Keerzijde van het succes

Koen Verweij en Ireen Wüst wonnen met overmacht het WK allround // De buitenlandse concurrentie is weggevaagd // Slecht voor de competitie en de toekomst van het allrounden

Koen Verweij op het podium na de 10 km tijdens het WK allround, dat hij voor het eerst won. Foto ANP

Zeventien jaar is Nils van der Poel pas, jeugdpuistjes op de blozende wangen maar al het lichaam van een topatleet. De jonge Zweed weet precies wat hij wil: een goede allroundschaatser worden, wie weet wel de opvolger van zijn legendarische landgenoot Tomas Gustafson, topper in de jaren tachtig. Maar of het allrounden ooit nog een Zweedse wereldkampioen zal kennen?

Aan het einde van het succesvolste seizoen in de Nederlandse schaatshistorie wonnen Koen Verweij en Ireen Wüst dit weekeinde met overmacht de laatste wereldtitels, tot groot enthousiasme van het publiek in het twee dagen lang uitverkochte Thialf.

Opnieuw twee schaatsers uit de TVM-ploeg, die sinds 2007 zes keer het WK allround won bij de vrouwen en zeven keer bij de mannen. Elke vorm van concurrentie lijkt weggevaagd, al helemaal in het financieel veel minder bedeelde buitenland. De paradox van TVM, dat na veertien jaar afscheid neemt als sponsor: de ploeg van coach Gerard Kemkers bracht de allroundcompetitie naar zo’n hoog niveau, dat er nauwelijks nog een competitie over is.

„In de meeste landen is schaatsen puur hobbyisme”, stelt coach Bart Veldkamp van Stressless. Zijn Belgische pupil Bart Swings, vorig jaar nog derde, ploeterde in Thialf vermoeid naar de vijfde plaats. „Kennis en trainingsprogramma’s voor het allrounden ontbreken vaak. Het kost jaren voordat je op goed niveau bent, en het is een heel zware discipline voor de sporters. Je wordt er meestal geen euro beter van. En als het toch geen rendement oplevert, wie gaat er dan nog investeren? Dit is geen mening, het is gewoon de realiteit.”

In Thialf ontbraken Duitse en Amerikaanse schaatssters, en stuurde Canada de ‘uitgereden’ sprintster Shannon Rempel. Bij haar eerste wereldtitel allround in 2007 rekende Wüst nog verrassend af met Anni Friesinger en Cindy Klassen, die hun extreem hoge niveau van de jaren daarvoor moesten bekopen met zware blessures.

Ook Wüst sloopte zichzelf bijna in de jacht op succes op de klassieke vierkamp. Zoals haar Tsjechische rivale Martiná Sáblíková, wereldkampioene allround in 2009 en 2010, in Heerenveen niet meer kon meedoen omdat haar lichaam het explosieve sprintwerk niet meer aan kan. Als weinig anderen kreeg Wüst zichzelf weer op de rails, en hoe. Gisteren won ze haar vierde WK allround op rij, met een nog beter puntentotaal dan in 2007.

Bij de mannen vermoordde TVM-collega Sven Kramer de afgelopen jaren intussen een reeks tegenstanders. De Italiaan Enrico Fabris, de Amerikaanse wereldkampioenen Chad Hedrick en Shani Davis, de Rus Ivan Skobrev (EK en WK 2011) of de Noor Håvard Bøkko, die nooit verder kwam dan de tweede plek en in Thialf afgleed naar plaats zes. Door zich al voor het WK te laten opereren aan de luchtwegen en zijn seizoen te beëindigen behield de zesvoudig wereldkampioen zijn ongeslagen status als allrounder, een pre in de zoektocht naar een nieuwe sponsor. En de wereldtitel bleef in de ploeg dankzij trainingsmaat Verweij. Met als enige tegenstander Jan Blokhuijsen, die vorig jaar zijn grootste stap zette als allrounder. Bij TVM.

„Dit is geen geluksschot van Koen”, sprak coach Kemkers over zijn zesde wereldkampioen allround, na Kramer, Wüst, Jochem Uytdehaage, Renate Groenewold en Paulien van Deutekom. „Hij heeft van het begin tot het einde van het seizoen gedisciplineerd geleefd en plukt daar nu de vruchten van.” Vier jaar geleden werd Verweij juist uit de TVM-ploeg gezet wegens een gebrek aan discipline. Nu profiteerde hij volop van de afgewogen programma’s van Kemkers, de ervaring van Kramer en Wüst en de professionele begeleiding in de enige ploeg die het specialiseren op afstanden nog kan combineren met allroundsucces.

Een wereld van verschil

Hoe anders ziet het sportleven van Nils van der Poel er uit. Hij traint thuis in Zweden op een baantje van 250 meter voor bandy, een soort ijshockey. Soms gaat hij met een Scandinavische selectie naar Berlijn. „Met deze groep moet het lukken richting wereldtop te komen”, sprak hij in Thialf, waar hij drie persoonlijke records verpulverde. Een talent zoals je op die leeftijd zelfs in schaatsnatie Nederland zelden ziet. Bij het WK junioren eindigden dit jaar schaatsers uit zeven verschillende landen in de toptien. Maar de buitenlandse allroundtalenten breken bij de senioren niet meer door.

„Alleen in Nederland vergroot je met allrounden je marktwaarde”, stelt Veldkamp. Swings is wel een liefhebber, en ook de Russen prijzen zich gelukkig met zilver voor Olga Graf en brons voor Denis Joeskov. Maar verder? In juni beslist de internationale schaatsunie ISU over een Nederlands voorstel om de klassieke grote vierkamp bij het EK te vervangen door een kleine vierkamp, met een drie in plaats van een tien kilometer. En het WK allround krijgt vanaf volgend jaar ook in niet-olympische seizoenen een ondergeschikte plaats op de kalender, ver na de wereldkampioenschappen afstanden. Geen tekenen dat het allrounden een grote toekomst heeft.

„Wij zijn altijd nog goed aan het einde van het seizoen”, concludeerde Kemkers in Thialf. Als de TVM-kern bij elkaar blijft, zal dat onder een nieuwe sponsor niet anders zijn. Maar Nils van der Poel?