Hij was eenzaam en gespannen

Helemaal alleen stond Wilders zaterdag de pers te woord // Daar maakte hij duidelijk alle kritiek op hem onzin te vinden // „Ik denk niet dat er meer mensen de fractie zullen verlaten. Maar ik heb dat op deze plek eerder gezegd”

Geert Wilders tijdens de persconferentie, zaterdag in het Tweede Kamergebouw. foto Novum

Het was een eenzame Geert Wilders, die afgelopen zaterdag probeerde uit te leggen dat iedereen verkeerd zat behalve hij.

Twee dagen lang had hij niet gereageerd op de leegloop in zijn partij, die op gang kwam nadat hij vorige week op verkiezingsavond fans tot een anti-Marokkanenspreekkoor opzweepte.

Nu had hij een ‘persmoment’ geregeld om iedereen bij te praten. Dat doet Geert Wilders vaak op dezelfde plek: in het Tweede Kamergebouw, voor het trappetje dat naar de beveiligde kantoren van zijn PVV leidt.

Altijd staan dan zijn getrouwen achter hem: Martin Bosma, Fleur Agema, Dion Graus, en soms andere PVV-Kamerleden.

Nu was Wilders alleen. Mogelijk was het toeval, maar symbolisch was het wel.

Wie dacht dat Wilders na de heftige (in)ternationale kritiek op enige wijze zou inbinden, vergiste zich.

Het verzamelen van journalisten was vooral bedoeld om over hun hoofden zijn kiezers toe te spreken. Die moesten begrijpen, zo bleek uit de woorden van Wilders, dat alle kritiek onzin was. Wilders creëerde daarbij twee illusies. De eerste was dat zijn standpunt eigenlijk erg genuanceerd was.

De PVV-leider had zijn aanhang op verkiezingsavond gevraagd of zij meer of minder Marokkanen in Nederland wilden. Het antwoord was minder, waarop Wilders ze beloofde dat hij dat zou „regelen”. Maar daarmee, zei hij, had hij helemaal niet „gezegd dat alle Marokkanen het land uit moeten”. En hij had helemaal niet bedoeld dat iemand vanwege „het enkele feit dat hij Marokkaan is”, Nederland zou moeten verlaten.

Het ging hem om criminele Marokkanen, zei hij. Om overigens later in zijn persconferentie te zeggen dat hij ook liever had dat „niet-criminele Marokkanen” Nederland zouden verlaten. Waarom wilde hij niet zeggen.

Ten overvloede wellicht: maar wie criminele en niet-criminele Marokkanen bij elkaar ‘optelt’, komt toch bij alle Marokkanen uit, precies wat Wilders ontkende.

De tweede illusie was dat niet Wilders, maar anderen voor maatschappelijk onrust hebben gezorgd. De PVV-leider leek de heftige reacties, ook bij zijn eigen partijgenoten en sommige leden van zijn achterban, toe te schrijven aan de „abjecte vergelijkingen met de Tweede Wereldoorlog”, die media en politici hadden gemaakt. „Ik heb niets in deze maatschappij aangericht.” De mogelijkheid dat deze emotionele vergelijkingen symptomen van de ophef zelf zijn, en niet de oorzaak, verwierp hij.

Hij kon zich niet inhouden

Ondanks de geprojecteerde standvastigheid bleek regelmatig hoe penibel de situatie voor Wilders is. Hij sprak aanwezige journalisten persoonlijk aan op hun vragen. „U bent geen rechter”, zei hij. En hij verweet een journalist domheid. Het is bekend dat er binnen de PVV een grote achterdocht heerst jegens media, maar meestal weet Wilders dat te verbergen als hij ‘live’ is. Hij heeft tenslotte geen andere mogelijkheid om massaal met zijn achterban te communiceren. Een ledenpartij heeft hij niet. Dat hij zich nu niet kon inhouden, tekent zijn spanning.

Erger voor Wilders is dat hij geen idee heeft wat de PVV’ers om hem heen denken. Zo moest hij ook zelf toegeven. „Ik denk niet dat er meer mensen de fractie zullen verlaten. Maar ik heb dat op deze plek eerder gezegd. En toen heb ik mij ook vergist.”

Wilders’ Kamerleden en andere PVV’ers lopen weg, zo ongeveer alle andere politici in Nederland sluiten samenwerking met hem uit. Hoe kon hij eigenlijk nog iets voor zijn achterban „regelen”, vroeg een journalist. Had hij wel genoeg leiderschapskwaliteiten? Hij dacht het wel, zei Wilders.