Energieke interpretaties: zinderend en extatisch

Robert Schumann mag dan tot de grootste componisten worden gerekend, zijn symfonieën worden relatief weinig gespeeld. In zijn eigen tijd was er al kritiek op de te weinig ‘Beethoveniaanse’ symfonieën, waarvan de orkestraties vaak voor balansproblemen tussen strijkers en blazers zorgen. Yannick Nézet-Séguin dirigeerde de vier bij het Chamber Orchestra of Europe in Parijs, die opnames zijn nu uit op cd. De Canadese chef van het Rotterdams Philharmonisch koos voor een kleine bezetting en dat werkt uitstekend. Nézet-Séguin is niet iemand die het Rijnwater in de Rheinische, Schumanns meest uitgevoerde symfonie, zonder meer laat stromen: op elke maat drukt hij zijn stempel. Daar is niets mis mee: hij fraseert prachtig en heeft bovendien oog voor de opgewekte kant van Schumanns muziek – de kant die bij de componist die zich in 1854 in de Rijn wierp (een mislukte zelfmoordpoging) nogal eens onderbelicht blijft. De interpretaties zijn fris en zitten vol energie – de langzame delen zijn zinderend, de finales extatisch en van balansproblemen is niets te merken. De dirigent en zijn wendbare ensemble lijken écht van Schumann te houden. Hun cyclus is een zeer welkome toevoeging aan de discografie.