of 30 verschillende geurcomponenten uit een totaal van 128 verschillend geurende moleculen. De proefpersonen kregen ieder 264 sets van drie monsters te ruiken, waarvan er steeds twee hetzelfde waren en een derde niet. De onderzoekers keken in hoeverre de proefpersonen het afwijkende monster eruit konden pikken. Vervolgens berekenden ze in hoeveel gevallen de proefpersonen het verschil zouden kunnen ruiken als ze zouden worden blootgesteld aan álle mogelijke mengsels bestaande uit 10, 20 of 30 van de 128 geurcomponenten. Zo kwamen ze op hun schatting van 1,7 biljoen verschillende geuren.

En zelfs dat is een conservatieve schatting, redeneren de Amerikaanse reukonderzoekers. Er bestaan immers veel meer dan de nu gebruikte 128 verschillende geurcomponenten (hoeveel, dat weet niemand) en daar kun je bovendien ontelbaar veel combinaties mee maken – niet alleen mengsels bestaande uit 10, 20 of 30 verschillende componenten. Daarnaast kunnen mensen ook mengsels van elkaar onderscheiden die bestaan uit precies dezelfde componenten, maar die zijn gemixt in verschillende verhoudingen.

    • Nienke Beintema