Opinie

    • Maxim Februari

Excuus voor antisemiet

Dat de mensheid niet deugt, weet iedereen die opleiding heeft genoten. De gemiddelde professional probeert een oplossing voor het tekortschieten te vinden door een beetje tegen de mens aan te duwen. Er is een groot denker als Martin Heidegger voor nodig om uit ontevredenheid te besluiten de gehele mensheid dan maar te verdelgen.

Heideggers enorme gedachten over het Zijn hebben nooit zo mijn belangstelling gehad, maar nu bleef ik mijns ondanks hangen bij het Europese rumoer rondom zijn dagboeken. Zijn geheime zwarte schriftjes - Schwarze Heft - uit de jaren 1931-1941 werden zojuist gepubliceerd door Peter Trawny van de universiteit te Wuppertal. Uit de schriftjes blijkt dat Heidegger een nog minder hartelijk denker was dan we al dachten.

‘Heidegger was toch een grote Jodenhater’ (Trouw), ‘antisemitisme in de kern van zijn filosofie’ (The Guardian), ‘er zit behoorlijk veel haat in de tekst’ (Frankfurter Allgemeine Zeitung), ‘in the late 1930s and early 1940s, Heidegger was very angry’, (Trawny geciteerd in The Chronicle).

Nu heeft nog vrijwel niemand de 1240 bladzijden tekst gelezen, maar de kwaadste passages zijn ruim verspreid. Hoe cruciaal zijn die passages, vragen de commentatoren zich af. Is Heidegger gewoon een politieke idioot en daarnaast een verstandig mens, of is zijn hele denken door de rot aangetast? Ik bleef bij deze gesprekken hangen omdat me iets opviel. De meeste aandacht gaat uit naar het antisemitisme in Heideggers denken. Wilfred van de Poll schrijft in Trouw dat tot voor kort veel Heideggerianen zijn nazisme toeschreven aan de druk der omstandigheden. ‘Met dat excuus maakt Trawny korte metten’, schrijft Van de Poll. ‘Dit was niet zomaar een bevlieging of meeloperij. Uit de Schwarze Hefte wasemt volgens Trawny een ,,zijnshistorisch antisemitisme”, dat Heideggers denken tot in alle poriën doordrenkt.’

Lees je vervolgens Jürgen Kaube in de Frankfurter Allgemeine Zeitung, dan begint de balans te verschuiven. Het is niet zo, schrijft Kaube, dat het antisemitisme een centraal en constant motief is in het denken van Heidegger. Zeker niet voor 1938. Er is vooral iets anders loos. Heidegger verwacht van een nationaal-socialistische staat de volledige vernietiging van de moderne tijd, ‘Vernichtung der Neuzeit’, een reiniging van het Zijn. De agressie van de vooraanstaande filosoof is volgens Kaube niet gericht tegen rassen, maar tegen alles wat te gronde moet gaan, opdat gedrag kan opbloeien dat tegemoet komt aan het Zijn. Moderne techniek, massamedia, wetenschap: weg ermee, weg met de beschaving. Weg met de Engelsen, die de machine hebben uitgevonden, en de democratie, en het utilitarisme.

Zeit-Redacteur Thomas Assheuer heeft alles misschien nog integraler gelezen en hij lijkt nog erger geschrokken. ‘Apocalyptische radicalisering’, schrijft hij. ‘Filosofische waanzin.’ Want kwaad, ja, dat blijkt Heidegger vanaf 1931 inderdaad. De filosoof gelooft niet langer in de mens. Hij streept hem door. Hij hoopt dat de moderne mensheid met aarde en al zal worden opgeblazen door de techniek. Alles, schrijft hij in zijn schriftjes, moet door de totale verwoesting heen. Komt die er vervolgens niet, dat laat de teleurgestelde denker zijn Schwarze Hefte na; volgens eigen zeggen als een kat die nog uit de zak moet komen.

En hier worden de gesprekken raar. Kat? zeggen sommige Heideggervertalers en Heideggerspecialisten namelijk. Er is helemaal geen kat. We wisten toch dat hij een antisemiet was? ‘Volgens mij was hij ook een rokkenjager en een seksist’, schrijft filosoof Jonathan Rée in zijn artikel ‘In defence of Heidegger’. Ach, zie je Reé denken, antisemiet, rokkenjager, wat is nou helemaal het verschil. Heidegger was gewoon anti-alles. Dat biedt ons de intellectuele uitdaging te bedenken waar in zo’n wijsgerig standpunt de fout zit. Wat een halluballoo over die schriftjes, zegt Rée.

Zijn stuk wordt online breed en instemmend gedeeld. Bijval is er bijvoorbeeld op de site van het Hannah Arendt Centre, waar Heidegger de belangrijkste filosoof van de twintigste eeuw wordt genoemd. Al heeft hij helaas zo zijn ‘vooroordelen’.

Van al deze halluballoo leerde ik dat sommige geleerden een oproep tot Vernichtung der Neuzeit blij verwelkomen als excuus. Heidegger wilde de totale verwoesting, niet alleen die der joden, dus wat zeuren de critici nou? Nog leerzamer vond ik het intellectuelen tegen te komen met zo’n formele opvatting van denken dat ze een oproep tot totale verwoesting serieus willen onderzoeken. Als intellectueel, zeggen ze, moet je stap voor stap nagaan hoe een denker tot zo’n gedachtengoed komt. Tiens. Rare jongens. Maar geen aardige jongens.

    • Maxim Februari